Alle soorten › Hoenderachtigen › Hokko's › Trinidadgoean

Trinidadgoean | Pipile pipile

Trinidad Piping Guan | Pava de Trinidad

De Trinidadgoean, op het eiland pawi genoemd, is een grote, zwarte, kalkoenachtige boomvogel die alleen op Trinidad voorkomt. Hij leeft hoog in het bladerdak van de bossen in het noordoosten van het eiland. Vroeger kwam hij over een veel groter deel van Trinidad voor; door de jacht is hij teruggedrongen tot de afgelegen bossen van de Northern Range, en hij is ernstig bedreigd.

Trinidadgoean (Pipile pipile)
Foto: William Stephens — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks dunne, opklimmende fluittonen, vooral vroeg in de ochtend en kort voor zonsondergang; daaraan dankt de groep de Engelse naam piping guan. Daarnaast een mechanisch geluid: in een korte glijvlucht maakt de vogel met de vleugels een droog, ratelend getrommel, trrrrr.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

Ongeveer 60 cm, met een lange staart, een dunne hals en een kleine kop. Het verenkleed is zwart met een paarse glans. De grote, ruige kuif is zwartachtig met witte randen; de vleugeldekveren dragen een grote witte vlek, die ook bij een zittende vogel zichtbaar is. Het kale gezicht is lichtblauw, de keellel donkerblauw. De snavel is aan de basis blauwachtig met een zwarte punt; de poten zijn helder roze-rood. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Op Trinidad is er geen soort waarmee hij te verwarren is: geen andere grote boomvogel is zwart met witte vleugelvlekken en een blauwe keellel. De roodbuikchachalaca Ortalis ruficauda leeft in het wild alleen op Tobago en is bruin met een grijze kop. De verwante goeans van het Zuid-Amerikaanse vasteland (Pipile) komen in het gebied niet voor.

Leefgebied

Bergregenwoud en vochtig laaglandbos, vooral aan bosranden, in rivierdalen en rond verlaten cacao- en koffieplantages in het bos. Leeft in het bladerdak, meestal hoger dan vijf meter, en komt zelden op de grond. Eet vooral vruchten, onder meer van nootmuskaat en wilde nootmuskaat Virola surinamensis. Leeft in paren of kleine groepjes en is vooral 's ochtends vroeg en laat in de middag actief. Het legsel telt twee of drie roomkleurige eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Trinidad. Tegenwoordig beperkt tot de bossen van de Northern Range, vooral in het noordoosten, met waarnemingen onder meer bij Grande Riviere, Matura, Madamas, Aripo en Cumaca. In de Trinity Hills in het zuidoosten is hij zeldzaam of verdwenen, en uit het laagland, onder meer het Nariva-moeras, is hij verdwenen. Op Tobago ontbreekt de soort, en buiten Trinidad komt ze niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bij Grande Riviere aan de noordoostkust, waar vogels in de bomen rond het dorp en langs de bosweg geregeld vroeg in de ochtend te zien zijn en aan mensen gewend zijn geraakt. De fluitende zang en het vleugelgetrommel bij zonsopgang verraden de vogel; in vruchtdragende bomen zit hij soms lang stil.

Staat van instandhouding

Ernstig bedreigd (Critically Endangered). De populatie is klein en het areaal beperkt tot een deel van de Northern Range. De belangrijkste bedreiging is illegale jacht, daarnaast het verlies van bos. Op Trinidad is de soort aangewezen als Environmentally Sensitive Species en daarmee wettelijk beschermd.

Wetenschappelijke naam

Pipile pipile | (Jacquin, 1784)

Jacquin beschreef de soort in 1784 als Crax pipile; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pipile werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte. Pipile gaat terug op Crax pipile: de naam verwijst naar de zachte, fluitende roep ('piepen'; vergelijk Latijn pipilare 'tjilpen'). pipile verwijst naar de zachte, fluitende roep; Jacquin schreef in 1784 dat de vogel zijn naam bij de Amerikanen aan dat 'piepen' dankte. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Orinoco bij Cumaná, Venezuela (waarschijnlijk onjuist).