Alle soorten › Steltloperachtigen › Kluten › Steltkluut
Steltkluut | Himantopus himantopus
Black-winged Stilt | Cigüeñuela común
De steltkluut is de Oude-Wereldtegenhanger van de Amerikaanse steltkluut: dezelfde slanke vorm op lange roze poten, maar met een overwegend witte kop en hals. In het Caribisch gebied is hij een zeer zeldzame dwaalgast, geen inheemse soort. Sommige auteurs rekenen beide stelten tot één soort; deze gids volgt de indeling waarin ze gescheiden zijn.
Geluid
Een scherp, keffend kek of kiek, in reeksen herhaald, vergelijkbaar met de roep van de Amerikaanse steltkluut.
Opname: Swann Terrier — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
33–36 cm, met een lange, dunne, rechte zwarte snavel en zeer lange roze tot rode poten. Rug en vleugels zijn zwart, bij het vrouwtje met een bruine tint op de rug; kop, hals en onderdelen zijn wit. Op kruin en achterhals kan een grijze tot zwarte vlek zitten, die sterk varieert maar nooit een doorlopend zwart kapje tot op de rug vormt. Jonge vogels zijn van boven grijsbruin met lichte veerranden. In de vlucht zijn de vleugels geheel zwart, zonder witte tekening, en steken de poten ver achter de staart uit.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse steltkluut Himantopus mexicanus, in het gebied algemeen, heeft een zwarte kop en achterhals die aansluiten op de zwarte rug, met een duidelijke witte vlek boven het oog. Vogels met een afwijkende hoeveelheid zwart op kop en nek komen bij beide soorten voor, en mogelijke mengvormen zijn niet uit te sluiten; een melding vraagt daarom goede foto's van kop en nek.
Leefgebied
In het gebied vooral te verwachten in zoutpannen, lagunes en moerassen met ondiep water, vaak tussen Amerikaanse steltkluten. Foerageert lopend in ondiep water en pikt kleine ongewervelden van het oppervlak.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Uit het gebied zijn slechts enkele meldingen bekend, vooral uit de Kleine Antillen, onder meer van Guadeloupe; een deel van de meldingen van andere eilanden is niet goed gedocumenteerd. De vogels komen vermoedelijk via een oceaanoversteek uit West-Afrika of Europa, zoals ook andere Oude-Wereldsteltlopers in de Kleine Antillen opduiken. Buiten het gebied broedt de soort in Zuid-Europa, Afrika en grote delen van Azië; Europese vogels overwinteren grotendeels in Afrika.
Hoe en wanneer kijken
Een steltkluut met een witte kop tussen Amerikaanse steltkluten is het onderzoeken waard. Belangrijk zijn het verloop van het zwart op achterhals en nek, het ontbreken van de witte vlek boven het oog en de kleur van de rug; foto's van de kop van opzij en van achteren zijn voor beoordeling onmisbaar.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het Caribisch gebied een dwaalgast zonder vaste aanwezigheid; er zijn geen aanwijzingen voor een trend.
Wetenschappelijke naam
Himantopus himantopus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Charadrius Himantopus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Himantopus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Himantopus is Grieks, van himas 'riem, band' en pous 'voet': 'riemvoet', naar de dunne lange poten. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zuid-Europa.


