Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Sint-Luciagrondvink
Sint-Luciagrondvink | Melanospiza richardsoni
St. Lucia Black Finch | Semillero de Santa Lucía
De Sint-Luciagrondvink is een gedrongen, zwartachtige vink die alleen op Saint Lucia voorkomt. Hij leeft verscholen in de ondergroei van het bos en zoekt veel van zijn voedsel op of vlak boven de grond. Samen met de maskergrondvink vormt hij het geslacht Melanospiza. Het is een van de schaarsere endemen van het eiland.
Geluid
De zang is een wat raspende, korte frase, ongeveer tik-zwie-swisiwis-joe, met nadruk op de tweede en de laatste toon, die enigszins aan het suikerdiefje doet denken.
Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
13–14 cm, met een forse, zwarte, kegelvormige snavel en roze poten. Het mannetje is geheel zwart. Het vrouwtje is bruin op de bovendelen, met een grijze kruin die duidelijk afsteekt tegen de rug, en beige op de onderdelen. Jonge vogels lijken op het vrouwtje.
Verwarringssoorten
Het Antillendikbekje Loxigilla noctis is iets groter, met een relatief kleinere snavel en donkere poten; het mannetje heeft een roestrode keel, een roestrode vlek boven de teugel en een roestrode onderstaart, het vrouwtje olijfbruin met oranjebruine onderstaart en zonder grijze kruin. Het mannetje van de glanskoevogel Molothrus bonariensis is glanzend paarszwart, met een spitsere snavel en langere staart, en leeft in open terrein.
Leefgebied
Vochtig groenblijvend bos en bergbos met dichte ondergroei, secundair bos en, plaatselijk, droog bos en struweel, tot ongeveer 950 m. Het zwaartepunt ligt in het vochtiger, hoger gelegen bos. De vogel foerageert vooral laag in de ondergroei en op de grond, op zaden, vruchten en insecten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Saint Lucia, vooral in de bosgebieden in het midden en zuiden van het eiland en plaatselijk in het droge bos van het noordoosten. Buiten Saint Lucia komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Bospaden in de bosreservaten van het binnenland, zoals Edmund Forest Reserve en Des Cartiers, zijn de beste plekken. De vogel zit laag en stil; de zang en het geritsel in de bladeren op de grond zijn de eerste aanwijzingen. Een geheel zwart mannetje met roze poten onderscheidt hem van het algemene Antillendikbekje.
Staat van instandhouding
Bedreigd. De populatie is klein en waarschijnlijk afnemend. Verlies van bos en predatie door ingevoerde dieren, zoals ratten en de mangoeste, worden als belangrijkste bedreigingen genoemd.
Wetenschappelijke naam
Melanospiza richardsoni | (Cory, 1886)
Cory beschreef de soort in 1886 als Loxigilla richardsoni; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melanospiza werd in 1897 ingevoerd door Ridgway. Melanospiza is Grieks, van melas 'zwart' en spiza 'vink': 'zwarte vink'. richardsoni eert de Amerikaanse verzamelaar Richardson die de typeexemplaren op Saint Lucia bijeenbracht; welke Richardson (W.B. of W.E.) bedoeld is, is omstreden. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bergen van Saint Lucia.



