Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Sargassopijlstormvogel
Sargassopijlstormvogel | Puffinus lherminieri
Sargasso Shearwater | Pardela de Sargazo
De sargassopijlstormvogel is de enige pijlstormvogel die in het Caribisch gebied broedt. Hij werd lang tot de Audubons pijlstormvogel gerekend, een soortgroep die tegenwoordig in meerdere soorten is gesplitst. De naam verwijst naar de Sargassozee, waar veel vogels buiten de broedtijd foerageren. In het gebied is hij het hele jaar te zien, het meest in de buurt van de broedeilandjes.
Geluid
Op zee stil. In de kolonie 's nachts twitterende en miauwende roepen, zowel in de lucht als vanuit de nestholten.
Opname: William Mackin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
29–31 cm. Kleine, gedrongen, zwart-witte pijlstormvogel met korte, brede vleugels en een relatief lange staart. Bovendelen, kop tot onder het oog en staart zwartbruin; onderdelen en ondervleugel wit met een brede donkere rand. De onderstaartdekveren zijn donker, vaak het beste kenmerk. Snavel slank en donker, poten roze. Vliegt laag over het water met reeksen snelle, fladderende slagen en korte glijvluchten; bij harde wind wordt meer gezweefd. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De noordse pijlstormvogel Puffinus puffinus is groter, met langere, smallere vleugels, witte onderstaartdekveren, een witte halve maan achter de oorstreek en een rustiger vlucht met langere glijvluchten. De kleine pijlstormvogel Puffinus baroli uit Macaronesië, uit het gebied alleen als zeer zeldzame dwaalgast gemeld, heeft meer wit in het gezicht en witte onderstaartdekveren. De grotere zwartkapstormvogel Pterodroma hasitata heeft een wit voorhoofd, een witte stuit en een hoge, zwaaiende vlucht.
Leefgebied
Open zee en kustwater, ook boven diep water dicht bij de eilanden; foerageert vaak bij drijvend sargassowier en samen met sterns boven scholen roofvis. Eet kleine vis, inktvis en kreeftachtigen, gepikt van het oppervlak of gevangen met korte duiken. Broedt in rotsspleten, holten en holen op kleine, meestal onbewoonde eilandjes, cayos en steile kusten, en bezoekt de kolonies alleen 's nachts. Legt één wit ei.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Broedvogel op de Bahama's, waar het grootste deel van de populatie broedt, en verder op de Turks- en Caicoseilanden, plaatselijk op eilandjes rond de Grote Antillen, op de Maagdeneilanden, verspreid in de Kleine Antillen en op Tobago. Op zee in de wateren van vrijwel het hele gebied. Buiten de broedtijd blijven veel vogels in de buurt, terwijl andere naar de Golfstroom voor de oostkust van de Verenigde Staten en naar de Sargassozee trekken.
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Overdag vaak te zien vanaf veerboten tussen de eilanden en vanaf kapen, het meest in de broedtijd in de buurt van kolonies; 's avonds en 's nachts zijn boven de broedeilandjes de roepen te horen. Kolonies zijn kwetsbaar en worden het best niet betreden.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd volgens de IUCN. In het Caribisch gebied zijn veel kolonies klein of verdwenen. Ingevoerde ratten, katten en mangoesten, het verzamelen van eieren en jongen, verstoring en bebouwing van broedeilandjes zijn de belangrijkste bedreigingen; op zee spelen olie- en plasticvervuiling een rol.
Wetenschappelijke naam
Puffinus lherminieri | Lesson, 1839
Lesson beschreef de soort in 1839 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Puffinus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Puffinus komt van het Engelse puffin en varianten daarvan, de naam voor het gezouten jong van de pijlstormvogel, vroeger een lekkernij. lherminieri eert de Franse natuuronderzoeker Félix Louis L'Herminier (1779–1833), die op Guadeloupe werkte en daar vogels verzamelde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Antillen (Saint-Barthélemy, Guadeloupe).



