Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Roodstaartbuizerd
Roodstaartbuizerd | Buteo jamaicensis
Red-tailed Hawk | Guaraguao colirrojo
De roodstaartbuizerd is de grootste en meest geziene buizerd van de noordelijke eilanden. Zijn wetenschappelijke naam is naar Jamaica genoemd, waar de soort voor het eerst beschreven werd. Op de eilanden leven twee standvogelondersoorten: jamaicensis op Jamaica, Hispaniola, Puerto Rico en de eilanden ten oosten daarvan, en solitudinis op Cuba en de Bahama's. Op Puerto Rico en in de Dominicaanse Republiek heet hij guaraguao, op Cuba gavilán colorado.
Geluid
Een hese, raspende schreeuw die hoog begint en naar beneden glijdt, ongeveer kie-ieeeer, twee tot drie seconden lang, vaak vanuit de zweefvlucht. Jongen bedelen met een jammerend klie-uk.
Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
45–65 cm, zwaar gebouwd, met brede, ronde vleugels en een brede, korte staart. Vrouwtjes zijn duidelijk groter dan mannetjes. Volwassen vogels zijn van boven donkerbruin, vaak met lichte vlekken op de schouders; de onderdelen zijn wit tot licht geelbruin met een band van donkere strepen over de buik. De staart is van boven roestrood, van onderen roze-oranje. In vlucht vallen een donkere streep langs de voorrand van de binnenvleugel en een donkere vlek bij de vleugelboeg op. Jonge vogels hebben een bruingrijze staart met veel smalle donkere banden, lichtere ogen en sterker gestreepte onderdelen. De Caribische vogels zijn vrij donker en hebben vaak een roodbruine waas op de flanken.
Verwarringssoorten
De breedvleugelbuizerd Buteo platypterus is veel kleiner, met een roodbruin gebandeerde borst en een zwart-wit gebandeerde staart. Ridgways buizerd Buteo ridgwayi op Hispaniola is klein en grijs, met een gebandeerde staart. De Cubaanse zwarte buizerd Buteogallus gundlachii is donker met lange poten en een korte, zwarte staart met een witte band. De visarend Pandion haliaetus heeft een wit lijf, een donkere oogstreep en geknikte vleugels.
Leefgebied
Bijna elk landschap met hoge zitplaatsen en open plekken: droog en vochtig bos, bergbos, pijnbos, kliffen en rotshellingen, savanne, weiland en landbouwgebied, tot in dorpen en aan de rand van steden. Jaagt vanaf een hoge post of vanuit zweefvlucht op ratten, hagedissen, slangen en vogels. Broedt op een groot takkennest in een hoge boom, op een palm of tegen een rotswand.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Standvogel op de noordelijke Bahama's (onder meer Grand Bahama, Abaco, Andros en New Providence), Cuba en Isla de la Juventud, Jamaica, Hispaniola, Puerto Rico, de Maagdeneilanden en de noordelijke Kleine Antillen van Sint Maarten en Saint-Barthélemy tot Saba, Sint Eustatius, Saint Kitts en Nevis. Noord-Amerikaanse vogels bereiken in de winter zelden de Bahama's en Cuba. Buiten het gebied van Alaska en Canada tot Panama.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op de Grote Antillen vrijwel overal te zien boven open land en bergruggen, vooral in de late ochtend als de vogels opstijgen. Zittende vogels zijn te bekijken op palmen, palen en kale bomen langs wegen; de roestrode staart is pas goed te zien als de vogel in de zon draait.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is op de meeste eilanden algemeen en profiteert van open en halfopen landschap. Afschieten uit vrees voor kippen en elektrocutie aan hoogspanningsmasten zijn plaatselijke risico's.
Wetenschappelijke naam
Buteo jamaicensis | (Gmelin, 1788)
Gmelin beschreef de soort in 1788 als Falco jamaicensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Buteo werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Buteo is het Latijnse woord voor een buizerd. jamaicensis betekent 'van Jamaica', waar het type vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.






