Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Roodsnavelwimpelstaart
Roodsnavelwimpelstaart | Trochilus polytmus
Red-billed Streamertail | Colibrí portacintas piquirrojo
De roodsnavelwimpelstaart is een kolibrie die alleen op Jamaica voorkomt en daar de nationale vogel is, op het eiland bekend als doctor bird. Het mannetje draagt twee staartpennen die meer dan de helft van zijn totale lengte uitmaken. In het uiterste oosten van het eiland wordt de soort vervangen door de zwartsnavelwimpelstaart.
Geluid
Een luid, metaalachtig ting of tiet, en een aanhoudend twink-twink-twink dat aan het eind daalt. Het mannetje maakt in de vlucht een snorrend, zoemend geluid dat samenvalt met de vleugelslag en ontstaat aan de achtste handpen.
Opname: Bobby Wilcox — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
10–25 cm; het vrouwtje meet ongeveer 10,5 cm, het mannetje 22–25 cm, waarvan 10–13 cm voor rekening komt van twee sterk verlengde, zwarte staartpennen. Deze wimpels kruisen elkaar in rust en golven in de vlucht achter de vogel aan. Het mannetje is glanzend smaragdgroen met een zwarte kruin en donkere vleugels. De snavel is koraalrood met een zwarte punt. Het vrouwtje is groen van boven en wit van onder, met groene vlekjes op de flanken; de staart is kort, met witte punten aan de buitenste pennen.
Verwarringssoorten
De zwartsnavelwimpelstaart Trochilus scitulus is gelijk van bouw en kleed, maar heeft een geheel zwarte snavel; in de smalle zone waar de twee elkaar raken komen mengvormen voor, met een snavel die gedeeltelijk rood is. De Jamaicaanse mango Anthracothorax mango is groter en donker purperzwart, met een gebogen zwarte snavel en geen wimpels. De dwergkolibrie Mellisuga minima is veel kleiner, rond 6 cm, met een korte, rechte zwarte snavel en dofgroene bovendelen.
Leefgebied
Vrijwel elk bebost en halfopen terrein met bloeiende planten, van zeeniveau tot ongeveer 1.500 m: vochtig bergbos, laaglandbos, secundair bos, het kalksteenbos van Cockpit Country, koffieplantages, tuinen en parken. Mijdt mangrove en de droogste gebieden. Zuigt nectar uit een breed scala aan inheemse en ingevoerde bloemen en vangt kleine insecten in de vlucht.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Jamaica, over vrijwel het hele eiland behalve het uiterste oosten, waar de zwartsnavelwimpelstaart voorkomt; de grens ligt in het oosten van het eiland, in een smalle overgangszone. Het meest talrijk op middelhoge hoogte. Buiten Jamaica komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Overal op Jamaica in tuinen met bloeiende struiken, ook in Kingston en in de toeristische kustplaatsen. Bij Rocklands, in de heuvels boven Montego Bay, komen de vogels al tientallen jaren af op suikerwater dat bezoekers in een flesje vasthouden, en zijn ze van zeer dichtbij te zien. Mannetjes met volledige wimpels zijn het best te fotograferen wanneer ze op een vaste uitkijkpost terugkeren.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is talrijk en past zich goed aan tuinen en plantages aan. Het oorspronkelijke bos van Jamaica is wel sterk ingekrompen, en orkanen kunnen tijdelijk de bloei en daarmee het voedselaanbod verminderen.
Wetenschappelijke naam
Trochilus polytmus | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Trochilus voerde hij in datzelfde werk in. Trochilus komt van het Griekse trokhilos, een klein vogeltje dat volgens Herodotus de tanden van krokodillen schoonpikte; Linnaeus gaf de naam aan de kolibries. polytmus komt van het Griekse polutimos 'kostbaar, zeer waardevol', naar het juweelachtige verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.




