Alle soorten › Zangvogels › Manakins › Prachtmanakin

Prachtmanakin | Chiroxiphia pareola

Blue-backed Manakin | Saltarín dorsiazul

De prachtmanakin komt in het gebied alleen op Tobago voor en is daar een van de bekendste bosvogels. De mannetjes baltsen niet tegen elkaar, maar samen: twee of meer vogels voeren op een kale tak een gecoördineerde dans uit voor een vrouwtje. De vogels van Tobago behoren tot de ondersoort atlantica, die groter is dan die van het vasteland en meer rood op de kruin en meer blauw op de rug heeft. Ze is wel als aparte soort voorgesteld, maar wordt door de grote soortenlijsten niet zo behandeld.

Prachtmanakin (Chiroxiphia pareola)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een helder, fluitend tsjoe-wiet en een wie-wie-TSJOEP, dat twee mannetjes vaak precies tegelijk laten horen. Tijdens de dans klinkt bij de sprongen een nasaal, zoemend wrrrr.

Luister: RoepXC1082567

Opname: Sidnei Dantas — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

12–14 cm, gedrongen, met een korte staart. Het mannetje is fluweelzwart, met een lichtblauw rugschild en een rode kap op de kruin; de poten zijn oranjeachtig. Het vrouwtje is olijfgroen, op de onderdelen lichter en naar de buik toe grijzig, eveneens met oranjeachtige poten. Jonge mannetjes zijn eerst groen als het vrouwtje en krijgen in de loop van enkele jaren de rode kap en daarna de blauwe rug; groene vogels met een rode kruin zijn onvolwassen mannetjes.

Verwarrings­soorten

Op Tobago geen andere manakin; het volwassen mannetje lijkt daar op geen andere soort. Vrouwtjes en jonge mannetjes zijn van kleine olijfkleurige tirannen en vireo's te onderscheiden door de gedrongen bouw, de korte staart, de korte snavel en de oranjeachtige poten. De goudkopmanakin Ceratopipra erythrocephala en de bonte manakin Manacus manacus leven op Trinidad en komen op Tobago niet voor.

Leefgebied

Droog en vochtig loofbos en tweede groei met een dichte onderlaag. Eet vooral kleine vruchten en bessen, aangevuld met insecten. De mannetjes dansen in een vast baltsterrein op een kale tak laag boven de grond, ongeveer 60–80 cm hoog: om beurten springen ze op en vliegen ze over elkaar heen. Het vrouwtje bouwt alleen een klein komnest van bladeren, worteltjes, vezels en spinrag laag in een vork van een struik; de twee eieren worden 17–20 dagen bebroed. Op Tobago valt het begin van het broedseizoen rond maart.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op Tobago, waar de soort in bos en tweede groei over een groot deel van het eiland voorkomt; op Trinidad ontbreekt ze. Buiten het gebied in het noordoosten van Zuid-Amerika, van het oosten van Venezuela door de Guyana's, en in delen van het Amazonebekken en het oosten van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In bosgebieden op Tobago, onder meer langs de bospaden van de Main Ridge. Een dansplaats is op te sporen aan de synchrone fluittonen van de mannetjes; stil wachten bij zo'n plek in de ochtend geeft de beste kans de dans te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Op Tobago algemeen. Als eilandpopulatie is ze kwetsbaar voor orkanen, die het bos plaatselijk zwaar kunnen beschadigen.

Wetenschappelijke naam

Chiroxiphia pareola | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als [Pipra] pareola; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chiroxiphia werd in 1847 ingevoerd door Cabanis. Chiroxiphia is Grieks, van kheir 'hand' en xiphos 'zwaard', naar de smalle, zwaardvormige buitenste handpennen van de mannetjes. pareola is nieuw-Latijn voor 'meesje', verkleinwoord van Parus 'mees': Edwards beschreef de soort als een mees met blauwe rug. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.