Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Piraattiran

Piraattiran | Legatus leucophaius

Piratic Flycatcher | Papamoscas pirata

De piraattiran is een kleine, gestreepte tiran van het Neotropisch vasteland die in het Caribisch gebied op Trinidad en Tobago voorkomt. Hij bouwt geen eigen nest, maar neemt de gesloten of hangende nesten van andere vogels over, vooral die van buidelspreeuwen en andere tirannen. Zijn eentonige fluitroep is in het broedseizoen een vertrouwd geluid aan bosranden.

Piraattiran (Legatus leucophaius)
Foto: Mike's Birds from Riverside, CA, US — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide, hoge, stijgend en dalend gefloten wsieEEEie, vaak lange tijd herhaald vanaf een hoge, kale tak; daarnaast een rollend pie-ri-ri-ri, vooral rond het nest.

Luister: ZangXC1179729

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–17 cm, gedrongen, met een korte, brede, zwarte snavel. De kruin is zwartachtig met een verborgen gele kruinvlek. Een witachtige wenkbrauwstreep loopt rond de achterkop, de wang is donker en een witte keel wordt begrensd door een donkere baardstreep. De bovendelen zijn egaal donker grijsbruin, zonder roestbruin in vleugels of staart. De onderdelen zijn geelachtig wit met vage donkere strepen op borst en flanken. Jonge vogels missen de gele kruinvlek en zijn bruiner.

Verwarrings­soorten

De bonte tiran Empidonomus varius heeft een vergelijkbaar koppatroon, maar is groter, met duidelijk lichte veerranden op de rug, roestbruine stuit en staartranden en scherpere borststreping. De gestreepte tiran Myiodynastes maculatus is veel groter en zwaarder gesnaveld, met gestreepte bovendelen en een roestbruine staart. De grote kiskadie Pitangus sulphuratus is veel groter, met een helder gele, ongestreepte onderzijde.

Leefgebied

Randen en open plekken van vochtig bos, hoge bomen in open terrein, cacao- en andere plantages met schaduwbomen en tuinen, vooral waar buidelspreeuwen broeden. Jaagt vanaf een hoge zitplaats op insecten, maar eet ook veel vruchten, zoals bessen van maretakken. Een paar verjaagt de bouwers van een nest door ze herhaaldelijk lastig te vallen, verwijdert hun eieren en legt dan zelf.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Trinidad en Tobago. Buiten het gebied van Mexico door Midden-Amerika tot in het noorden van Argentinië; de noordelijkste en zuidelijkste populaties trekken weg buiten het broedseizoen.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het broedseizoen aan bosranden en bij kolonies van buidelspreeuwen in de Northern Range van Trinidad, bijvoorbeeld rond het Asa Wright Nature Centre. De aanhoudende fluitroep vanaf een kale boomtop verraadt de vogel.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en verdraagt open en verstoord terrein met verspreide hoge bomen.

Wetenschappelijke naam

Legatus leucophaius | (Vieillot, 1818)

Vieillot beschreef de soort in 1818 als Platyrhynchos leucophaius; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Legatus werd in 1859 ingevoerd door Sclater. Legatus is Latijn voor 'gezant, landvoogd', van legare 'aanstellen'; waarom Sclater deze naam koos, is niet bekend. leucophaius is Grieks, van leukos 'wit' en phaios 'donker': 'witachtig grijs', naar het verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.