Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Osburns vireo

Osburns vireo | Vireo osburni

Blue Mountain Vireo | Vireo de Osburn

Osburns vireo is een forse, sobere vireo die alleen in de bergbossen van Jamaica voorkomt. Hij leeft verborgen in de dichte middelste laag van het bos en wordt veel vaker gehoord dan gezien. Met een gewicht van ongeveer 20 gram is het een van de zwaarste vireo's van het gebied, ondanks een lichaamslengte die niet groter is dan die van de baardvireo.

Osburns vireo (Vireo osburni)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een trillerend of borrelend gefluit dat licht in toonhoogte daalt, vaak vanuit dichte begroeiing. De roep is een hees, rollend brrr dat aan het eind daalt.

Luister: ZangXC308417

Opname: Ross Gallardy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12,5–15 cm, robuust, met een dikke, donkere snavel. De kop is grijsbruin, het gezicht effen, zonder oogring, wenkbrauwstreep of baardstreep. De bovendelen zijn grijsbruin met een olijfkleurige tint; de vleugels missen vleugelstrepen, de slagpennen hebben grijsgroene randen. De keel is vuilwit met een gele zweem, de bovenborst gevlekt geel en grijsbruin, de rest van de onderdelen geelachtig wit met gelere flanken. De iris is bruin, de poten grijs. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De Jamaicaanse vireo Vireo modestus is veel kleiner, met twee witte vleugelstrepen, een lichte bril en een lichte iris. De baardvireo Vireo altiloquus, in de zomer op Jamaica, heeft een witte wenkbrauwstreep, een zwarte baardstreep en een rode iris. De Jamaicaanse elenia Myiopagis cotta is kleiner en slanker, met een dunne snavel en een verborgen gele kruinvlek, en zit rechtop als een tiran.

Leefgebied

Vochtig tot nat bergbos op kalksteen en vulkanisch gesteente, nevelwoud en hoger gelegen bos; daarnaast koffieplantages met schaduwbomen en tuinen, maar alleen waar die grenzen aan bos. Wordt meestal genoemd vanaf ongeveer 500 m, maar komt plaatselijk lager voor. Foerageert in de middelste laag op grote insecten, slakken en bessen. Over het broeden is weinig bekend.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Jamaica, verspreid over het heuvel- en bergland, onder meer in de Blue Mountains, de John Crow Mountains en Cockpit Country. Het bezette gebied binnen dit areaal is klein. Buiten Jamaica komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het meest kansrijk in het bos van de Blue Mountains, bijvoorbeeld rond Hardwar Gap, en in Cockpit Country. De trillerende zang is het beste aanknopingspunt; de vogel zelf zit vaak stil in dicht bladerwerk en laat zich pas na lang wachten zien.

Staat van instandhouding

Gevoelig (near threatened). De populatie lijkt af te nemen door het verdwijnen van bergbos voor koffie- en dennenplantages, houtskoolproductie, branden, kleinschalige landbouw en bebouwing.

Wetenschappelijke naam

Vireo osburni | (Sclater, 1861)

Sclater beschreef de soort in 1861 als Laletes osburni; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot. Vireo werd door Latijnse schrijvers gebruikt voor een kleine, groene trekvogel, waarschijnlijk de wielewaal; ook de groenling is voorgesteld. osburni eert W. Osburn, die in Jamaica vogels verzamelde en het typexemplaar vond; hij overleed kort voor de beschrijving in 1861. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Freeman's Hall, Trelawny, Jamaica.