Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Kleine blauwe reiger
Kleine blauwe reiger | Egretta caerulea
Little Blue Heron | Garceta azul
De kleine blauwe reiger is een middelgrote, slanke reiger die in het hele gebied algemeen is, van mangrove en zoutpannen tot vijvers en rijstvelden. Kenmerkend is het verschil tussen de leikleurige volwassen vogels en de spierwitte jonge vogels, die in hun eerste jaar vaak voor zilverreigers worden aangezien.
Geluid
Meestal stil. Bij de kolonie en bij verstoring een schor, raspend gerr en kwakende geluiden.
Opname: Valerie Heemstra — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
56–74 cm, slank, met een vrij dikke, iets neerwaarts gebogen snavel. Volwassen vogels zijn donker leiblauw, met een paarsbruine kop en hals; in het broedkleed hebben ze lange, rafelige pluimen op kop, hals en rug. De snavel is blauwgrijs met een zwarte punt, de teugel grijsblauw en de poten zijn dof groenig tot grijs. Jonge vogels zijn wit met donkere punten aan de handpennen, groenige poten en dezelfde tweekleurige snavel. In de rui naar het volwassen kleed, in het eerste voorjaar, zijn ze onregelmatig blauw en wit gevlekt.
Verwarringssoorten
Jonge vogels lijken op de Amerikaanse kleine zilverreiger Egretta thula en de kleine zilverreiger Egretta garzetta, maar die hebben een geheel zwarte snavel, zwarte poten met gele voeten en geen donkere vleugelpunten. De witbuikreiger Egretta tricolor heeft een witte buik en een langere, dunnere snavel. De roodhalsreiger Egretta rufescens is groter, met een roze snavel met zwarte punt en een rafelige roodbruine hals. De Amerikaanse blauwe reiger Ardea herodias is veel groter en lichter grijs.
Leefgebied
Mangrove, getijdenvlakten, zoute lagunes en zoutpannen, maar ook zoetwatervijvers, moerassen, rivieroevers, rijstvelden en natte weiden. Jaagt overwegend stil staand of langzaam lopend op vis, krabben, kikkers en insecten. Broedt in kolonies, vaak samen met andere reigers, in mangrove of struiken boven het water.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Standvogel op vrijwel alle eilanden van het gebied: de Bahama's, de Turks- en Caicoseilanden, Cuba, de Kaaimaneilanden, Jamaica, Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek), Puerto Rico, de Maagdeneilanden, de Kleine Antillen, de ABC-eilanden, San Andrés en Trinidad en Tobago. In de winter komen er trekvogels uit Noord-Amerika bij. Buiten het gebied van het oosten en zuiden van de Verenigde Staten via Mexico en Midden-Amerika tot in Peru en het zuidoosten van Brazilië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Vrijwel elk wetland, van mangrovekust tot vijvers in parken en op golfbanen. Witte vogels zijn het best van zilverreigers te onderscheiden aan de tweekleurige snavel, de groenige poten en de langzame, afwachtende jachtwijze.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is algemeen en past zich aan veel soorten water aan, ook door de mens aangelegd. Kolonies zijn gevoelig voor verstoring en voor het kappen van mangrove; op sommige eilanden worden reigers bejaagd.
Wetenschappelijke naam
Egretta caerulea | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Ardea caerulea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Egretta werd in 1817 ingevoerd door Forster. Egretta komt van het Provençaalse aigrette, de naam voor de kleine zilverreiger, een verkleinvorm van aigron 'reiger'. caerulea is Latijn voor 'blauw', naar het leigrijsblauwe verenkleed van de volwassen vogel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit South Carolina.






