Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Jamaicatiran
Jamaicatiran | Myiarchus barbirostris
Sad Flycatcher | Copetón triste
De Jamaicatiran is de kleinste Myiarchus-soort en komt alleen op Jamaica voor. Hij is een bosvogel die vanaf een zitplaats in de middelste laag naar insecten uitvalt. Op Jamaica leven nog twee andere Myiarchus-soorten, waarvan hij zich door grootte, kleur en roep onderscheidt.
Geluid
Een nadrukkelijk pip, pip-pip en soms een stijgend pip-pip-piree.
Opname: Ross Gallardy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
16–17 cm, met een korte kuif. De kruin is donker rookbruin en steekt af tegen de olijfkleurige, enigszins roestig getinte bovendelen. Keel en bovenborst zijn grijzig, de rest van de onderdelen citroengeel. Vleugels en staart zijn donker, met smalle lichte randen. Snavel en poten zijn zwart. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De oranjestaarttiran Myiarchus validus is duidelijk groter, met veel roestbruin in vleugels en staart. De dikkoptiran Myiarchus stolidus is groter en bleker, met lichtere, minder gele onderdelen en witte randen aan de vleugelpennen. De Jamaicapiewie Contopus pallidus mist de gele buik en de kuif en zit rechtop op een uitkijkpost.
Leefgebied
Vooral groenblijvend bos en bosland, zowel in het laagland als in de bergen, van zeeniveau tot ongeveer 2000 m; in mindere mate droog laaglandbos en open bos op grote hoogte, en mangrove wordt grotendeels gemeden. Jaagt op kleine insecten vanaf een zitplaats op 3–9 m hoogte en keert vaak naar dezelfde tak terug. Broedt van april tot juni in een holte, zoals een oud spechtenhol, met een legsel van drie of vier eieren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Alleen op Jamaica, over het hele eiland waar bos staat. Buiten het broedseizoen concentreren de vogels zich op middelhoge hoogte. Buiten Jamaica komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In vrijwel elk bosgebied op Jamaica, zoals de Blue Mountains, de John Crow Mountains en Cockpit Country. Het korte pip is vaak het eerste teken; de donkere kap, de kleine maat en de citroengele buik onderscheiden de vogel van de andere twee Myiarchus-soorten van het eiland.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort is wijdverspreid in de bossen van Jamaica, maar is afhankelijk van bos en dus gevoelig voor ontbossing.
Wetenschappelijke naam
Myiarchus barbirostris | (Swainson, 1827)
Swainson beschreef de soort in 1827 als Tyrannula barbirostris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiarchus werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Myiarchus is Grieks, van muia 'vlieg' en arkhos 'heerser': 'vliegenvorst'. barbirostris is Latijn, van barba 'baard' en rostrum 'snavel', naar de borstelveren aan de snavelbasis. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica (oorspronkelijk abusievelijk 'Mexico').




