Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Jamaicatiran

Jamaicatiran | Myiarchus barbirostris

Sad Flycatcher | Copetón triste

De Jamaicatiran is de kleinste Myiarchus-soort en komt alleen op Jamaica voor. Hij is een bosvogel die vanaf een zitplaats in de middelste laag naar insecten uitvalt. Op Jamaica leven nog twee andere Myiarchus-soorten, waarvan hij zich door grootte, kleur en roep onderscheidt.

Jamaicatiran (Myiarchus barbirostris)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een nadrukkelijk pip, pip-pip en soms een stijgend pip-pip-piree.

Luister: ZangXC308423

Opname: Ross Gallardy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–17 cm, met een korte kuif. De kruin is donker rookbruin en steekt af tegen de olijfkleurige, enigszins roestig getinte bovendelen. Keel en bovenborst zijn grijzig, de rest van de onderdelen citroengeel. Vleugels en staart zijn donker, met smalle lichte randen. Snavel en poten zijn zwart. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De oranjestaarttiran Myiarchus validus is duidelijk groter, met veel roestbruin in vleugels en staart. De dikkoptiran Myiarchus stolidus is groter en bleker, met lichtere, minder gele onderdelen en witte randen aan de vleugelpennen. De Jamaicapiewie Contopus pallidus mist de gele buik en de kuif en zit rechtop op een uitkijkpost.

Leefgebied

Vooral groenblijvend bos en bosland, zowel in het laagland als in de bergen, van zeeniveau tot ongeveer 2000 m; in mindere mate droog laaglandbos en open bos op grote hoogte, en mangrove wordt grotendeels gemeden. Jaagt op kleine insecten vanaf een zitplaats op 3–9 m hoogte en keert vaak naar dezelfde tak terug. Broedt van april tot juni in een holte, zoals een oud spechtenhol, met een legsel van drie of vier eieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Jamaica, over het hele eiland waar bos staat. Buiten het broedseizoen concentreren de vogels zich op middelhoge hoogte. Buiten Jamaica komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In vrijwel elk bosgebied op Jamaica, zoals de Blue Mountains, de John Crow Mountains en Cockpit Country. Het korte pip is vaak het eerste teken; de donkere kap, de kleine maat en de citroengele buik onderscheiden de vogel van de andere twee Myiarchus-soorten van het eiland.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is wijdverspreid in de bossen van Jamaica, maar is afhankelijk van bos en dus gevoelig voor ontbossing.

Wetenschappelijke naam

Myiarchus barbirostris | (Swainson, 1827)

Swainson beschreef de soort in 1827 als Tyrannula barbirostris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiarchus werd in 1844 ingevoerd door Cabanis. Myiarchus is Grieks, van muia 'vlieg' en arkhos 'heerser': 'vliegenvorst'. barbirostris is Latijn, van barba 'baard' en rostrum 'snavel', naar de borstelveren aan de snavelbasis. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica (oorspronkelijk abusievelijk 'Mexico').