Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Hispaniolapalmkraai

Hispaniolapalmkraai | Corvus palmarum

Hispaniolan Palm Crow | Cuervo palmero

De Hispaniolapalmkraai is een middelgrote, geheel zwarte kraai van Hispaniola, vooral van de pijnbossen in de bergen. Hij werd lang samen met de Cubaanse palmkraai als één soort beschouwd; sinds 1997 behandelen de meeste indelingen beide als afzonderlijke soorten, maar de IUCN houdt ze nog samen. Een kenmerkende gewoonte is het naar beneden slaan van de staart bij het roepen.

Hispaniolapalmkraai (Corvus palmarum)
Foto: ntitelbaum — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een rauw, nasaal aaar en een tweelettergrepig cao-cao, waaraan de Spaanse naam cao ontleend is. Bij het roepen slaat de vogel de staart met een tik naar beneden.

Luister: RoepXC819151

Opname: Johan Chaves — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

34–38 cm, met een vrij korte, zwarte snavel en goed ontwikkelde neusveren. Geheel zwart; in vers verenkleed met veel blauwpaarse glans op mantel en vleugeldekveren, in versleten kleed dof bruinzwart. De iris is donkerbruin, de poten zwart. Mannetjes zijn iets groter dan vrouwtjes; jonge vogels zijn doffer.

Verwarrings­soorten

De witnekkraai Corvus leucognaphalus is duidelijk groter, met een langere, zwaardere snavel en een rode iris; hij maakt borrelende, gevarieerde geluiden en zweeft vaak hoog boven het bos. De Antilliaanse troepiaal Quiscalus niger is veel kleiner en slanker, met een gele iris en een gekielde staart.

Leefgebied

Vooral pijnbos in de bergen, daarnaast droog tot vochtig loofbos, droog struikgewas en heuvelland, en in Haïti ook groenblijvend laaglandbos en cultuurland met palmen. Van zeeniveau tot ongeveer 3000 m, meestal tussen 750 en 2000 m. Eet vruchten, zaden en ongewervelden, op de grond en in bomen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Hispaniola, in een aantal gebieden in Haïti en in het westen van de Dominicaanse Republiek, vooral in de gebergten zoals de Sierra de Bahoruco en de Cordillera Central. Buiten Hispaniola komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De pijnbossen van de Sierra de Bahoruco en de Cordillera Central in de Dominicaanse Republiek bieden de meeste kans. Het nasale aaar en de neerslaande staart bij het roepen onderscheiden de soort van de witnekkraai, die in dezelfde gebieden kan voorkomen.

Staat van instandhouding

De IUCN behandelt de Hispaniolaanse en Cubaanse palmkraai als één soort en beschouwt die als niet bedreigd. In de Dominicaanse Republiek staat de soort op de nationale lijst als bedreigd, door ontbossing, jacht en schieten voor de sport.

Wetenschappelijke naam

Corvus palmarum | Württemberg, 1835

Württemberg beschreef de soort in 1835 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Corvus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Corvus is het Latijnse woord voor 'raaf'. palmarum is Latijn voor 'van de palmen', naar de palmrijke landschappen waarin deze kraai leeft. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit omgeving van de Cordillera Central (Cibao), Dominicaanse Republiek.