Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Hispaniola-elenia

Hispaniola-elenia | Elaenia cherriei

Hispaniolan Elaenia | Fiofío de La Española

De Hispaniola-elenia is een kleine, olijfgrijze tiran van de bergbossen van Hispaniola. Lange tijd gold ze als ondersoort van de Antillenelenia, samen met de Blue Mountain-elenia Elaenia fallax van Jamaica. In 2025 werden beide populaties op grond van DNA-onderzoek, kleine verschillen in kleed en vooral duidelijke verschillen in geluid als aparte soorten erkend.

Hispaniola-elenia (Elaenia cherriei)
Foto: dominic sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roepen en de zang wijken duidelijk af van die van de Jamaicaanse Blue Mountain-elenia en vormden een belangrijk argument voor de splitsing. Te horen zijn hoge, ijle, deels zoemende roepjes en korte, herhaalde frasen, vooral in de vroege ochtend.

Luister: OpnameiNaturalist

Opname: Zac Peterson — CC BY 4.0 · Omgezet naar mp3, mono, ongewijzigde lengte · iNaturalist

Herkenning

Ongeveer 15 cm, slank, met een korte, smalle snavel waarvan de ondersnavel een lichte basis heeft. De bovendelen zijn grijsachtig olijf, de kop iets grijzer, met een kleine kuif waarin een witte kruinvlek meestal verborgen blijft. Teugel en een smalle oogring zijn licht. De vleugel toont twee duidelijke witte vleugelstrepen en lichte randen aan de binnenste armpennen. Keel en borst zijn grijsachtig wit, de buik en de onderstaartdekveren lichtgeel. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De Hispaniolapiewie Contopus hispaniolensis is donkerder en egaler, zonder duidelijke vleugelstrepen, heeft een bredere snavel en vliegt vanaf een vaste uitkijkpost naar insecten uit. De dikkoptiran Myiarchus stolidus is groter, met een zwaardere snavel, een gelere buik en lichte randen aan de vleugelpennen. De dennenzanger Setophaga pinus deelt het pijnbos en heeft ook witte vleugelstrepen, maar heeft een fijne, spitse zangerssnavel, een gelige keel en borst en foerageert beweeglijker.

Leefgebied

Pijnbos en de randen en open plekken van vochtig loofbos en nevelwoud in de bergen; in het laagland ontbreekt de soort grotendeels. Foerageert op insecten en kleine vruchten, door ze van bladeren te pikken, bij bladeren te bidden of korte uitvallen te doen, alleen, in paren of in gemengde groepen met andere bosvogels. Over de broedbiologie van deze soort is weinig gepubliceerd.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Hispaniola. In de Dominicaanse Republiek vooral in de Cordillera Central en de Sierra de Bahoruco, in Haïti in het Massif de la Selle en het Massif de la Hotte. Buiten Hispaniola komt de soort niet voor; de verwante Blue Mountain-elenia leeft op Jamaica.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het pijnbos van de Sierra de Bahoruco en de hogere delen van de Cordillera Central, bijvoorbeeld rond Valle Nuevo, zijn de beste plekken. De vogels zijn het actiefst in de vroege ochtend en lopen vaak mee in gemengde groepen; de witte vleugelstrepen en de korte snavel onderscheiden ze dan van piewies en zangers.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het bergbos van Hispaniola staat wel onder druk door houtkap, bosbranden en de uitbreiding van landbouw, vooral in Haïti, waar weinig bos over is.

Wetenschappelijke naam

Elaenia cherriei | Cory, 1895

Cory beschreef de soort in 1895 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Elaenia werd in 1836 ingevoerd door Sundevall. Elaenia komt van Grieks elaineos 'van olie, olijfkleurig', naar het olijfgroene verenkleed. cherriei eert de Amerikaanse ornitholoog en verzamelaar George Kruck Cherrie (1865–1948). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Catare, Dominicaanse Republiek.