Alle soorten › Papegaaiachtigen › Halsbandparkieten › Halsbandparkiet

Halsbandparkiet | Psittacula krameri

Rose-ringed Parakeet | Cotorra de Kramer

De halsbandparkiet is een slanke, groene parkiet met een lange, spitse staart, afkomstig uit Afrika ten zuiden van de Sahara en uit Zuid-Azië. Buiten zijn oorspronkelijke gebied is hij een van de meest verspreide papegaaien ter wereld. In het Caribisch gebied stammen de vogels af van ontsnapte en vrijgelaten kooivogels; op Barbados en Jamaica heeft de soort zich gevestigd en breidt ze zich uit.

Halsbandparkiet (Psittacula krameri)
Foto: Kalyan Varma — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luid en doordringend: een herhaald, hoog kie-ak of kieuw, in de vlucht en vanaf de zitplaats. Bij slaapplaatsen roepen veel vogels tegelijk, vooral rond zonsopkomst en zonsondergang.

Luister: VluchtroepXC1180800

Opname: Sam Hambly — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

37–43 cm, waarvan meer dan de helft staart. Het kleed is helder geelgroen, de staart lang en getrapt, met blauwachtige middelste pennen. De snavel is dieprood met een donkere ondersnavel; rond het oog ligt een smalle rode ring. Het volwassen mannetje heeft een zwarte kinstreep die overgaat in een smalle zwarte halsring, met daarachter een roze band en een blauwige zweem op het achterhoofd. Vrouwtjes en jonge vogels missen de halsring of tonen alleen een vage, donkergroene schaduw ervan. Onder de verwilderde vogels komen kweekvormen voor; op Barbados zijn gele en turquoise vogels gemeld. De vlucht is snel en recht, vaak in groepjes.

Verwarrings­soorten

De rode snavel en de zeer lange, spitse staart onderscheiden hem van de andere groene parkieten in het gebied. De olijfkeelaratinga Eupsittula nana op Jamaica en de maisparkiet Eupsittula pertinax op de ABC-eilanden zijn kleiner, met een hoornkleurige snavel, een bruinachtige keel en blauw in de slagpennen. De monniksparkiet Myiopsitta monachus heeft een grijs gezicht en een grijze borst. De grote alexanderparkiet Psittacula eupatria, eveneens een ontsnapte kooivogel, is groter, met een zwaardere snavel en een roodbruine schoudervlek.

Leefgebied

Steden, dorpen, parken en tuinen, en open land met verspreide grote bomen, fruitbomen en akkers. Eet zaden, vruchten, knoppen, bloemen en nectar; op Jamaica wordt schade gemeld aan duivenerwten, citrus en maïs. Broedt in holten in bomen, ook in oude spechtengaten. Buiten de broedtijd komen gemeenschappelijke slaapplaatsen voor.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Op Barbados ingevoerd in de jaren tachtig; tot 1997 waren er slechts enkele paren in St Michael, rond Bridgetown, en nu is de soort over het hele eiland algemeen. Op Jamaica gevestigd in en rond Kingston en elders, met groepen van honderden vogels. Op Puerto Rico, Curaçao, Aruba, Guadeloupe en Martinique regelmatig waargenomen, plaatselijk in kleine groepen; of de vogels zich daar zelfstandig handhaven, is niet overal duidelijk. Van Cuba, de Bahama's, Bonaire, Sint Maarten, Grenada en Trinidad zijn alleen losse vogels bekend. Van nature in een smalle strook door Afrika ten zuiden van de Sahara en in Zuid-Azië, van Pakistan tot Myanmar en Sri Lanka; verwilderde populaties leven onder meer in Europa, het Midden-Oosten en de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Barbados vrijwel overal, vooral te zien in de vroege ochtend en de late middag, wanneer roepende groepen tussen voedselplekken en slaapplaatsen vliegen. Op Jamaica het meest in het stedelijk gebied van Kingston. Alleen volwassen mannetjes zijn aan de halsring te herkennen; de staartlengte en de rode snavel zijn bij alle vogels bruikbaar.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het Caribisch gebied een exoot. Op Barbados en Jamaica neemt de soort toe. BirdLife Jamaica wijst op schade aan gewassen en op het risico dat vrijgelaten kooivogels ziekten overbrengen op de inheemse amazonen.

Wetenschappelijke naam

Psittacula krameri | (Scopoli, 1769)

Scopoli beschreef de soort in 1769 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Psittacula werd in 1800 ingevoerd door Cuvier, GLCFD. Psittacula is Latijn, een verkleinvorm van psittacus 'papegaai', dus 'papegaaitje'. krameri eert de arts en natuuronderzoeker Wilhelm Heinrich Kramer (overleden 1765). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.