Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Haarspecht

Haarspecht | Leuconotopicus villosus

Hairy Woodpecker | Carpintero velloso

De haarspecht is een Noord-Amerikaanse specht die in het Caribisch gebied alleen op de noordelijke Bahama's broedt, in de pijnbossen van Grand Bahama, Abaco, Andros en New Providence. De vogels daar behoren tot twee eigen ondersoorten die tot de kleinste vormen van de soort horen. Ze zijn schuw en meestal in paren te zien.

Haarspecht (Leuconotopicus villosus)
Foto: Channel City Camera Club from Santa Barbara, US — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, kort piek en een snelle, ratelende reeks van zulke tonen. Roffelt snel en krachtig op dood hout.

Luister: VluchtroepXC1078226

Opname: Valerie Heemstra — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–23 cm, duidelijk kleiner dan vogels uit Noord-Amerika. De bovendelen zijn zwart, met een brede witte baan over het midden van de rug en witte vlekken op de vleugels. De kop is zwart-wit gestreept: een witte streep boven en een onder het oog, een zwarte oogstreep en een zwarte baardstreep. De onderdelen zijn wit tot vuilwit. De snavel is krachtig en ongeveer zo lang als de kop. De buitenste staartpennen zijn wit; bij de Bahama-vogels dragen ze zwarte vlekken. Het mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd, die bij het vrouwtje ontbreekt.

Verwarrings­soorten

De geelbuiksapspecht Sphyrapicus varius, in de winter ook op de Bahama's, heeft een gebandeerde rug zonder witte middenbaan, een lange witte vleugelstreep, een rode voorkruin en een gelige buik. De West-Indische specht Melanerpes superciliaris, op Abaco, is veel groter, met een fijn zwart-wit gebandeerde rug, grijze onderdelen en rood op kop en buik.

Leefgebied

Vooral de open pijnbossen van Caribische den op de noordelijke eilanden; foerageert soms ook in ander bos, zoals droog loofbos. Hakt insectenlarven uit stammen en takken. Broedt van maart tot juli in een holte in een dode boom, vaak een palm. Het legsel telt drie of vier witte eieren; beide ouders broeden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op de Bahama's: Leuconotopicus villosus piger op Grand Bahama en Abaco, Leuconotopicus villosus maynardi op Andros en New Providence. Op de andere Bahama-eilanden en elders in het Caribisch gebied ontbreekt de soort. Buiten het gebied van Alaska en Canada door de Verenigde Staten en de bergen van Mexico en Midden-Amerika tot Panama.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de pijnbossen van Abaco, Grand Bahama en Andros. De vogels zijn schuw; de roep en het tikken op stammen leiden naar het paar. In de winter is de witte rugbaan het snelste verschil met de geelbuiksapspecht.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Op de noordelijke Bahama's een vrij algemene standvogel, die voor zijn voortbestaan afhankelijk is van de pijnbossen.

Wetenschappelijke naam

Leuconotopicus villosus | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Picus villosus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Leuconotopicus werd in 1845 ingevoerd door Malherbe. Leuconotopicus combineert Grieks leukos 'wit' en nōtos 'rug' met Latijn picus 'specht': 'witrugspecht'. villosus is Latijn voor 'harig, ruig', naar de lange, haarachtige witte veren midden op de rug. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Raccoon, New Jersey (VS).