Alle soorten › Reuzennachtzwaluwen › Reuzennachtzwaluwen › Grijze reuzennachtzwaluw

Grijze reuzennachtzwaluw | Nyctibius griseus

Common Potoo | Nictibio común

De grijze reuzennachtzwaluw is een nachtvogel die overdag rechtop en roerloos op een afgebroken tak of paal zit, met de kop omhoog en de ogen bijna dicht, en dan sprekend op een stuk dood hout lijkt. Pas na zonsondergang wordt hij actief. Op Trinidad en Tobago staat hij bekend als poor-me-one, naar de weemoedige zang die in maanlichte nachten over het bos klinkt. De vogels van Jamaica en Hispaniola, die vroeger tot deze soort werden gerekend, horen tegenwoordig bij de noordelijke reuzennachtzwaluw.

Grijze reuzennachtzwaluw (Nyctibius griseus)
Foto: julian londono from Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks van vijf tot acht luide, klagende fluittonen, boo-ou, boo-ou, bo-ou, bo-ou, die in toonhoogte en sterkte dalen. Zingt vooral 's nachts, het meest bij maanlicht.

Luister: ZangXC1175781

Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

33–38 cm, met een grote, platte kop, een kleine snavel met een zeer brede bek, lange vleugels en een lange staart. Het verenkleed is fijn gevlekt en gestreept in grijs, bruin, zwart en wit, met een rij zwarte vlekken over de borst en een donkere baardstreep. De ogen zijn groot en geel; bij een rustende vogel blijven alleen smalle spleetjes zichtbaar, die het zicht behouden. 's Nachts lichten de ogen in een lamp oranjerood op. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De nachtzwaluwen van Trinidad en Tobago, zoals de pauraque Nyctidromus albicollis, de witstaartnachtzwaluw Hydropsalis cayennensis en de rosse nachtzwaluw Antrostomus rufus, zijn kleiner en rusten liggend, op de grond of in de lengterichting van een tak, niet rechtop. Uilen hebben een gezichtssluier en een krachtige, gehaakte snavel. De noordelijke reuzennachtzwaluw Nyctibius jamaicensis lijkt sterk, maar komt alleen op Jamaica en Hispaniola voor en heeft een andere stem.

Leefgebied

Open en halfopen bos, bosranden en open plekken, galerijbos, moerasbos, savanne met verspreide bomen en cultuurland met oude bomen, palen en dode stammen, vooral in het laagland. Jaagt 's nachts vanaf een uitkijkpost op grote vliegende insecten, zoals kevers en motten, en keert daarna naar dezelfde zitplaats terug. Legt één wit, paarsgevlekt ei zonder nest in een kuiltje bovenop een afgebroken tak; de broedende vogel zit er rechtop op.

Verspreiding en trek

Standvogel op Trinidad en Tobago, verspreid in het laagland en de heuvels. Waarnemingen van Jamaica en Hispaniola onder deze naam betreffen de noordelijke reuzennachtzwaluw. Buiten het gebied van het zuiden van Midden-Amerika door vrijwel heel Zuid-Amerika, in elk land behalve Chili.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste te vinden door in heldere, maanlichte nachten op de zang te letten en de vogel dan met een lamp aan de oplichtende ogen op te sporen. Overdag zijn rustende vogels soms bekend bij lokale gidsen, die dezelfde paal of tak dagenlang gebruiken. Een lamp hoort spaarzaam gebruikt te worden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en verdraagt halfopen en bewerkt land, zolang er bomen of palen staan.

Wetenschappelijke naam

Nyctibius griseus | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Caprimulgus griseus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Nyctibius werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Nyctibius is Grieks, van nux, nuktos 'nacht' en bios 'leven': 'die 's nachts leeft', naar de nachtelijke leefwijze. griseus is middeleeuws Latijn voor 'grijs', naar het grijsbruine schorsachtige verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.