Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Grauwe pijlstormvogel
Grauwe pijlstormvogel | Ardenna grisea
Sooty Shearwater | Pardela sombría
De grauwe pijlstormvogel is een van de talrijkste zeevogels ter wereld. De Atlantische vogels broeden rond Vuurland en op de Falklandeilanden en trekken in de zuidelijke winter in een grote lus door de Atlantische Oceaan naar het noorden en weer terug. In het Caribisch gebied is hij een schaarse doortrekker die zelden dicht bij de kust komt.
Geluid
Op zee vrijwel stil; bij voedselconcurrentie soms krassende geluiden. In de kolonie 's nachts kreunende en koerende roepen.
Opname: David Boyle — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
40–51 cm. Grote, geheel donkere pijlstormvogel met lange, smalle, ver naar achteren geplaatste vleugels en een vrij kort lichaam. Het verenkleed is donker chocoladebruin, aan de onderzijde iets lichter. De ondervleugeldekveren vormen een zilvergrijze tot witachtige baan midden over de ondervleugel, die oplicht wanneer de vogel kantelt. Snavel lang, slank en donker; poten donker. Vliegt met snelle, stijve vleugelslagen en lange glijvluchten, bij harde wind in hoge bogen. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Geen andere grote pijlstormvogel in het gebied is geheel donker. Donkere jagers, zoals de middelste jager Stercorarius pomarinus, hebben bredere vleugels met een witte vlek aan de basis van de handpennen, ook aan de bovenzijde, en een actievere vlucht. Donkere Arminjon-stormvogels Pterodroma arminjoniana hebben een korte, dikke snavel, een vrij lange staart en een lichte vlek aan de basis van de handpennen in plaats van een zilveren middenbaan.
Leefgebied
Open oceaan, zowel boven diep water als boven het continentaal plat; volgt soms schepen. Eet vis, inktvis en krill, die aan het oppervlak worden gepakt of met duiken tot tientallen meters diep worden gevangen. Broedt in holen op begroeide eilanden op het zuidelijk halfrond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Schaarse doortrekker op zee rond het gebied, vooral bij de trek naar het noorden in mei en juni; waarnemingen zijn er onder meer van de Bahama's, Puerto Rico en de Kleine Antillen. De meeste vogels trekken ten oosten van de eilandboog over open oceaan. De verspreidingskaart toont aanwezigheid in de noordelijke zomer; het gaat om niet-broedende trekvogels. Buiten het gebied broedt de soort rond Nieuw-Zeeland en Zuid-Australië, in het zuiden van Chili, rond Vuurland en op de Falklandeilanden, en trekt ze door de Atlantische en de Stille Oceaan tot in subarctische wateren.
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Een kans bestaat vooral op pelagische tochten en bij zeetrektellingen vanaf kapen in de Kleine Antillen in mei en juni. Een geheel donkere pijlstormvogel met een zilverige middenbaan op de ondervleugel is vrijwel zeker deze soort.
Staat van instandhouding
Gevoelig volgens de IUCN. De wereldpopulatie telt nog vele miljoenen vogels, maar is in de afgelopen decennia afgenomen. Als oorzaken gelden bijvangst in de visserij, het oogsten van jongen in Nieuw-Zeeland en veranderingen in het voedselaanbod door opwarming van de oceaan.
Wetenschappelijke naam
Ardenna grisea | (Gmelin, 1789) (GBIF: Puffinus griseus)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Procellaria grisea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ardenna werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Ardenna gaat terug op Artenna, de spelling die de Italiaanse natuuronderzoeker Ulisse Aldrovandi in 1603 voor een zeevogel gebruikte en die Reichenbach bij de naamgeving aanhaalde. grisea is middeleeuws Latijn voor 'grijs'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Nieuw-Zeeland.
