Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Goudzwaluw
Goudzwaluw | Tachycineta euchrysea
Golden Swallow | Golondrina dorada
De goudzwaluw is een kleine, endemische zwaluw van de Grote Antillen. De Jamaicaanse ondersoort Tachycineta euchrysea euchrysea is sinds rond 1950 niet meer met zekerheid gezien en geldt als uitgestorven; de soort leeft nu alleen nog in het bergland van Hispaniola, als ondersoort T. e. sclateri. Ze is vooral te vinden in open pijnbos en jaagt in kleine groepen boven bergkammen en dalen.
Geluid
Een zacht, tweetonig tsjie-wiet, vaak herhaald.
Opname: Zsombor Károlyi — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
12–13 cm, slank, met een duidelijk gevorkte staart. De bovendelen zijn glanzend groen met een bronzen tot goudachtige weerschijn; vleugels en staart zijn zwartachtig met een blauwgroene glans. De onderdelen zijn zuiver wit. Bij het vrouwtje is de borst grijsachtig gevlekt en zijn de bovendelen doffer. Jonge vogels zijn van boven grijsbruin met weinig glans en hebben een grijzige borst.
Verwarringssoorten
De Caribische purperzwaluw Progne dominicensis is veel groter, met een donkere keel en borst. De holenzwaluw Petrochelidon fulva heeft een rechte staart, een roestbruine stuit en een bruinige keel. De boomzwaluw Tachycineta bicolor, op Hispaniola een schaarse wintergast van vooral het laagland, heeft een nauwelijks ingekeepte staart en een blauwgroene rug zonder goudglans.
Leefgebied
Open pijnbos van de Hispaniolaanse den Pinus occidentalis, bergweiden, open plekken en afgebrande stukken bos in de bergen, meestal boven 800 m; soms ook boven bergbos en dorpen in de bergen. Eet vliegende insecten. Nestelt in holten in dode bomen, oude spechtenholen, rotsspleten en onder dakranden. Het broedseizoen loopt van april tot juli.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Standvogel in de bergen van Hispaniola, vooral in de Cordillera Central en de Sierra de Bahoruco in de Dominicaanse Republiek; in Haïti zeer schaars in het zuidelijke bergland, waaronder het Massif de la Selle. Op Jamaica waarschijnlijk uitgestorven: de laatste zekere waarneming dateert van rond 1950, een onbevestigde melding van 1989 komt uit Hardwar Gap. Daarbuiten komt de soort niet voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het pijnbos van Valle Nuevo in de Cordillera Central is een bekende plek, vooral in de ochtend wanneer groepjes laag boven open plekken jagen. In vlucht lijken de vogels van boven vaak donker; de groene en gouden glans is pas bij zon te zien.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (VU). De populatie is klein, versnipperd en neemt af. Bedreigingen zijn het verlies van pijnbos door houtkap, branden en zwerflandbouw, en predatie door ingevoerde mangoesten, katten en ratten. Op Jamaica is de soort vermoedelijk verdwenen.
Wetenschappelijke naam
Tachycineta euchrysea | (Gosse, 1847)
Gosse beschreef de soort in 1847 als Hirundo euchrysea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tachycineta werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Tachycineta is Grieks, van takhukinētos 'snel bewegend', naar de vlugge, wendbare vlucht. euchrysea is Grieks, van eu 'goed, fraai' en khruseos 'gouden', naar de goudgroene glans van de bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit hooggebergte van midden-Jamaica.




