Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Bahamazwaluw

Bahamazwaluw | Tachycineta cyaneoviridis

Bahama Swallow | Golondrina de las Bahamas

De Bahamazwaluw is de enige zwaluw die alleen op de Bahama's broedt. Ze is gebonden aan de pijnbossen van de Caribische den Pinus caribaea op enkele noordelijke eilanden en nestelt in oude spechtenholen. Buiten het broedseizoen verspreidt een deel van de vogels zich over de zuidelijke Bahama's, en enkele bereiken het oosten van Cuba.

Bahamazwaluw (Tachycineta cyaneoviridis)
Foto: Jonathan Newman — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een dun tsie-tsip en piepende roepjes; de zang is een vloeiende reeks heldere tonen.

Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.

Herkenning

14–15 cm, slank, met lange vleugels en een diep gevorkte staart. De bovendelen zijn donker blauwgroen, vleugels en staart blauwzwart. Kin, keel en onderdelen zijn zuiver wit, net als de ondervleugeldekveren. Het vrouwtje is doffer, met bruinere bovendelen en een minder diepe staartvork. Jonge vogels zijn van boven grijsbruin, met een grijzige borst en een kortere staartvork.

Verwarrings­soorten

De boomzwaluw Tachycineta bicolor, een wintergast die op de Bahama's samen met deze soort kan voorkomen, heeft een kort, nauwelijks ingekeept staartje, een blauwere rug en een grijze ondervleugel. De boerenzwaluw Hirundo rustica heeft ook een diep gevorkte staart, maar een roestbruine keel en een donkere borstband. De Noord-Amerikaanse ruwvleugelzwaluw Stelgidopteryx serripennis is bruin van boven met een grijsbruine keel.

Leefgebied

Broedt in pijnbos, in oude holen van de West-Indische specht Melanerpes superciliaris en andere holten in dennen, soms in palen of gebouwen. Het nest bestaat uit dennennaalden, twijgjes van casuarina en gras, bekleed met veren; het legsel telt meestal drie eieren. Foerageert boven het bos en boven open plekken, moerassen, velden, vijvers en dorpen. Eet vliegende insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Broedt op Grand Bahama, Abaco en Andros; op New Providence is de broedpopulatie sterk afgenomen en mogelijk verdwenen. In de winter ook op de centrale en zuidelijke Bahama's en de Turks- en Caicoseilanden, en schaars in het oosten van Cuba. Een dwaalgast in het zuiden van Florida.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het pijnbos van Abaco en Andros is in het broedseizoen, van ongeveer april tot juli, de beste plek; de vogels vliegen dan rond dode bomen met spechtenholen. In de winter ook bij vijvers en moerassen, soms tussen boomzwaluwen; de lange staartvork en de witte ondervleugel zijn dan de beste kenmerken.

Staat van instandhouding

Bedreigd (EN). De populatie is klein en beperkt tot enkele eilanden. Houtkap en bosbranden hebben het pijnbos aangetast, en orkaan Dorian (2019) vernielde grote delen van het bos op Grand Bahama en Abaco. Ook concurrentie om nestholten met ingevoerde holenbroeders speelt mogelijk een rol.

Wetenschappelijke naam

Tachycineta cyaneoviridis | (Bryant, 1859)

Bryant beschreef de soort in 1859 als Hirundo cyaneoviridis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tachycineta werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Tachycineta is Grieks, van takhukinētos 'snel bewegend', naar de vlugge, wendbare vlucht. cyaneoviridis is Latijn, van cyaneus 'donkerblauw' en viridis 'groen', naar de blauwgroene bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Nassau, New Providence, Bahama's.