Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Goudhaanzanger

Goudhaanzanger | Basileuterus culicivorus

Golden-crowned Warbler | Reinita coronidorada

De goudhaanzanger is een kleine, tropische Amerikaanse zanger met een gele kruinstreep tussen twee zwarte strepen, wijdverbreid in de bossen van Mexico tot Argentinië. In het Caribisch gebied leeft hij alleen op Trinidad, als standvogel van de ondersoort olivascens, die ook in het noordoosten van Venezuela voorkomt. Hij is een vaste deelnemer aan gemengde groepen in de onderste laag van het bos.

Goudhaanzanger (Basileuterus culicivorus)
Foto: Dario Sanches from São Paulo, Brazil — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een hoge, dunne reeks die aan het eind stijgt, als pit-sie-sie-sie-swiet, vaak beantwoord door een tweede vogel. De roep is een scherp tsip en een droog, ratelend tsjek bij onrust.

Luister: ZangXC1156754

Opname: Marcos E. Sosa — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13,5 cm, met een vrij korte, fijne snavel. De bovendelen zijn grijsgroen tot olijfgroen, de onderdelen geel. Op de kop een gele tot oranjegele middenstreep op de kruin, aan weerszijden begrensd door een brede zwarte streep; daaronder een lichte, gelige of grijze wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep. Geen vleugelstrepen en geen witte staartvlekken. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer en bruiner, met nauwelijks kopstrepen, op de oogstreep na.

Verwarrings­soorten

De goudvoorhoofdvireo Pachysylvia aurantiifrons is eveneens olijfgroen en geel, maar heeft een geelbruin voorhoofd zonder zwarte kopstrepen en een dikkere snavel. De struikvireo Hylophilus flavipes heeft een lichte snavel en een licht oog, en een egale kop. Van de wintergasten heeft de Canadese zanger Cardellina canadensis een grijze rug, een witte of gele oogring en een gestreepte borstband; de tennesseezanger Leiothlypis peregrina is groen en wit, met een lichte wenkbrauwstreep maar zonder zwarte kruinstrepen.

Leefgebied

Vochtig en halfgroen bos en laaglandregenwoud, ook oudere secundaire opslag en schaduwrijke bosranden, vanaf de voet van de heuvels tot in het bergbos. Zoekt in paren of familiegroepjes in de onderste en middelste laag naar insecten, met snelle bewegingen en vaak met de staart zwaaiend, en vormt de kern van veel gemengde groepen met miervogels, manakins en tangaren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op Trinidad: vooral in het bos van de Northern Range, zoals in de Arima-vallei, en verder in de beboste delen van de Central Range en plaatselijk in het zuiden van het eiland. Niet op Tobago. Buiten het gebied van Mexico door Midden-Amerika tot Colombia en Venezuela, en verder in het oosten en zuiden van Zuid-Amerika tot het noordoosten van Argentinië en Uruguay.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De bospaden in de Arima-vallei en elders in de Northern Range, waar gemengde groepen vaak langs de ondergroei trekken. De hoge, stijgende zang en het ratelende alarm verraden de vogels het eerst; de kruinstrepen zijn het best te zien wanneer een vogel even naar beneden kijkt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en verdraagt secundair bos. Op Trinidad is ze in het bos van de Northern Range vrij algemeen.

Wetenschappelijke naam

Basileuterus culicivorus | (Deppe, 1830)

Deppe beschreef de soort in 1830 als Sylvia culicivora; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Basileuterus werd in 1848 ingevoerd door Cabanis. Basileuterus is Grieks, van basileuteros 'koninklijker', naar de gekleurde kruinstreep die aan een kroontje doet denken. culicivorus is Latijn, van culex, culicis 'mug' en -vorus 'etend': 'muggeneter'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Xalapa, Veracruz (Mexico).