Alle soorten › Zangvogels › Ovenvogels en boomklimmers › Geelkinstekelstaart

Geelkinstekelstaart | Certhiaxis cinnamomeus

Yellow-chinned Spinetail | Curutié colorado

De geelkinstekelstaart is de stekelstaart van de zoetwatermoerassen van Trinidad. Anders dan de meeste verwanten is hij weinig schuw: hij klimt openlijk door riet, gras en struiken boven het water en laat zich vaak horen. Het grote, bolvormige takkennest is in moerassen en rijstvelden van ver te zien.

Geelkinstekelstaart (Certhiaxis cinnamomeus)
Foto: Alejandro Bayer Tamayo from Armenia, Colombia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luide, ratelende triller die zakt en afzwakt, vaak in duet door het paar, en korte, raspende contactroepen. Ook een snel herhaald, droog tsjek.

Luister: ZangXC1163736

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

13–16 cm, slank, met een lange, getrapte staart met stekelige veerpunten. Kruin, rug, vleugels en staart zijn helder roodbruin. Teugel en oogstreep zijn donker, de wenkbrauwstreep is wit. De keel is wit met een kleine, lichtgele kinvlek die alleen van dichtbij te zien is; de rest van de onderdelen is wit tot vaalbeige, op de flanken wat warmer. De snavel is dun en recht, het oog geelachtig tot oranjebruin. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Temmincks stekelstaart Synallaxis albescens heeft een olijfbruine rug, alleen een roodbruine kruin en vleugelbocht, een donkere vlek op de keel en een grijsbruine staart, en leeft in droog grasland, niet in moeras. De kaneelstekelstaart Synallaxis cinnamomea heeft een zwart-wit gestreepte keel en gestreepte, donkere onderdelen en leeft in bos.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen met riet, biezen en struikgewas, overstroomde savannes, randen van mangrove, sloten en rijstvelden, in het laagland. Leeft in paren en foerageert in de begroeiing laag boven het water op insecten en andere kleine ongewervelden. Het nest is een grote bol van takjes laag in een struik, een mangroveboompje of moerasbegroeiing, met een buisvormige ingang. Nesten van stekelstaarten worden geparasiteerd door de gestreepte koekoek Tapera naevia.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op Trinidad, waar de soort algemeen is in de moerassen en rijstvelden van het laagland, onder meer in de Caroni-moerassen en Nariva; op Tobago ontbreekt ze. Buiten het gebied in tropisch Zuid-Amerika, van Colombia, Venezuela en de Guyana's langs de grote rivieren door Brazilië tot Paraguay, Uruguay en het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Te vinden langs de randen van zoetwatermoerassen en rijstvelden op Trinidad, zoals bij Caroni en Nariva. Het nest met de buisvormige ingang verraadt de aanwezigheid van een paar; de vogels zijn het meest actief in de vroege ochtend.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen in zijn leefgebied; het afnemen van zoetwatermoerassen door drooglegging en bebouwing is plaatselijk een bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Certhiaxis cinnamomeus | (Gmelin, 1788)

Gmelin beschreef de soort in 1788 als Certhia cinnamomea; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Certhiaxis werd in 1844 ingevoerd door Lesson. Certhiaxis is een samentrekking van de geslachtsnamen Certhia (boomkruipers) en Synallaxis (stekelstaarten). cinnamomeus is Latijn voor 'kaneelkleurig', naar de roodbruine bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana (aangewezen).