Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Gebandeerde mierklauwier
Gebandeerde mierklauwier | Thamnophilus doliatus
Barred Antshrike | Batará barrado
De gebandeerde mierklauwier is de algemeenste en best bekende miervogel van Trinidad en Tobago. Hij leeft niet in het binnenste van het bos, maar in ruigte, struweel, bosranden en tuinen, en verraadt zich door zijn luide, kakelende zang. Op Tobago leeft een eigen ondersoort.
Geluid
Een lange reeks luide, kakelende tonen die snel stijgt en in kracht toeneemt, dan daalt en eindigt in een nadrukkelijke slottoon. Beide seksen zingen, met uitgestrekte hals, voorovergebogen en met op en neer gaande staart; paren zingen vaak beurtelings. Daarnaast een kraaiachtig kaa, grommen en nasale roepen.
Opname: Edgar Romero — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
15–17 cm, met een ruige kuif, een zware gehaakte snavel en een lichtgele iris. Het mannetje is vrijwel geheel zwart-wit gebandeerd, met bredere zwarte banden op de bovendelen en smallere op de onderdelen; keel en gezicht zijn fijn zwart-wit gestreept en de kuif is zwart met witte veerbases. Het vrouwtje is roodbruin van boven, met een roodbruine kuif, een zwart-wit of okerwit gestreepte kop- en halszijde en egaal okerkleurige onderdelen. De bovensnavel is zwart, de ondersnavel blauwgrijs.
Verwarringssoorten
Het mannetje heeft in het gebied geen gelijkende soort. Het vrouwtje van de zwartkuifmierklauwier Sakesphorus canadensis heeft een donkere iris, een kaneelbruine rug en een gestreepte borst. Het vrouwtje van de grote mierklauwier Taraba major is groter, met een rode iris en een witte onderkant.
Leefgebied
Dichte onderbegroeiing in struweel, vooral secundaire ruigte, struikgewas langs rivieren, bosranden, jong secundair bos, plantages, erven en tuinen met dichte struiken; mijdt het binnenste van hoog bos. Foerageert in paren van de grond tot ongeveer 3 meter, soms hoger, op grote insecten en andere ongewervelden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Algemene standvogel op Trinidad en Tobago, van zeeniveau tot in de heuvels; elders in het gebied niet bekend. Buiten het gebied van Noordoost-Mexico door Midden-Amerika tot in Noord-Argentinië, ook op het eiland Margarita; één aanvaarde waarneming in Zuid-Texas.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In vrijwel elke ruige bosrand, struikrijke tuin of plantage op beide eilanden, onder meer rond het Asa Wright Nature Centre en in de laaglanden van Tobago. Het beste eerst op de zang afgaan en de vogel daarna laag in de struiken zoeken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en profiteert van open, door de mens beïnvloed landschap met ruigte en struweel.
Wetenschappelijke naam
Thamnophilus doliatus | (Linnaeus, 1764)
Linnaeus beschreef de soort in 1764 als Lanius doliatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thamnophilus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Thamnophilus is Grieks, van thamnos 'struik' en philos 'liefhebbend': 'struikminnaar'. doliatus is Latijn, van dolium 'ton', 'met hoepels als een ton', naar de zwart-witte dwarsbandering. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname (later aangewezen).






