Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Gebandeerde mierklauwier

Gebandeerde mierklauwier | Thamnophilus doliatus

Barred Antshrike | Batará barrado

De gebandeerde mierklauwier is de algemeenste en best bekende miervogel van Trinidad en Tobago. Hij leeft niet in het binnenste van het bos, maar in ruigte, struweel, bosranden en tuinen, en verraadt zich door zijn luide, kakelende zang. Op Tobago leeft een eigen ondersoort.

Gebandeerde mierklauwier (Thamnophilus doliatus)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange reeks luide, kakelende tonen die snel stijgt en in kracht toeneemt, dan daalt en eindigt in een nadrukkelijke slottoon. Beide seksen zingen, met uitgestrekte hals, voorovergebogen en met op en neer gaande staart; paren zingen vaak beurtelings. Daarnaast een kraaiachtig kaa, grommen en nasale roepen.

Luister: ZangXC1180738

Opname: Edgar Romero — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

15–17 cm, met een ruige kuif, een zware gehaakte snavel en een lichtgele iris. Het mannetje is vrijwel geheel zwart-wit gebandeerd, met bredere zwarte banden op de bovendelen en smallere op de onderdelen; keel en gezicht zijn fijn zwart-wit gestreept en de kuif is zwart met witte veerbases. Het vrouwtje is roodbruin van boven, met een roodbruine kuif, een zwart-wit of okerwit gestreepte kop- en halszijde en egaal okerkleurige onderdelen. De bovensnavel is zwart, de ondersnavel blauwgrijs.

Verwarrings­soorten

Het mannetje heeft in het gebied geen gelijkende soort. Het vrouwtje van de zwartkuifmierklauwier Sakesphorus canadensis heeft een donkere iris, een kaneelbruine rug en een gestreepte borst. Het vrouwtje van de grote mierklauwier Taraba major is groter, met een rode iris en een witte onderkant.

Leefgebied

Dichte onderbegroeiing in struweel, vooral secundaire ruigte, struikgewas langs rivieren, bosranden, jong secundair bos, plantages, erven en tuinen met dichte struiken; mijdt het binnenste van hoog bos. Foerageert in paren van de grond tot ongeveer 3 meter, soms hoger, op grote insecten en andere ongewervelden.

Verspreiding en trek

Algemene standvogel op Trinidad en Tobago, van zeeniveau tot in de heuvels; elders in het gebied niet bekend. Buiten het gebied van Noordoost-Mexico door Midden-Amerika tot in Noord-Argentinië, ook op het eiland Margarita; één aanvaarde waarneming in Zuid-Texas.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In vrijwel elke ruige bosrand, struikrijke tuin of plantage op beide eilanden, onder meer rond het Asa Wright Nature Centre en in de laaglanden van Tobago. Het beste eerst op de zang afgaan en de vogel daarna laag in de struiken zoeken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een zeer groot verspreidingsgebied en profiteert van open, door de mens beïnvloed landschap met ruigte en struweel.

Wetenschappelijke naam

Thamnophilus doliatus | (Linnaeus, 1764)

Linnaeus beschreef de soort in 1764 als Lanius doliatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thamnophilus werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Thamnophilus is Grieks, van thamnos 'struik' en philos 'liefhebbend': 'struikminnaar'. doliatus is Latijn, van dolium 'ton', 'met hoepels als een ton', naar de zwart-witte dwarsbandering. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Suriname (later aangewezen).