Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Franklins meeuw
Franklins meeuw | Leucophaeus pipixcan
Franklin's Gull | Gaviota de Franklin
De Franklins meeuw broedt in de moerassen van de Noord-Amerikaanse prairies en trekt via het binnenland naar de Pacifische kust van Zuid-Amerika, vooral Peru en Chili. Het Caribisch gebied ligt ten oosten van die route, en de soort is er een zeldzame dwaalgast. Als enige meeuw ruit ze twee keer per jaar volledig, waardoor de vleugels er bij volwassen vogels vrijwel altijd vers uitzien.
Geluid
Buiten het broedgebied weinig roepend. Roepen zijn zachter en minder scherp dan die van de lachmeeuw: een nasaal kuk en een hoog wie-ah.
Opname: Dante Buzzetti — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
32–36 cm, compact, met een ronde kop en een vrij korte snavel. Volwassen vogels hebben een donker leigrijze mantel en een witte band tussen het grijs van de vleugel en de zwarte vleugelpunt, die zelf brede witte toppen heeft. In het broedkleed is de kop zwart met brede witte oogboogjes, de snavel rood en de borst vaak roze getint; in winterkleed blijft een donkere halve kap over het achterhoofd, met witte oogboogjes. Eerstejaarsvogels hebben een grijze mantel, bruinige vleugels, een donkere halve kap, witte onderdelen en een zwarte staartband die de buitenste staartpennen vrijlaat.
Verwarringssoorten
De lachmeeuw Leucophaeus atricilla is groter, met een langere, hangende snavel, smallere oogboogjes, zwarte vleugelpunten zonder witte band en in winterkleed alleen een grijze waas op de kop; eerstejaars lachmeeuwen hebben een grijsbruine borst en een volledige staartband. De kleine kokmeeuw Chroicocephalus philadelphia is kleiner en lichter grijs, met een witte voorrand aan de handpennen.
Leefgebied
Kustwater, lagunes, zoutpannen, wadden en havens, meestal in gezelschap van lachmeeuwen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Verspreide gevallen, onder meer van Trinidad en Tobago, Barbados, Guadeloupe, Puerto Rico, Cuba, de Kaaimaneilanden, de Bahama's en de ABC-eilanden, waaronder Aruba. Buiten het gebied broedt de soort op de prairies van Canada en de Verenigde Staten en overwintert ze langs de Pacifische kust van Zuid-Amerika, van Ecuador tot Chili.
Hoe en wanneer kijken
Groepen lachmeeuwen in havens en zoutpannen nauwkeurig doorkijken geeft de meeste kans. De witte oogboogjes en de donkere halve kap vallen in winterkleed het eerst op.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het Caribisch gebied een zeldzame dwaalgast zonder vaste populatie.
Wetenschappelijke naam
Leucophaeus pipixcan | (Wagler, 1831)
Wagler beschreef de soort in 1831 als Larus Pipixcan; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Leucophaeus werd in 1855 ingevoerd door Bruch. Leucophaeus is Grieks, van leukos 'wit' en phaios 'donkergrijs'. pipixcan is een Nahuatl-naam voor een meeuwensoort. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico.



