Alle soorten › Zangvogels › Muggenvangers › Cubaanse muggenvanger

Cubaanse muggenvanger | Polioptila lembeyei

Cuban Gnatcatcher | Sinsontillo

De Cubaanse muggenvanger is een kleine, slanke, langstaartige vogel van het droge kuststruweel van Cuba. Hij is beperkt tot een smalle strook langs de kust en op de cayos, en daardoor veel plaatselijker dan de meeste Cubaanse endemen. Op Cuba heet hij sinsontillo.

Cubaanse muggenvanger (Polioptila lembeyei)
Foto: dominic sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een lange, rommelige reeks van gekwetter, fluittonen en korte trillers, sneller en gevarieerder dan die van de blauwgrijze muggenvanger. Als roep een zacht, nasaal tsjie.

Luister: ZangXC659418

Opname: Nils Navarro — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm, waarvan bijna de helft staart. Bovendelen blauwgrijs, onderdelen witachtig met een grijze zweem op de borst en flanken. Een smalle witte oogring en, als duidelijkste kenmerk, een zwarte halvemaan die van achter het oog in een boog om de oorstreek loopt. De lange staart is zwart met witte buitenste pennen en wordt vaak opgewipt en heen en weer bewogen. Vrouwtjes zijn wat valer, met een dunnere halvemaan. Jonge vogels zijn olijfgrijs, met beige flanken en een roomkleurige buik.

Verwarrings­soorten

De blauwgrijze muggenvanger Polioptila caerulea, op Cuba een algemene wintergast, mist de zwarte halvemaan achter het oog; mannetjes in broedkleed hebben in plaats daarvan een zwarte streep boven het oog, maar die komen op Cuba zelden voor. De blauwgrijze muggenvanger heeft verder een lichtere, witte onderzijde en is minder aan kuststruweel gebonden.

Leefgebied

Droog, dicht doorn- en cactusstruweel en laag kustbos dicht bij zee, vrijwel altijd onder de 100 m hoogte. Foerageert actief in de struiken op kleine insecten en spinnen, met wippende staart, en houdt in paren of kleine familiegroepen een territorium aan. Het nest is een klein, compact kommetje van plantenvezels en spinrag in een struik.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Alleen op Cuba, langs een groot deel van de noordkust en de daarvoor liggende cayos, zoals Cayo Coco en Cayo Guillermo, en langs de droge zuidoostkust in de provincies Guantánamo en Santiago de Cuba; daarnaast geïsoleerde populaties aan de zuidkust. Ontbreekt in het binnenland. Buiten Cuba komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste te vinden in het kuststruweel van Cayo Coco en Cayo Guillermo en in de cactusbegroeiing langs de kust ten oosten van Guantánamo. De rommelige zang en het wippen van de staart verraden de vogel; bij goed zicht is de zwarte halvemaan beslissend.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar het verspreidingsgebied is klein en verbrokkeld. Het kuststruweel staat onder druk door begrazing, ontginning en de bouw van hotels en wegen, onder meer op de noordelijke cayos.

Wetenschappelijke naam

Polioptila lembeyei | (Gundlach, 1858)

Gundlach beschreef de soort in 1858 als Culicivora lembeyei; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Polioptila werd in 1855 ingevoerd door Sclater. Polioptila is Grieks, van polios 'grijs' en ptilon 'veer': 'grijsgeveerd'. lembeyei eert de Spaanse natuuronderzoeker Juan Lembeye (1816–1889), auteur van Aves de la Isla de Cuba (1850). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit oostelijk Cuba.