Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Bruinboegtroepiaal

Bruinboegtroepiaal | Agelaius humeralis

Tawny-shouldered Blackbird | Mayito

De bruinboegtroepiaal is een algemene troepiaal van Cuba, die daarnaast plaatselijk in Haïti voorkomt. Hij leeft in groepen in open terrein, akkers en dorpen, vaak samen met andere troepialen. Op Cuba heet hij mayito, in Haïti ti kawouj.

Bruinboegtroepiaal (Agelaius humeralis)
Foto: Tom Field — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Beide seksen zingen, ook in duet; de zang bevat een of twee langgerekte, zoemende tonen. De roepen zijn een droog tsjuk of tsjiek, en nasale en metalige geluiden.

Luister: ZangXC975398

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

19–22 cm. Beide seksen zijn zwart met een geelbruine (tanige) vlek op de kleine vleugeldekveren, die bij zittende vogels vaak grotendeels verborgen is en in de vlucht beter opvalt. Het mannetje heeft een blauwige glans, het vrouwtje is doffer zwart, zonder glans, met een kleinere en minder heldere schoudervlek. Ogen donkerbruin, snavel en poten zwart. De snavel is spits en relatief slank.

Verwarrings­soorten

De roodschoudertroepiaal Agelaius assimilis heeft een rode schoudervlek en leeft in moerassen. De Cubaanse zwarte troepiaal (totí) Ptiloxena atroviolacea is groter, heeft een violette glans en geen gekleurde schouder. Het mannetje van de glanskoevogel Molothrus bonariensis heeft een purperen glans, een kortere, dikkere snavel en geen schoudervlek. De Antilliaanse troepiaal Quiscalus niger is groter, met een geel oog en een lange, kielvormige staart.

Leefgebied

Open en halfopen terrein van zeeniveau tot ongeveer 900 m: droog bos en bosranden, rijstvelden, suikerriet, weilanden met verspreide bomen en palmen, struweel, moerasranden, tuinen en dorpen. Eet insecten en andere geleedpotigen, kleine hagedissen, zaden, vruchten en nectar, op de grond en in alle lagen van de vegetatie. Vormt grote groepen met andere troepialen. Broedt op Cuba van april tot augustus in een komvormig nest in een boom of palm, vaak bij water.

Verspreiding en trek

Standvogel op heel Cuba en enkele kleinere Cubaanse eilanden en cays; de ondersoort scopulus leeft op Cayo Cantiles. Daarnaast plaatselijk in Haïti, vooral in het laagland van het noordwesten en de Artibonitevallei. Of hij ook in de Dominicaanse Republiek voorkomt, is onzeker. Dwaalgast in de Florida Keys en het zuiden van Florida.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op Cuba vrijwel overal in landbouwgebied en dorpen te vinden, vaak in gemengde groepen met totí's en glanskoevogels. De geelbruine schoudervlek is het best te zien als een vogel opvliegt of zijn vleugels schikt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Op Cuba algemeen en goed aangepast aan landbouwgebied. De kleine Haïtiaanse populatie is weinig onderzocht.

Wetenschappelijke naam

Agelaius humeralis | (Vigors, 1827)

Vigors beschreef de soort in 1827 als Leistes humeralis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Agelaius werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Agelaius is Grieks, van agelaios 'in kudden levend, gezellig', naar de vogels die in grote groepen foerageren en slapen. humeralis is Latijn voor 'van de schouder' (humerus), naar de bruingele schoudervlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit omgeving van Havana, Cuba.