Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Bruinboegtroepiaal
Bruinboegtroepiaal | Agelaius humeralis
Tawny-shouldered Blackbird | Mayito
De bruinboegtroepiaal is een algemene troepiaal van Cuba, die daarnaast plaatselijk in Haïti voorkomt. Hij leeft in groepen in open terrein, akkers en dorpen, vaak samen met andere troepialen. Op Cuba heet hij mayito, in Haïti ti kawouj.
Geluid
Beide seksen zingen, ook in duet; de zang bevat een of twee langgerekte, zoemende tonen. De roepen zijn een droog tsjuk of tsjiek, en nasale en metalige geluiden.
Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
19–22 cm. Beide seksen zijn zwart met een geelbruine (tanige) vlek op de kleine vleugeldekveren, die bij zittende vogels vaak grotendeels verborgen is en in de vlucht beter opvalt. Het mannetje heeft een blauwige glans, het vrouwtje is doffer zwart, zonder glans, met een kleinere en minder heldere schoudervlek. Ogen donkerbruin, snavel en poten zwart. De snavel is spits en relatief slank.
Verwarringssoorten
De roodschoudertroepiaal Agelaius assimilis heeft een rode schoudervlek en leeft in moerassen. De Cubaanse zwarte troepiaal (totí) Ptiloxena atroviolacea is groter, heeft een violette glans en geen gekleurde schouder. Het mannetje van de glanskoevogel Molothrus bonariensis heeft een purperen glans, een kortere, dikkere snavel en geen schoudervlek. De Antilliaanse troepiaal Quiscalus niger is groter, met een geel oog en een lange, kielvormige staart.
Leefgebied
Open en halfopen terrein van zeeniveau tot ongeveer 900 m: droog bos en bosranden, rijstvelden, suikerriet, weilanden met verspreide bomen en palmen, struweel, moerasranden, tuinen en dorpen. Eet insecten en andere geleedpotigen, kleine hagedissen, zaden, vruchten en nectar, op de grond en in alle lagen van de vegetatie. Vormt grote groepen met andere troepialen. Broedt op Cuba van april tot augustus in een komvormig nest in een boom of palm, vaak bij water.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Standvogel op heel Cuba en enkele kleinere Cubaanse eilanden en cays; de ondersoort scopulus leeft op Cayo Cantiles. Daarnaast plaatselijk in Haïti, vooral in het laagland van het noordwesten en de Artibonitevallei. Of hij ook in de Dominicaanse Republiek voorkomt, is onzeker. Dwaalgast in de Florida Keys en het zuiden van Florida.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Cuba vrijwel overal in landbouwgebied en dorpen te vinden, vaak in gemengde groepen met totí's en glanskoevogels. De geelbruine schoudervlek is het best te zien als een vogel opvliegt of zijn vleugels schikt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Op Cuba algemeen en goed aangepast aan landbouwgebied. De kleine Haïtiaanse populatie is weinig onderzocht.
Wetenschappelijke naam
Agelaius humeralis | (Vigors, 1827)
Vigors beschreef de soort in 1827 als Leistes humeralis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Agelaius werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Agelaius is Grieks, van agelaios 'in kudden levend, gezellig', naar de vogels die in grote groepen foerageren en slapen. humeralis is Latijn voor 'van de schouder' (humerus), naar de bruingele schoudervlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit omgeving van Havana, Cuba.






