Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Breedvleugelbuizerd
Breedvleugelbuizerd | Buteo platypterus
Broad-winged Hawk | Gavilán aludo
De breedvleugelbuizerd is een kleine, compacte buizerd. De Noord-Amerikaanse broedvogels trekken in grote zwermen via Midden-Amerika naar Zuid-Amerika en raken het Caribisch gebied nauwelijks, maar op de eilanden leven vijf eigen standvogelondersoorten, verdeeld over Cuba, Puerto Rico en de Kleine Antillen tot Tobago. Op Cuba heet hij gavilán bobo, op Puerto Rico guaraguao de bosque.
Geluid
Een hoog, dun, langgerekt fluitje, ongeveer pie-tieeee, met een korte eerste en een lange, iets dalende tweede noot. Vaak vanuit de zweefvlucht boven het bos te horen.
Opname: Denis Dujardin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
34–44 cm, gedrongen, met brede, vrij spits eindigende vleugels en een korte staart. Volwassen vogels zijn van boven donker grijsbruin, met een bruine kop; de borst is dicht roodbruin gebandeerd, de buik lichter. De staart is zwart met één brede witte band en een smalle witte eindzoom. In vlucht zijn de ondervleugels wit met een duidelijke donkere achterrand en donkere vleugelpunten. De eilandvormen verschillen onderling en van de trekvogels: de Puerto Ricaanse vogels zijn donkerder en bruiner, die van de Kleine Antillen vaak warmer roodbruin. Jonge vogels zijn van onderen wit of licht geelbruin met donkere lengtestrepen, met een donkere wangstreep en een bruine staart met meerdere smalle banden. Een donkere vorm komt bij de trekvogels zelden voor.
Verwarringssoorten
De roodstaartbuizerd Buteo jamaicensis is veel groter, met een buikband en bij volwassen vogels een roestrode staart. De Amerikaanse sperwer Accipiter striatus heeft kortere, rondere vleugels, een lange, smalle staart met dunne banden en een fladderende vlucht. De Cubaanse zwarte buizerd Buteogallus gundlachii en Gundlachs havik Astur gundlachi zijn groter. Op Trinidad lijken jonge vogels op jonge grijsgestreepte buizerds Buteo nitidus.
Leefgebied
Vrijwel alle bostypen met wat openingen: droog en vochtig loofbos, regenwoud en bergbos, pijnbos op Cuba, kalksteenbos, en ook schaduwkoffie, plantages en bosranden bij dorpen. Jaagt vanaf een zitplaats onder het kronendak of aan een bosrand op hagedissen, kikkers, grote insecten, kleine zoogdieren en vogels. Het nest is een takkennest in een boomvork.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.
Verspreiding en trek
Standvogel op Cuba (ondersoort cubanensis), Puerto Rico (brunnescens), Antigua (insulicola), Dominica, Martinique en Saint Lucia (rivierei), en Saint Vincent, de Grenadines, Grenada en Tobago (antillarum). Op Hispaniola, Jamaica, de Bahama's, Trinidad en andere eilanden een schaarse doortrekker of wintergast uit Noord-Amerika. Buiten het gebied broedt de soort in het oosten van Noord-Amerika en overwintert ze van Mexico tot Brazilië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op Dominica, Saint Lucia en Grenada de algemeenste roofvogel van het bos; tegen het middaguur stijgen de vogels op boven beboste valleien. Op Puerto Rico is de kans het grootst in het Bosque Estatal de Río Abajo en het Carite-bos, op Cuba in de Sierra de los Órganos en de bergbossen in het oosten.
Staat van instandhouding
Als soort niet bedreigd. De Puerto Ricaanse ondersoort is zeer schaars, met hooguit enkele honderden vogels, en staat in de Verenigde Staten als bedreigd te boek vanwege het geringe aantal en het verlies van bos; orkanen kunnen de kleine populatie extra treffen.
Wetenschappelijke naam
Buteo platypterus | (Vieillot, 1823)
Vieillot beschreef de soort in 1823 als Sparvius Platypterus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Buteo werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Buteo is het Latijnse woord voor een buizerd. platypterus is Grieks, van platus 'breed' en pteron 'vleugel', naar de brede vleugels. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Schuylkill-rivier, Pennsylvania (VS).






