Alle soorten › Kolibries en gierzwaluwen › Kolibries › Blauwstaartsmaragdkolibrie

Blauwstaartsmaragdkolibrie | Chlorostilbon mellisugus

Blue-tailed Emerald | Esmeralda coliazul

De blauwstaartsmaragdkolibrie is een kleine kolibrie van het noorden van Zuid-Amerika. In het Caribisch gebied leeft hij op Aruba, Curaçao, Bonaire en Trinidad, in open, vaak droog landschap. De vogels van de ABC-eilanden, Trinidad en het noorden van Venezuela behoren tot de ondersoort caribaeus.

Blauwstaartsmaragdkolibrie (Chlorostilbon mellisugus)
Foto: Bjørn Christian Tørrissen — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Herhaalde tsip- of tsjwep-tonen, soms overgaand in een roller of gekwetter; daarnaast een vrij luid, raspend tsjirrrt.

Luister: ZangXC926593

Opname: Wim Jacobs — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

7–9 cm, het vrouwtje kleiner dan het mannetje, met een korte, rechte zwarte snavel. Het mannetje is geheel glinsterend groen, van boven bronsgroen en van onder smaragdgroen, met witte dijen en een staalblauwe, gevorkte staart. Het vrouwtje is groen van boven en lichtgrijs van onder, met een zwartachtig masker, een witte streep achter het oog en een blauwzwarte staart met witachtige punten.

Verwarrings­soorten

De blauwkinsaffierkolibrie Chlorestes notata op Trinidad is wat groter, met een rode ondersnavel, een blauwe kin en een afgeronde staart. De muskietkolibrie Chrysolampis mosquitus heeft een kortere staart, het mannetje met een robijnrode kruin en goudkleurige keel, het vrouwtje met roestbruine staart. De witborstamazilia Chrysuronia brevirostris is groter en wit van onder.

Leefgebied

Open en halfopen landschap: doornstruweel en cactusscrub, savanne, akkers en kleinschalig landbouwgebied, tuinen, bosranden en droog bos. Op Trinidad vooral in vochtige graslanden, savannes en cultuurland met verspreide bomen. Mannetjes verdedigen een voedselterritorium met duikvluchten. Broedt op Trinidad van december tot mei.

Verspreiding en trek

Standvogel op Aruba, Curaçao en Bonaire, waar de soort de algemeenste kolibrie van het droge struweel is, en op Trinidad, waar ze plaatselijk en minder algemeen voorkomt; niet op Tobago. Buiten het gebied van Colombia en Venezuela tot de Guyana's, het Amazonegebied en Bolivia.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op de ABC-eilanden te vinden in Christoffelpark op Curaçao, Washington Slagbaai op Bonaire en Arikok op Aruba, en in tuinen met bloeiende struiken. Op Trinidad in open terrein en cultuurland in het binnenland. Een mannetje is in het zonlicht te herkennen aan het egaal glinsterende groen en de blauwe staart.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort heeft een groot verspreidingsgebied, een stabiele populatie en past zich goed aan door de mens veranderde landschappen aan.

Wetenschappelijke naam

Chlorostilbon mellisugus | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Trochilus mellisugus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chlorostilbon werd in 1853 ingevoerd door Gould. Chlorostilbon is Grieks, van khlōros 'groen' en stilbōn 'glanzend', naar het glinsterend groene verenkleed. mellisugus is Latijn, van mel 'honing' en sugere 'zuigen': 'honingzuiger', naar het nectar drinken. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit West-Indië (niet nader bepaald).