Alle soorten › Steltloperachtigen › Plevieren › Aziatische goudplevier

Aziatische goudplevier | Pluvialis fulva

Pacific Golden Plover | Chorlito dorado siberiano

De Aziatische goudplevier is de Pacifische tegenhanger van de Amerikaanse goudplevier: hij broedt in Siberië en West-Alaska en overwintert van Zuid-Azië tot Australië en de eilanden van de Grote Oceaan. In het Caribisch gebied is hij een zeer zeldzame dwaalgast, en elke goudplevier hier verdient daarom een tweede blik.

Aziatische goudplevier (Pluvialis fulva)
Foto: DickDaniels (http://theworldbirds.org/) — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, tweelettergrepig tsjoe-wiet, duidelijker dan de roep van de Amerikaanse goudplevier en wat doen denken aan die van de zwarte ruiter; ook een kort tsjiet. De roep is bij dwaalgasten een nuttige aanwijzing.

Luister: Nachtelijke vluchtroepXC1179873

Opname: Xiangrong Yan — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23–26 cm. Iets kleiner en ranker dan de Amerikaanse goudplevier, met relatief langere poten, een iets grotere snavel en een kortere handpenprojectie: in zit steken meestal maar twee of drie pentoppen voorbij de tertials uit, en de tertials reiken ver naar achteren. Buiten de broedtijd vaak warmer goudgeel getint op rug, borst en gezicht, met een gelige wenkbrauwstreep. In broedkleed zwart van gezicht tot buik, maar met een witte band die langs de halszijde doorloopt over de flanken, en wit gevlekte onderstaartdekveren. In vlucht een vage vleugelstreep, een donkere stuit en een grijze ondervleugel; de tenen steken iets voorbij de staart uit.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse goudplevier Pluvialis dominica is de belangrijkste verwisselingskans: die is wat gedrongener, kortpotiger, met een langere handpenprojectie en in de herfst doorgaans grijzer. In broedkleed toont de Amerikaanse een geheel zwarte onderkant zonder witte flanken. De zilverplevier Pluvialis squatarola is groter, met een witte stuit en zwarte oksels.

Leefgebied

Op dezelfde plekken als de Amerikaanse goudplevier: kortgrazig grasland, weilanden, golfbanen en vliegvelden, maar ook zoutpannen, modderbanken en drooggevallen vijvers. Elders in het overwinteringsgebied vaak op gazons en sportvelden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Gevallen zijn bekend van Barbados, waar in 2017 en 2018 vogels langere tijd verbleven, en van enkele andere eilanden, waaronder de Bahama's en Guadeloupe; ook van de Kaaimaneilanden zijn waarnemingen gemeld. Van de meeste eilanden ontbreken gevallen, en de verspreiding in het gebied is niet goed samengevat. Buiten het gebied broedt de soort in Noord-Siberië en West-Alaska en overwintert ze in Zuid- en Zuidoost-Azië, Australië, Nieuw-Zeeland en op de eilanden van de Grote Oceaan, in kleiner aantal ook in Oost-Afrika.

Hoe en wanneer kijken

Een goudplevier tussen groepen Amerikaanse goudplevieren of andere steltlopers op Barbados of elders op de Kleine Antillen loont nadere inspectie: lengte van de poten, handpenprojectie en roep zijn de sleutel. Foto's van de zittende vogel van opzij helpen bij de beoordeling achteraf.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het Caribisch gebied een zeer zeldzame dwaalgast zonder vaste aanwezigheid.

Wetenschappelijke naam

Pluvialis fulva | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Charadrius fulvus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pluvialis werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Pluvialis is Latijn voor 'van de regen', van pluvia 'regen', naar het oude geloof dat deze plevieren samendromden wanneer er regen op komst was. fulva is Latijn voor 'geelbruin, goudbruin', naar de goudgele spikkeling op de bovendelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tahiti.