Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Amerikaanse nachtzwaluw

Amerikaanse nachtzwaluw | Chordeiles minor

Common Nighthawk | Añapero yanqui

De Amerikaanse nachtzwaluw broedt in grote delen van Noord-Amerika en overwintert in Zuid-Amerika, tot in Argentinië. Een deel van de vogels trekt door het Caribisch gebied, vooral door het westen ervan. Ze zijn daar alleen in de trektijd te zien, vaak in losse groepen die in de schemering hoog boven het land jagen. Van de Antilliaanse nachtzwaluw, die in hetzelfde seizoen op de eilanden broedt, is hij in het veld nauwelijks te onderscheiden zolang hij zwijgt.

Amerikaanse nachtzwaluw (Chordeiles minor)
Foto: Andy Reago & Chrissy McClarren — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op de trek vaak stil. De roep is een nasaal, zoemend piient of bzzeert, in de vlucht. In de baltsvlucht duikt het mannetje steil omlaag, waarbij de lucht door de handpennen een laag, ronkend geluid maakt.

Luister: VluchtroepXC1150090

Opname: Trent R. Stanley — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

22–25 cm, met lange, spitse vleugels die ver voorbij de staart reiken en een gevorkte staart. Het verenkleed is donker grijsbruin, sterk gevlekt met zwart, grijs en wit. De onderdelen zijn wit tot bruingeel met dichte donkere bandering. Halverwege tussen vleugelboeg en vleugelpunt loopt een witte band over vijf handpennen. Het mannetje heeft een witte keelvlek en een witte band dicht bij het eind van de staart; het vrouwtje heeft een bruingele keel en geen staartband.

Verwarrings­soorten

De Antilliaanse nachtzwaluw Chordeiles gundlachii is iets kleiner en korter gevleugeld, met meer bruingeel op de onderdelen en de ondervleugeldekveren en contrasterend lichte tertials bij een zittende vogel; de roep is het betrouwbaarste verschil. De Texasnachtzwaluw Chordeiles acutipennis is kleiner en lichter, met de vleugelband dichter bij de punt en bruingele vlekken in de handpennen; hij vliegt meestal laag.

Leefgebied

Op de trek boven vrijwel elk open landschap: graslanden, weilanden, stranden, dorpen, steden en vliegvelden, maar ook boven bos. Jaagt vooral in de schemering en soms overdag op vliegende insecten, vaak hoog in de lucht. Rust overdag op een tak, een paal of op de grond.

Verspreiding en trek

Doortrekker over de Bahama's, Cuba, de Kaaimaneilanden, Jamaica en Hispaniola, in kleinere aantallen naar het oosten tot Puerto Rico en de Kleine Antillen. Op Bonaire en Curaçao een geregelde doortrekker; op Trinidad een dwaalgast. De voorjaarstrek valt in april en mei, de najaarstrek van augustus tot oktober. Broedt van Canada en de Verenigde Staten tot in Midden-Amerika en overwintert in Zuid-Amerika, vooral in Argentinië.

  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,18° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Najaarsavonden bij open terrein, zoals vliegvelden, weilanden en kustvlakten op Cuba en Jamaica, bieden de beste kans; soms passeren groepen. Stille vogels laten zich niet met zekerheid van de Antilliaanse nachtzwaluw scheiden; ze worden dan beter als nachtzwaluw onbepaald genoteerd, tenzij de roep te horen is of de vogel buiten het broedseizoen van de Antilliaanse soort valt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar de aantallen in Noord-Amerika nemen af, waarschijnlijk door het afnemende aanbod van vliegende insecten en verlies van broedgebied. In het Caribisch gebied geen bedreigingen bekend.

Wetenschappelijke naam

Chordeiles minor | (Forster, 1771)

Forster beschreef de soort in 1771 als Caprimulgus minor; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chordeiles werd in 1832 ingevoerd door Swainson. Chordeiles is Grieks, van khoreia 'dans' en deilē 'avond', naar de dansende jachtvluchten in de schemering. minor is Latijn voor 'kleiner', ter onderscheiding van de grotere nachtzwaluwen waarmee de soort aanvankelijk werd vergeleken. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit South Carolina (later vastgelegd).