Alle soorten › Pelikaanachtigen › Reigers › Amerikaans woudaapje

Amerikaans woudaapje | Botaurus exilis

Least Bittern | Avetorillo panamericano

Het Amerikaans woudaapje is de kleinste reiger van het gebied, nauwelijks groter dan een merel met een lange hals. Het leeft verborgen in dichte moerasvegetatie en wordt vaker gehoord dan gezien. Het werd lange tijd in het geslacht Ixobrychus geplaatst en staat nu met de roerdompen in Botaurus.

Amerikaans woudaapje (Botaurus exilis)
Foto: U.S. Fish and Wildlife Service Northeast Region — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het mannetje geeft vooral in de schemering een zacht, laag koerend koe-koe-koe; daarnaast een snel, droog kek-kek-kek als alarm- of contactroep.

Luister: ZangXC1082216

Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

28–36 cm, klein en slank, met een dunne gele snavel en geelgroene poten. Het mannetje heeft een zwarte kruin en rug, een roomkleurig gestreepte voorhals, okerbruine halszijden en een grote lichtgele vleugelvlek die in vlucht sterk opvalt tegen de donkere slagpennen. Het vrouwtje heeft een donker kastanjebruine kruin en rug met lichte lengtestrepen en een sterker gestreepte hals. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, maar zijn nog vager en sterker gestreept.

Verwarrings­soorten

De groene reiger Butorides virescens is groter en donkerder, met een donkergroene rug, roodbruine hals en geen lichte vleugelvlek. De mangrovereiger Butorides striata is grijs met een donkere kruin en eveneens zonder vleugelvlek. De Amerikaanse roerdomp Botaurus lentiginosus is veel groter, bruin gestreept en heeft een zwarte halsstreep.

Leefgebied

Dichte zoetwater- en brakwatermoerassen met lisdodde, riet en zegge, randen van vijvers met oeverbegroeiing, rijstvelden en de landzijde van mangrove. Klimt behendig door de stengels, met de tenen om meerdere halmen tegelijk, en jaagt vanaf de vegetatie op kleine vissen, kikkers en insecten. Bij gevaar blijft het roerloos staan met de snavel omhoog. Het nest is een platform van gebogen stengels boven het water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatietypen van het Caribisch gebied.

Verspreiding en trek

Standvogel op Cuba, Jamaica, Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek), Puerto Rico en Guadeloupe; in kleinere aantallen of onregelmatig gemeld van de Bahama's, de Kaaimaneilanden, de Maagdeneilanden, Martinique en Trinidad. Op Aruba en Curaçao een zeldzame dwaalgast. Een deel van de wintervogels in het noorden van het gebied komt uit Noord-Amerika. Buiten het gebied van het zuidoosten van Canada en het oosten en zuiden van de Verenigde Staten via Mexico en Midden-Amerika tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Uitgestrekte lisdoddemoerassen, zoals de Ciénaga de Zapata op Cuba, in de vroege ochtend of de avond. De vogel wordt meestal gezien als hij kort over het riet vliegt, met de lichte vleugelvlek als kenmerk, of als hij aan de rand van een open plek in de vegetatie hangt. Het koeren verraadt de aanwezigheid.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De soort is wijdverbreid, maar in het gebied verdwijnt leefgebied door het droogleggen en opvullen van moerassen. Door de verborgen leefwijze zijn aantallen en trends op de meeste eilanden slecht bekend.

Wetenschappelijke naam

Botaurus exilis | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Ardea exilis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Botaurus werd in 1819 ingevoerd door Stephens. Botaurus is middeleeuws Latijn voor 'roerdomp'; het woord verbindt het Latijnse bos 'rund' met taurus 'stier', naar de loeiende roep (vergelijk butire 'boemen'). exilis is Latijn voor 'klein, slank', naar het geringe formaat van dit dwergroerdompje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.