Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Steenuil

Steenuil | Athene noctua

Little Owl | Mochuelo europeo

Klein, gedrongen uiltje van het ouderwetse cultuurlandschap, dat vaak overdag op een paal of daknok zit. Zijn wippende houding en golvende spechtenvlucht verraden hem meteen.

Steenuil (Athene noctua)
Hoofdfoto · Foto: Houssembo — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Het bekendste geluid is een luide, opgaande, klagende roep kwieuw, herhaald vanaf een paal of nok, vooral in de schemer van maart tot mei. Daarnaast een blaffend werro-werro bij opwinding en een kort keffend alarm. Ook overdag te horen.

Luister: ZangXC432927

Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Nauwelijks groter dan een spreeuw maar veel forser: platte kop, brede witte wenkbrauwen en felgele ogen. Bovendelen bruin met witte vlekken, onderdelen breed bruin gestreept, poten wit bevederd. Vliegt laag en diep golvend als een specht; jonge vogels zijn valer en hebben een minder gevlekte kop.

Verwarrings­soorten

Dwergooruil is slanker, grijzer en schorskleurig, met korte oorpluimen en oranjegele ogen, zit rechtop in een boom en is bovendien alleen zomervogel. Uitgevlogen ransuilen bedelen 's nachts vanaf hogere takken. Veel op afstand gemelde steenuilen blijken jonge kauwen of duiven op palen te zijn.

Leefgebied

Kleinschalig boerenland met knotwilgen, hoogstamboomgaarden, oude schuren en erven, met veel kort gras of ruige slootkanten ernaast. Vraagt holtes in bomen, muren of nestkasten en jaagt op emelten, wormen, muizen en kevers vanaf lage uitkijkposten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Van de zuidelijke Noordzeekust en Jutland zuidwaarts door heel Midden- en Zuid-Europa; ontbreekt in Scandinavië en op het Ierse eiland. In Iberië wijdverbreid en talrijk in olijfgaarden, steppen en dehesas (Iberisch parklandschap van oude eiken boven begraasd grasland). Standvogel; jonge vogels zwerven hooguit enkele kilometers.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Rijd in april of mei in het laatste uur voor donker langs kleinschalig boerenland en scan palen, hekken, nokken en knotwilgen op een laag, breed silhouet. De roepactiviteit piekt dan, en luisteren vanaf een stilstaande auto werkt beter dan lopen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). In Noordwest-Europa langdurig afgenomen door schaalvergroting en het verdwijnen van knotwilgen, boomgaarden en rommelhoekjes. Verdrinking in open drinkbakken en regentonnen, aanrijdingen en het verlies van muizenrijk grasland spelen mee. In Iberië nog talrijk, maar dunner in geïntensiveerd akkerland; nestkasten helpen lokaal.

Wetenschappelijke naam

Athene noctua | (Scopoli, 1769)

Scopoli beschreef de soort in 1769 als Strix noctua; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Athene werd in 1822 ingevoerd door Boie. Athene verwijst naar de Griekse godin Athena, wier zinnebeeld de uil was. noctua is de Latijnse naam van de uil die gewijd was aan Minerva, de Romeinse tegenhanger van Athena. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Krain in Slovenië.