Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Laurierduif
Laurierduif | Columba junoniae
Laurel Pigeon | Paloma rabiche
De laurierduif is de duif van de barranco's (steile, droge ravijn in vulkanisch of bergachtig terrein): een donkere, roodbruin aangelopen vogel die uit het nevelwoud tevoorschijn komt en dwars over de kloof glijdt, met een lichte staartpunt die van ver oplicht. Hij deelt vier Canarische eilanden met Bolles laurierduif en wordt daar vaak mee verward.
Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.
Geluid
Een diepe, holle roep van drie lettergrepen, hoe-hoe-hoeoe, met de klemtoon op de laatste en langste noot; het geluid draagt ver door de kloof maar is lastig te plaatsen. Daarnaast een gehaast, hikkend gekoer tussen de partners. Het meest te horen in de vroege ochtend van het late voorjaar. Bij de balts klimt de vogel schuin omhoog en glijdt op stijve vleugels in een lange boog omlaag.
Opname: SonoNatura — CC BY-NC-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Grote, donkere duif. Kop en hals zijn grijs met groene glans, die op de onderhals en de mantel overgaat in paarsrood; de rug is donker sepiabruin en de onderdelen zijn roodbruin tot wijnrood. Doorslaggevend is de staart: bleekgrijs, uitlopend in een brede vuilwitte eindband die van onderen het duidelijkst is. De snavel is roze met een lichte punt, het oog oranje met een rode ring, de poten rood. Jonge vogels zijn doffer, missen de glans en hebben een donkere snavel.
Verwarringssoorten
Bolles laurierduif zit op dezelfde vier eilanden en in hetzelfde bos; dat is het enige echte verwarringsgevaar. Kijk eerst naar de staart: bij de laurierduif loopt de bleekgrijze staart uit in een lichte punt, bij Bolles laurierduif eindigt een zwarte staart juist donker, met de lichte band er middenin. Kijk daarna naar de kleur: laurierduif is roodbruin op rug en borst, Bolles laurierduif leiblauwgrijs met alleen een paarse gloed. In de vlucht steekt de laurierduif open hellingen en kloven over; de ander blijft binnen het kroondak. De roep is diep en hol, drie lettergrepen, tegen het rauwe geratel van Bolles laurierduif. De houtduif komt op deze eilanden ook voor, maar heeft een witte halsvlek en een witte vleugelband.
Leefgebied
Laurisilva en monteverde (het vochtige laurierbos van Macaronesië) op de vochtige noordhellingen, met een voorkeur voor de lagere, warmere zone en voor steile, dicht begroeide barranco's. Foerageert in vruchtdragende bomen als til (Canarische laurierboom (Ocotea foetens), hoog en donkerbladig) en viñátigo (Canarische laurierboom (Persea indica) met roodachtige twijgen), maar komt ook in dennenbos en op akkers en boomgaarden langs de onderrand van het bos. Nestelt niet in bomen maar op de grond, op rotsrichels en onder varens in de kloofwand.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Uitsluitend op de Canarische Eilanden, en daar alleen op La Palma, La Gomera, Tenerife en El Hierro. La Palma draagt verreweg de meeste vogels; op Tenerife zit hij verspreid over Anaga en Teno, op El Hierro gaat het om een handvol. Nergens anders ter wereld komt hij voor. De stand telt enkele duizenden vogels en viel bij recent onderzoek hoger uit dan de tellingen van de jaren tachtig aangaven.
- Jaarrond
Hoe en wanneer kijken
La Palma in april of mei, in de eerste twee uur na zonsopgang, vanaf een uitzichtpunt boven Los Tilos of de Barranco de la Galga. Ga hoog staan en kijk over de kloof heen: de duiven steken de open ruimte over, en de lichte staartpunt is dan het eerste en vaak het enige kenmerk dat je te pakken krijgt.
Staat van instandhouding
Bijna bedreigd. Het areaal is klein en het bos versnipperd, maar de stand stijgt sinds de jacht verboden is en het nevelwoud beschermd. De grootste bedreiging blijft predatie van eieren en jongen door ratten en katten, want de nesten staan op de grond; daarnaast wordt er nog altijd illegaal geschoten waar de vogels op akkers foerageren. Hij staat op bijlage I van de Vogelrichtlijn en heeft een eigen herstelprogramma gehad.
Wetenschappelijke naam
Columba junoniae | Hartert, 1916
Hartert beschreef de soort in 1916 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Columba werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Columba is Latijn voor 'duif' en gaat terug op het Griekse kolumbos 'duiker', bij kolumbaō 'duiken, zwemmen'; de klassieke schrijvers noemden de rotsduif zo naar de zwemmende slag van de vleugels in de vlucht. junoniae is afgeleid van Junonia Mayor en Junonia Menor, oude namen voor La Palma en La Gomera, de beide eilanden waar de laurierduif voorkomt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit La Galga op La Palma.



