Alle soorten › Steltloperachtigen › Vechtkwartels › Gestreepte vechtkwartel

Gestreepte vechtkwartel | Turnix sylvaticus

Common Buttonquail | Torillo andaluz

Een minuscule vogel die op een kwartel lijkt maar er geen is: de vechtkwartels vormen een eigen familie binnen de steltlopers, de orde van plevieren, snippen en meeuwen. Ook hier zijn de rollen omgekeerd — het vrouwtje is groter, feller getekend en de enige die roept, en het mannetje broedt en voedt alleen. In het gidsgebied rest nog één populatie, op een strook akkerland aan de Atlantische kust van Noordwest-Afrika, en die is er slecht aan toe.

Gestreepte vechtkwartel (Turnix sylvaticus)
Hoofdfoto · Foto: Alandmanson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

Het vrouwtje is de roeper. In het voorjaar en na regen laat zij een diep, hol, loeiend hoemm-hoemm-hoemm horen, traag herhaald en soms minutenlang volgehouden, als een verre koe of als iemand die over een fles blaast. Het draagt honderden meters, is bijna niet te lokaliseren en lijkt uit de grond zelf te komen. Het mannetje antwoordt met een zacht, snel kek-kek-kek. Verder is de soort stil, en in de praktijk is het loeien van het vrouwtje vrijwel de enige manier om vast te stellen dat er nog vogels zitten.

Luister: ZangXC1177965

Opname: Campbell Fleming — CC BY-NC-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Nauwelijks vijftien centimeter, bolrond en kortstaartig, met een fijne grijze snavel en vleeskleurige poten. De bovendelen zijn zandbruin met roestbruine en zwarte schubtekening; de borst is warm oranjebeige, en de zijborst en flanken dragen zwarte, halvemaanvormige vlekken die vanaf de zijkant het duidelijkst zijn. De iris is roomwit tot bleekgeel, een klein maar betrouwbaar kenmerk. Anders dan elk echt hoen mist de vechtkwartel een achterteen en staat hij dus op drie tenen. In vlucht valt een bleek beige veld op de vleugeldekveren op dat contrasteert met donkere slagpennen. Het vrouwtje is groter, warmer roestbruin en zwaarder gevlekt op de flanken dan het mannetje.

Verwarrings­soorten

De kwartel is de enige echte verwarring en komt daar op dezelfde akkers voor. Die is groter en langgerekter van vorm, egaler zandkleurig met scherpe crèmekleurige lengtestrepen over de rug, heeft een donkere iris, draagt lengtestrepen in plaats van halvemaantjes op de flanken en toont in vlucht geen bleek dekveerveld. Het gedrag helpt minstens zo goed: een opgestoten kwartel vliegt hard en ver weg, terwijl de vechtkwartel een meter of twintig laag en fladderend wegzoeft en zich meteen weer laat vallen. Van dichtbij beslist de ontbrekende achterteen.

Leefgebied

Warme, droge, zandige bodems met lage maar dichte dekking. Van oorsprong het lage struweel van dwergpalm en de open kustmaquis van de Atlantische kustvlakte van Noordwest-Afrika, maar dat is sinds de jaren negentig vrijwel volledig omgezet in akkerland: de laatste vogels leven nu in graan, luzerne, braak en stoppel, en in de perceelranden en niet-geploegde stukken daartussen. De vogel loopt weg in plaats van op te vliegen en heeft dus doorlopende dekking op grondhoogte nodig.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Als soort wijd verspreid van Afrika ten zuiden van de Sahara tot India, Zuidoost-Azië en Zuid-China. In het gidsgebied gaat het uitsluitend om de nominaatvorm, ooit te vinden van Zuid-Iberië via Sicilië tot Noordwest-Afrika en verder oostwaarts langs de Noord-Afrikaanse kust; in Zuid-Iberië, op de campiña (kleinschalig akker- en boomgaardlandschap) en de kustzanden van Cádiz, Huelva en Málaga en langs de beneden-Guadalquivir, verdween hij in het laatste derde van de twintigste eeuw. Eén plek is over: een strook intensief bewerkte kustlandbouw in de Doukkala, tussen Sidi Abed en Oualidia ten noorden van El Jadida, nog geen vijftig vierkante kilometer; alle recente waarnemingen komen daarvandaan.

  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Eerlijk gezegd: reken er niet op. De kans op een waarneming is zeer klein, en wat er nog zit staat op particulier akkerland waar rondlopen niet vanzelfsprekend is. Wie het toch probeert, gaat in april of mei bij het eerste licht naar een veldweg in de Doukkala en luistert een uur lang zonder de percelen in te gaan; het loeien van het vrouwtje is het enige realistische signaal.

Staat van instandhouding

Hier lopen de wereldwijde en de regionale situatie ver uiteen. Als soort is de gestreepte vechtkwartel wijd verspreid over Afrika en Azië en op wereldschaal niet bedreigd; dat is de wereldwijde IUCN-categorie. De Noord-Afrikaanse en Europese nominaatvorm staat daarentegen op instorten. Uit Iberië en Sicilië is hij verdwenen. Aan de Atlantische kust van Noordwest-Afrika werd de soort na 1988 twaalf jaar lang niet meer gezien en pas in 2000 hervonden. Tellingen in het enige resterende gebied gaven 1.890 vogels in 2011, 492 in 2014 en 596 in 2017, waaronder ongeveer 117 broedende vrouwtjes; in diezelfde jaren liep het aandeel geschikt akkerland terug van 63 naar 38 procent, vooral door dieper en vaker ploegen. Het is daarmee een van de meest bedreigde vogels van deze gids.

Wetenschappelijke naam

Turnix sylvaticus | (Desfontaines, 1789)

Desfontaines beschreef de soort in 1789 als Tetrao sylvaticus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Turnix werd in 1791 ingevoerd door Bonnaterre. Turnix is een verkorting van de geslachtsnaam Coturnix, het Latijnse woord voor 'kwartel'. sylvaticus is Latijn voor 'van het bos', van silva 'bos'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de omgeving van Algiers.