Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Drieteenmeeuw

Drieteenmeeuw | Rissa tridactyla

Black-Legged Kittiwake | Gaviota tridáctila

De drieteenmeeuw is de enige echte oceaanmeeuw van Europa: buiten de broedtijd brengt hij maanden achtereen door boven open zee, ver buiten zicht van land. Zijn naam slaat op de vrijwel ontbrekende achterteen, maar in het veld herken je hem eerder aan de vleugelpunt die in inkt gedoopt lijkt.

Drieteenmeeuw (Rissa tridactyla)
Hoofdfoto · Foto: Hobbyfotowiki — CC0 · Wikimedia Commons

Klik op een duimnagel om de foto hierboven te wisselen.

Geluid

De roep is zijn naam in het Engels: een nasaal, dringend en driedelig kitti-waaake, dat in een kolonie met honderden vogels tot een oorverdovend, wiegend koor aanzwelt. Daarnaast een kort, hoog kek-kek bij ruzie op de richel. Je hoort het van april tot augustus op broedkliffen op de Britse Eilanden, in Scandinavië, IJsland en Bretagne, en op de gasplatforms ver op de Noordzee; langs de kust en op trek zwijgt hij bijna altijd.

Luister: KoloniegeroepWikimedia Commons

Opname: Wikimalte — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een middelgrote, kortpotige meeuw met een zachte, ronde kop, een klein donker oog en een ongetekende geelgroene snavel zonder rode vlek. De poten zijn kort en zwart, waardoor hij op een richel of dijk gedrongen oogt. De mantel is middengrijs; de handpennen eindigen in een strak afgesneden, zuiver zwart driehoekje zonder enige witte spiegel, alsof de punt in inkt is gedoopt. In vlucht zijn de vleugels smal en spits en is de slag stijf en verend, meer stormvogelachtig dan meeuwachtig; de armpennen tonen een lichte lengtezone die in tegenlicht doorschijnt. In winterkleed komt er een donkergrijze halve halskraag in de nek bij plus een donkere oorvlek. Eerstejaars zijn onmiskenbaar: een zwarte W over de gespreide vleugels, een zwarte halsband in de nek en een zwarte staartband op een licht gevorkte staart.

Verwarrings­soorten

Stormmeeuw is de vaste verwarringssoort op zeetrek: die heeft langere geelgroene poten, een groter oog, en vooral duidelijke witte spiegels in de zwarte vleugelpunt. Dwergmeeuw is veel kleiner, met ronde vleugeltoppen en bij volwassen vogels een donkere ondervleugel; jonge dwergmeeuwen hebben net als jonge drieteenmeeuwen een W-patroon, maar dan met een donkere kruin en zonder de zwarte halsband. Vorkstaartmeeuw, de zeldzaamheid die in dezelfde herfststormen opduikt, toont een driekleurige vleugel met een grote witte driehoek en een echt gevorkte staart. Bij vluchtig zicht op zee helpt het jizz-verschil (de totaalindruk van vorm en beweging): de drieteenmeeuw scheert dicht boven de golfdalen met stijve slagen, de stormmeeuw vliegt losser en hoger.

Leefgebied

Buiten het broedseizoen volledig pelagisch, boven de rand van het continentaal plat en boven opwellingen, waar hij van het wateroppervlak vist op sprot, zandspiering en garnaalachtigen; hij duikt nauwelijks. Broedt op smalle richels van steile kliffen, waar hij een modderige nestkom aan de rots plakt, en verder op kunstmatige rotsen: kadegebouwen, pieren en offshore-installaties. Anders dan de meeste meeuwen komt hij niet op vuilstort of akkers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Circumpolair in de noordelijke Atlantische en Grote Oceaan, met Europese bolwerken in IJsland, Scandinavië, Spitsbergen, de Faeröer en op de Britse Eilanden. Zuidelijker in Noordwest-Europa broedt hij bij uitzondering op gas- en olieplatforms in de Noordzee; langs de kust zijn vooral doortrekkers en stormvogels te zien. Nog zuidelijker overwintert de soort in de Golf van Biskaje en voor de Galicische kust, met kleinere aantallen tot in de Middellandse Zee.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zeetrektellen is de manier om hem vanaf land te zien: ga bij een stevige noordwesterstorm tussen oktober en januari naar een zeetrekpost aan de zuidelijke Noordzeekust, zoals Westkapelle, de Brouwersdam, Camperduin of de pier van IJmuiden en tel het eerste licht. De vogels komen dan laag en in losse snoeren voorbij, en na een echte storm blijven ze soms dagenlang binnen de branding hangen. Op een veerbootovertocht of een pelagische tocht zie je ze veel rustiger, foeragerend achter het schip, en kun je op je gemak de zwarte punt en de zwarte poten controleren.

Staat van instandhouding

Sinds 2017 staat de drieteenmeeuw op de wereldwijde Rode Lijst als kwetsbaar (VU); in Europa geldt dezelfde beoordeling en binnen de EU zelfs bedreigd. De oorzaak is voedsel: opwarmend zeewater verschuift het plankton en daarmee de zandspiering, precies in de weken dat de kuikens gevoerd moeten worden, en de industriële zandspieringvisserij versterkte dat effect. Op de Britse Eilanden, in Scandinavië en op Spitsbergen zijn kolonies in enkele decennia gehalveerd of leeggelopen; de platformpopulatie in de Noordzee groeit juist, maar is te klein om de Europese trend te keren.

Wetenschappelijke naam

Rissa tridactyla | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Larus tridactylus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Rissa werd in 1826 ingevoerd door Stephens. Rissa gaat terug op het IJslandse rita, de plaatselijke naam voor de drieteenmeeuw. tridactyla is Grieks voor 'drieteenig', van tri- 'drie' en daktylos 'teen': de achterteen is bij deze meeuw tot een stompje teruggebracht. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Groot-Brittannië.