Alle soorten › Stormvogelachtigen › Albatrossen › Zwartvoetalbatros
Zwartvoetalbatros | Phoebastria nigripes
Black-footed Albatross | Albatros patas negras
De zwartvoetalbatros is de donkere albatros van de noordelijke Grote Oceaan: roetbruin van kop tot staart, met een spanwijdte van twee meter. Hij broedt op een handvol vlakke zandeilanden in het noordwesten van de Hawaï-archipel en foerageert van daaruit tot voor de kust van Californië en tot in de Golf van Alaska. Voor wie in Noord-Amerika een boottocht naar diep water maakt, is dit de albatros die je kunt tegenkomen.
Geluid
Op zee is hij niet stil: zodra er meerdere vogels om hetzelfde stuk voedsel duiken klinkt een nasaal, klagend gekreun dat overgaat in een schril, hinnikend gegil. In de kolonie is het geluid dag en nacht hoorbaar en van ver over het eiland te horen — een langgerekt iiii-aaah dat op een ezelsbalk lijkt, afgewisseld met een dof gebrom en het droge geratel van snavel tegen snavel. De jongen bedelen met een dun, piepend fluitje dat naast het lawaai van de volwassen vogels bijna verdwijnt. Aan boord van een schip verraadt hij zich vaker met dat gekreun achter de boot dan met iets wat je ziet.
Opname: Elias Aristides Elias — CC BY-NC-SA 4.0 · Fort Bragg, Mendocino County, California, United States · xeno-canto
Herkenning
Een geheel donkere, roetbruine albatros met lange, smalle, aan het uiteinde stompe vleugels en een zware, donkere snavel. Rond de snavelbasis en onder het oog zit een lichte, vuilwitte zoom, die bij oude vogels breder wordt en het gezicht een grauw masker geeft; oude vogels hebben bovendien witte onderstaartdekveren en een lichte stuit. De poten zijn zwart, wat de Nederlandse naam verklaart, en ze steken in de vlucht niet voorbij de staart uit. Jonge vogels zijn egaler donker, met minder wit in het gezicht en een geheel donkere stuit. De vlucht is die van een albatros: stijve vleugels, lange bogen over de golfdalen, en pas bij windstilte een enkele trage slag.
Verwarringssoorten
De laysanalbatros (Phoebastria immutabilis), die in hetzelfde gebied vliegt, is op elke afstand te scheiden: wit lichaam en witte kop tegen donkere bovenvleugels, met een donkere veeg om het oog. Sterker gelijkend is de jonge Stellers albatros (Phoebastria albatrus), die ook geheel donker is; die is groter, heeft een zware roze snavel met een blauwige punt en lichte poten, en zijn aantal is zo klein dat elke waarneming wordt nagelopen. Grote donkere pijlstormvogels als de grauwe pijlstormvogel worden op afstand voor hem aangezien, maar zijn nauwelijks half zo groot en slaan veel sneller met de vleugels. Bij twijfel is de snavel het beste kenmerk: donker en zwaar bij deze soort, roze bij de Stellers albatros.
Leefgebied
Buiten het broedseizoen leeft hij boven diep water en langs de rand van het continentaal plat, waar opwellend water inktvis en vis naar boven brengt; daar volgt hij ook vissersschepen. Om te broeden heeft hij een vlak, laag zandeiland nodig met open plekken tussen lage kruiden en struiken, waar het nest niet meer is dan een kuil in het koraalzand. Kliffen en steile rotseilanden gebruikt hij niet, en zoet water evenmin. Zijn broedplaatsen liggen bijna alle op eilanden die maar een paar meter boven de zeespiegel uitkomen — het maakt de kolonie bereikbaar en tegelijk kwetsbaar.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
De kolonies liggen in de noordwestelijke Hawaï-eilanden, vooral op Midway, Laysan en French Frigate Shoals; daarbuiten broeden er kleine aantallen op eilanden ten zuiden van Japan en op Isla Guadalupe voor Neder-Californië. Buiten het broedseizoen zwerft de soort over de hele noordelijke Grote Oceaan, van de Beringzee tot in de tropen. Aan de Noord-Amerikaanse kant is hij het hele jaar voor de kust te vinden, met de meeste vogels in de zomer en de vroege herfst, wanneer de ouders na het broeden naar het koude, voedselrijke water van Californië tot Alaska trekken. Op de kaart staan daarom de zeegebieden waar hij regelmatig is en de staat waarin zijn kolonies liggen; de broedeilanden zelf liggen ver ten noordwesten van de acht grote Hawaï-eilanden.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Boek in de zomer een boottocht naar de rand van het continentaal plat voor Monterey, Half Moon Bay of Westport en kijk achter de boot: als er lokaas overboord gaat, komt hij vaak binnen enkele minuten aanzeilen. Vanaf het strand heeft het nauwelijks zin; de soort blijft ver uit de kust. Een geheel donkere albatros voor de westkust van Noord-Amerika is bijna altijd deze — kijk toch even naar de snavel, want de zeldzame Stellers albatros is de uitzondering.
Staat van instandhouding
De soort staat als gevoelig (NT) op de Rode Lijst. Er zijn ongeveer honderddertigduizend volwassen vogels en zo'n vijfenzestigduizend broedparen, met het overgrote deel op drie eilandgroepen — een klein aantal plekken voor een hele wereldpopulatie. De grootste sterfte komt van de langlijnvisserij, waar vogels achter de haken aan gaan en verdrinken: de schattingen lopen in de duizenden per jaar. Daarbij komt plastic, dat met de maagolie aan de jongen wordt gevoerd, en de zeespiegel: de broedeilanden liggen zo laag dat een zware storm ze onderloopt, en in oktober 2018 verdween East Island bij French Frigate Shoals in een orkaan vrijwel geheel onder water.
Wetenschappelijke naam
Phoebastria nigripes | (Audubon, 1839)
John James Audubon beschreef de soort in 1839 als Diomedea nigripes, bij de grote albatrossen; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phoebastria werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach, naar het Griekse phoibastria 'zieneres' — een naam met de klank van voorspelling, zoals zeelieden de albatros lang hebben gelezen. De soortnaam is gevormd uit het Latijnse niger 'zwart' en pes 'voet'. De typelocatie is geen kust en geen eiland, maar een positie op open zee, 30° 44' noorderbreedte en 146° westerlengte, waar het beschreven exemplaar werd verzameld.

