Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Wilde kalkoen

Wilde kalkoen | Meleagris gallopavo

Wild Turkey | Guajolote norteño

De wilde kalkoen is de zwaarste hoendervogel van het continent en een van de grootste successen van de Amerikaanse natuurbescherming: in de jaren dertig waren er nog enkele tienduizenden over, nu lopen er miljoenen. Het is bovendien de stamvader van elke kalkoen op de Thanksgiving-tafel.

Wilde kalkoen (Meleagris gallopavo)
Foto: MONGO — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Het gobbelen van het mannetje draagt in het voorjaar over een kilometer: een rollende, gorgelende uitbarsting van een seconde of twee, vaak uitgelokt door elk hard geluid — een dichtslaand portier, een uilenroep, verre donder. Hennen geven een reeks nasale kiuk-roepen en een zacht klokkend contactgeluid; bij gevaar klinkt een scherp, hard put, waarna de hele groep bevriest. Uit de slaapbomen komt bij het eerste licht een zacht keffen en klokken, vlak voordat de vogels naar beneden zeilen.

Luister: ZangXC1019836

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · La Haute-Côte-Nord (near Rivière-Sainte-Marguerite), Côte-Nord, Québec, Canada · xeno-canto

Herkenning

Een grote, hoogpotige hoendervogel met een klein kaal kopje dat van blauw naar rood verkleurt, een donker lichaam dat in de zon brons, groen en koper weerkaatst, en een lange staart met brede bandtekening. Het mannetje heeft rode lellen, een over de snavel hangende huidlel, sporen aan de poten en een borstelige 'baard' van gemodificeerde borstveren; in balts spreidt hij de staart tot een volle waaier en laat hij de vleugelpunten over de grond schrapen. De hen is een derde kleiner en veel doffer, met een grijzig, deels bevederd kopje; ongeveer één op de tien hennen draagt ook een baard. De staartpunten verraden de ondersoort: kastanjebruin bij de oostelijke vogels, vuilwit bij merriami in het westen.

Verwarrings­soorten

Binnen het gebied van de gids is verwarring nauwelijks mogelijk, behalve op Yucatán, waar de pauwkalkoen (Meleagris ocellata) voorkomt: kleiner, zonder baard, met een blauwe kop vol oranje knobbels en oogvormige brons-blauwe vlekken in de staartband. Verwilderde en losgelaten tamme kalkoenen zijn vaak witgevlekt of geheel wit, hebben een zwaarder lichaam en kortere poten en vluchten nauwelijks. Jonge vogels worden in de zomer op afstand voor kraaghoen of prairiehoen aangezien, maar zijn dan al langpotiger en langnekkiger dan welk hoen ook.

Leefgebied

Volwassen loofbos met open plekken en een goede eikel- en nootoogst, afgewisseld met velden, weiden en bosranden; volledig gesloten bos zonder open grond is even ongeschikt als kaal akkerland. Hij foerageert lopend op de bosbodem maar overnacht altijd in bomen, en dat is de bepalende eis — waar zware zijtakken ontbreken, ontbreekt hij. In het westen zit hij in ponderosaden- en eikenbos in de bergen, in Florida in moerasbos met palmetto's.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel in het oosten en midden van de Verenigde Staten, noordwaarts tot in het zuiden van Ontario en Quebec en de Maritieme Provincies, en door uitzettingen inmiddels ook in de Rocky Mountains, Californië en het noordwesten, ver buiten het oorspronkelijke areaal. Zuidwaarts reikt hij tot in Noord- en Midden-Mexico; de zuidelijk-Mexicaanse nominaatvorm, waaruit de tamme kalkoen is voortgekomen, is in het wild vrijwel verdwenen. De hele Canadese verspreiding is het resultaat van herintroductie.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek in april voor zonsopgang een bosrand aan een veld en blijf zitten: het gobbelen begint nog vanaf de slaapboom, en daarna lopen de vogels het open gras op. Buiten het voorjaar zijn de driehoekige krabgaten in het bladstrooisel en de grote, drietenige pootafdrukken in zand of modder vaak het enige bewijs — een groep van vijftig hennen en jongen kan in dicht bos volstrekt onhoorbaar blijven.

Staat van instandhouding

Ontbossing en ongereguleerde jacht drukten de populatie tegen de jaren dertig terug tot ongeveer dertigduizend vogels. Vangst-en-verplaatsing van wilde vogels met werpnetten — niet gefokte vogels, die het onveranderlijk niet redden — bracht de soort in enkele decennia terug op miljoenen, ruim zes miljoen tegenwoordig. Sinds de eeuwwisseling lopen de aantallen in delen van het zuidoosten weer terug, vermoedelijk door slechter kuikensucces bij veranderend bosbeheer; wereldwijd geldt de soort als niet bedreigd (LC).

Wetenschappelijke naam

Meleagris gallopavo | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 in de tiende editie van Systema Naturae als Meleagris Gallopavo en voerde in datzelfde werk het geslacht Meleagris in; omdat de soort daar sindsdien nooit uit verplaatst is, staan auteur en jaartal zonder haakjes. Meleagris is Grieks voor 'parelhoen', naar de zusters van Meleager die volgens de mythe in parelhoenders werden veranderd. gallopavo is laatmiddeleeuws Latijn, een samentrekking van gallus 'haan' en pavo 'pauw', in 1555 in die vorm gebruikt door Conrad Gessner. Linnaeus baseerde zich op de tamme kalkoen; de typelocatie luidt 'North America', waarmee Mexico bedoeld is, waar de vogel eeuwen eerder was gedomesticeerd.