Alle soorten › Duifachtigen › Duiven › Treurduif

Treurduif | Zenaida macroura

Mourning Dove | Zenaida huilota

De treurduif is een van de talrijkste en meest verspreide vogels van Noord-Amerika: een slanke, lichtbruine duif met een lange, spits toelopende staart en een klagende roep die zijn naam verklaart. Hij broedt van Canadese korenvelden tot Mexicaanse woestijnranden en is tegelijk een gewone tuinvogel en het meest bejaagde wild van het continent. Weinig andere soorten combineren zo'n grote talrijkheid met zo'n onopvallend verenkleed.

Treurduif (Zenaida macroura)
Foto: Paul Danese — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een laag, klagend gekoer van vier tot zes lettergrepen — koe-OE, koe, koe, koe — dat vaak voor een uilenroep wordt aangezien door wie het voor het eerst hoort. Beide seksen roepen, maar het mannetje zingt het meest, vooral in de vroege ochtend vanaf een open tak of draad. Bij het opvliegen maken de vleugels een scherp, fluitend geklapper, veroorzaakt door de smalle buitenste handpennen — een geluid dat de aanwezigheid van de vogel vaak eerder verraadt dan zijn roep.

Luister: VluchtroepXC1013493

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · Charlevoix (near Saint-Joseph-de-la-Rive), Capitale-Nationale, Québec, Canada · xeno-canto

Herkenning

Een slanke duif met een klein rond kopje, een lange, spits toelopende staart met witte randen die in de vlucht goed zichtbaar zijn, en zwarte stippen op de gevouwen vleugel. Het verenkleed is warm zandbruin met een rozige gloed op de borst en een blauw waas rond het oog; het mannetje heeft een iriserende paars-groene vlek in de nek die het vrouwtje mist of alleen zwak toont. Juveniele vogels zijn schubbig getekend en missen de glans. Op de grond loopt hij met een karakteristiek knikkende kop.

Verwarrings­soorten

De geïntroduceerde Turkse tortel is groter en bleker, met een zwarte halve halsband en een vierkante in plaats van spitse staart. De witvleugeltreurduif van het zuidwesten is fors zwaarder gebouwd, met een witte vleugelvlek en een afgeronde staart. De rotsduif, algemeen in steden, is veel gedrongener met een korte staart en mist de lange, spits toelopende lijn van de treurduif volledig.

Leefgebied

Hij is bij uitstek een vogel van halfopen landschap: akkerranden, weilanden met verspreide bomen, woestijnstruweel, boerenerven en tuinen, overal waar open grond om op te foerageren samengaat met bomen of struiken om te nestelen. Gesloten bos mijdt hij vrijwel geheel. Hij verdraagt droogte goed en komt tot diep in de woestijn voor zolang er af en toe water en een enkele boom te vinden zijn.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedvogel in vrijwel de gehele Verenigde Staten, het zuiden van Canada en heel Mexico; standvogel in het grootste deel van dat areaal. Alleen de noordelijkste broedvogels, in Canada en de noordelijke Great Plains, trekken in de herfst weg en overwinteren zuidelijker in de Verenigde Staten en Mexico. Het areaal is de afgelopen eeuw nauwelijks veranderd; de soort is een van de weinige waarvan de grote populatie al decennialang stabiel blijft ondanks een aanzienlijke jaarlijkse jacht.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Luister bij zonsopgang of -ondergang langs een akkerrand of in een voorstad naar het klagende gekoer, en zoek daarna naar silhouetten op stroomdraden of kale grond: treurduiven foerageren lopend, met kleine, snelle stapjes en een knikkende kop. Bij het opschrikken verraadt het fluitende vleugelgeluid de vogel al voor hij zichtbaar is.

Staat van instandhouding

Een van de talrijkste inheemse vogels van Noord-Amerika, met een populatie in de honderden miljoenen; de IUCN beschouwt hem als niet bedreigd (LC). Hij is in de meeste staten een legaal bejaagd wild, en de jaarlijkse afschot loopt in de tientallen miljoenen zonder dat dit de populatie merkbaar aantast. Verlies van kleinschalig boerenland met heggen en solitaire bomen is de belangrijkste langetermijndreiging.

Wetenschappelijke naam

Zenaida macroura | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Columba macroura, in het algemene duivengeslacht; Bonaparte plaatste hem in 1838 in het nieuwe geslacht Zenaida, vernoemd naar zijn echtgenote Zénaïde Bonaparte — vandaar de haakjes om auteur en jaartal. De soortnaam macroura is Grieks voor 'langstaartig'. Linnaeus gaf als typelocatie abusievelijk Canada en Carolina op; latere naspeuring wees uit dat het beschreven exemplaar in werkelijkheid uit de West-Indische eilanden kwam, naar een plaat van Edwards.