Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Siberische wulp
Siberische wulp | Numenius madagascariensis
Far Eastern Curlew | Zarapito de Siberia
De Siberische wulp is de grootste wulp ter wereld: een egaal donkerbruine vogel met een snavel die bij het vrouwtje twintig centimeter kan halen, langer dan bij welke andere steltloper ook. Hij broedt in het oosten van Siberië en overwintert in Australië, en raakt op die reis een enkele keer aan de verkeerde kant van de Beringzee. In Noord-Amerika zijn er nauwelijks meer dan een handvol gevallen, bijna alle in het voorjaar op de buitenste Aleoeten.
Geluid
De roep is een luid, helder tweelettergrepig fluitsignaal, koe-rie, met de klemtoon op de tweede lettergreep en meestal enkele malen herhaald; het draagt over een hele wadplaat. Bij verstoring gaat dat over in een sneller en hoger kir-kir-kir. Boven het broedgebied klinkt een lange, klagende zangvlucht die op en neer golft en met die van andere grote wulpen is te verwarren. Een dwaalgast in Alaska is doorgaans stil; wie hem hoort roepen heeft geluk gehad.
Opname: He Wenjin/文进 — CC BY-NC-SA 4.0 · Dan Dong, Liao-Ning, China, China · xeno-canto
Herkenning
Een grote, langbenige wulp met een lange, gelijkmatig omlaag gebogen snavel: bij het mannetje ruim dertien, bij een oud vrouwtje tot twintig centimeter. Het verenkleed is van kop tot staart in dezelfde donkerbruine tint gestreept en gebandeerd, zonder de lichte buik die andere grote wulpen hebben. Kruin, hals en borst zijn dicht donker gestreept; de flanken en de onderstaartdekveren zijn gebandeerd en niet wit. In de vlucht is er nergens wit te zien: rug, stuit en staart zijn even bruin als de rest, en ook de ondervleugel is bruin met dichte bandering. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk gekleurd, maar het vrouwtje is groter en langer van snavel, en jonge vogels hebben een kortere snavel en netter gezoomde dekveren.
Verwarringssoorten
De Amerikaanse wulp (Numenius americanus) is de enige soort waarmee hij in Noord-Amerika werkelijk te verwarren is: even groot en even langsnavelig, maar warm kaneelkleurig in plaats van koel bruin, met een effen ongestreepte buik en sterk kaneelkleurige ondervleugels. De Amerikaanse regenwulp (N. hudsonicus) is een stuk kleiner, veel korter van snavel en draagt donkere banen over de kruin. Van de wulp van Eurazië (N. arquata), die dit werelddeel niet bereikt, verschilt hij door het ontbreken van de witte wig op de rug en van de witte buik. Voor elke melding geldt hetzelfde: fotografeer de opvliegende vogel, want alles hangt af van rug en ondervleugel.
Leefgebied
In het winter- en trekgebied een vogel van uitgestrekte slikplaten, riviermondingen, mangrovezomen en zoutmoerassen, waar hij met de lange snavel diep in de modder naar krabben en garnalen boort. Op de broedplaatsen in Siberië gaat het om open, natte laagten aan de rand van de taiga: zeggemoerassen, veenmosvlakten en de oevers van meren, met korte begroeiing en veel water. Het weinige dat hier van hem bekend is past in dat beeld: de vogels in Alaska en Canada stonden op wadplaten en in natte, korte toendra vlak achter de kust. Diep water, dichte begroeiing en droog binnenland gebruikt hij niet.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedt in het oosten van Siberië, van het Transbaikalgebied tot Kamtsjatka en de Amoer, en overwintert vrijwel geheel in Australië, met kleinere aantallen in Indonesië, de Filipijnen en Nieuw-Zeeland. De hele populatie trekt langs de kusten van de Gele Zee, waar de vogels in voor- en najaar wekenlang bijtanken. In Noord-Amerika is hij een zeer zeldzame dwaalgast: enkele voorjaarsgevallen op de westelijke en middelste Aleoeten, een handvol op St. Paul en elders in West-Alaska, één vogel bij Lake Laberge in Yukon op 31 mei en 1 juni 2017, en één in Brits-Columbia, op 24 september 1984 in Boundary Bay bij Delta. Nu de soort snel achteruitgaat, worden nieuwe gevallen eerder minder dan meer.
Waar en wanneer kijken
Wie hem wil vinden moet in de laatste week van mei op Attu, Shemya of Adak staan en elke grote wulp op de kwelder natrekken; buiten de buitenste Aleoeten is de kans verwaarloosbaar. Let eerst op de buik: is die dicht gestreept en niet wit of effen kaneel, kijk dan verder. Wacht daarna op de vlucht en kijk naar de ondervleugel; een bruine, gebandeerde ondervleugel bij een reusachtige wulp laat maar één soort over.
Staat van instandhouding
De soort staat als bedreigd (EN) op de Rode Lijst, met naar schatting 20.000 tot 35.000 volwassen vogels en een snelle achteruitgang. De oorzaak is bekend en ligt aan de Gele Zee: door inpoldering en landaanwinning is meer dan vijfenzestig procent verdwenen van de wadplaten waarvan de hele populatie tijdens de trek afhankelijk is. In Australië, waar vrijwel alle vogels overwinteren, geldt hij als ernstig bedreigd, en ook op de broedgronden krimpen de natte laagten door ontwatering en branden.
Wetenschappelijke naam
Numenius madagascariensis | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Scolopax madagascariensis, bij de snippen; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Numenius werd in 1760 ingevoerd door Brisson en is gevormd uit het Griekse neos 'nieuw' en mene 'maan', naar de sikkelvorm van de snavel. De soortnaam betekent 'uit Madagaskar', en dat berust op een vergissing: de vogel komt daar niet voor. Het beschreven exemplaar bleek van Makassar op Celebes te komen, en daartoe is de typelocatie later beperkt; de naam zelf mag volgens de regels niet meer worden veranderd.




