Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Orpheusvireo
Orpheusvireo | Vireo gilvus
Warbling Vireo | Vireo gorjeador
De orpheusvireo heeft geen enkel scherp kenmerk: grijsgroen boven, vuilwit onder, zonder vleugelstrepen, zonder oogring en zonder tekening op de kop. Wat hem aanwijst is de zang, een lange golvende reeks die eindigt op een omhoog geknikte toon, en die hij de hele zomer volhoudt, ook midden op de dag. Hij zit hoog in de kruinen van populieren en wilgen en laat zich daar zelden goed zien.
Geluid
De zang is een doorlopend, golvend gekwetter van drie tot vier seconden dat vrijwel altijd op een omhoog geknikte toon eindigt; Amerikaanse veldgidsen schrijven hem als if I sees you, I will seize you, and I'll squeeze you till you squirt. Hij zingt van zijn aankomst in mei tot ver in augustus, ook als het warm is en al het andere stil valt. Ook het broedende mannetje zingt, zittend op de eieren — daar zijn weinig zangvogels die hem dat nadoen. De roep is een nasaal, wat knarsend twie, dat hij herhaalt zodra er iets te dicht bij het nest komt.
Opname: Scott Crabtree — CC BY-NC-SA 4.0 · Mt Bigelow, Pima County, Arizona, United States · xeno-canto
Herkenning
Een grijsgroen vogeltje van twaalf tot dertien centimeter zonder vleugelstrepen en zonder oogring, met een vuilwitte wenkbrauwstreep die aan de bovenkant niet zwart is afgezet, en een vage donkere streep door het oog. De onderkant is vuilwit, in het najaar met een gelige waas op de flanken. Het oog is donker en het gezicht daardoor uitdrukkingsloos; de snavel is voor een vogel van dit formaat dik, met een klein haakje aan de punt. De geslachten zijn gelijk, en jonge vogels verschillen er nauwelijks van. Hij beweegt zich traag en bedachtzaam door de kroon, anders dan het gejaagde gedoe van de zangers.
Verwarringssoorten
De roodoogvireo is de vaste vergelijking: die heeft een blauwgrijze kruin, een scherpe zwarte rand boven de witte wenkbrauwstreep en bij oude vogels een rood oog, en hij zingt in korte losse zinnetjes met pauzes ertussen. De Philadelphiavireo (Vireo philadelphicus) is kleiner en geel op keel en borst, met een donker vlekje tussen oog en snavel. De Tennesseezanger (Leiothlypis peregrina) lijkt er in het najaar sterk op, maar heeft een dunne, spitse snavel en een veel onrustiger manier van doen. Bij twijfel beslist de zang: alleen de orpheusvireo houdt een lange doorlopende reeks aan.
Leefgebied
Hoge loofbomen bij water: populier, wilg en els langs rivieren en beken, en in het westen espenbos hoger in de bergen. Daarnaast lanen, parken, boomgaarden en erven met grote bomen, zolang de kroonlaag open is. Naaldbos mijdt hij, en het donkere binnenste van gesloten bos evenzeer; wat hij zoekt is licht in de kruin. Hij foerageert vrijwel altijd in de bovenste helft van de boom, wat de zang tot het bruikbaarste gegeven maakt.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedvogel van vrijwel heel Noord-Amerika: van Brits-Columbia en het zuiden van de Yukon oostwaarts tot Nova Scotia, en zuidwaarts tot Californië, Texas en de Appalachen. In het laaggelegen zuidoosten broedt hij niet en komt hij alleen op doortrek. Hij overwintert van West-Mexico zuidwaarts tot Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua; een klein deel gaat door tot Costa Rica, en dat valt buiten het gidsgebied. De westelijke vogels, die als groep swainsoni worden aangeduid, zijn kleiner en grauwer en zingen ijler; sommige lijsten, zoals die van de AOS en de ABA, houden ze sinds 2025 voor een aparte soort, de westelijke orpheusvireo (Vireo swainsoni).
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in mei en juni langs een rivier met hoge populieren en luister; de zang komt vrijwel altijd uit de bovenste kroon en gaat door op uren waarop verder weinig klinkt. Volg het geluid tot je beweging ziet en wacht tot de vogel zich tegen de lucht aftekent: dan zie je de dikke snavel met het haakje en het effen gezicht. Ga in het najaar niet op kleur af — vireo's en zangers zijn dan even vaal, en het trage klimmen door de takken helpt je verder dan het verenkleed.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC); de aantallen zijn sinds 1966 over het geheel stabiel tot licht toenemend. Hij gebruikt de beplanting van steden, erven en wegen, en dat heeft hem in het open midden van het continent terrein opgeleverd. In het westen is hij juist teruggelopen waar het oeverbos langs de rivieren is verdwenen door begrazing en het vastleggen van de waterlopen. Als nachttrekker over lange afstand loopt hij, net als de roodoogvireo, tegen verlichte gebouwen en masten aan.
Wetenschappelijke naam
Vireo gilvus | (Vieillot, 1808)
Vieillot beschreef de soort in 1808 als Muscicapa gilva, bij de vliegenvangers van de Oude Wereld; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Vireo voerde Vieillot in datzelfde jaar in; vireo was bij de Romeinen de naam van een groene vogel en hangt samen met virere, 'groen zijn'. gilvus is Latijn voor 'vaalgeel' en slaat op de gelige waas op de flanken. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de staat New York.




