Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Mexicaanse kraai

Mexicaanse kraai | Corvus imparatus

Tamaulipas Crow | Cuervo de Tamaulipas

De Mexicaanse kraai is de kleinste kraai van Noord-Amerika en hoort thuis in het droge struikland van Noordoost-Mexico. Tussen 1968 en het begin van deze eeuw was hij een vaste wintergast op de vuilstort van Brownsville in Zuid-Texas; sindsdien is hij daar nog maar zelden gezien.

Mexicaanse kraai (Corvus imparatus)
Foto: Vicencio de la Cruz-Francisco — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is geen kraa maar een laag, kikkerachtig gekwaak, vaak omschreven als een zacht gar-lik met een rollende r erin. De toon ligt lager en klinkt korter en droger dan bij de Amerikaanse kraai, en de vogel roept meestal zonder de kop mee te bewegen. In groepen aan een slaapplaats of bij een voedselbron gaat het geluid over in een aanhoudend geknor. Het verschil met de woestijnraaf is hoorbaar: die roept harder en hoger, met een nasale kwaak.

Luister: RoepXC858773

Opname: Leonardo Guzman Hernandez — CC BY-NC-SA 4.0 · Sabinas y Saucillo, Gómez Farías, Tamaulipas, Mexico · xeno-canto

Herkenning

Een kleine, slanke, geheel zwarte kraai met een glanzend blauwpaarse weerschijn op kop, rug en vleugels. De snavel is dun en recht, de poten zijn tenger, de staart is kort en aan het eind recht afgesneden. In vlucht zijn de vleugelslagen sneller en oppervlakkiger dan bij grotere kraaien. Het formaat is het eerste kenmerk: met 34 tot 38 centimeter is hij duidelijk kleiner dan elke andere zwarte kraaiachtige van het gebied.

Verwarrings­soorten

De Amerikaanse kraai is met 40 tot 53 centimeter veel groter, heeft een zwaardere snavel en roept een helder kaa-kaa; bovendien overlapt zijn areaal in Zuid-Texas nauwelijks met dat van de Mexicaanse kraai. De woestijnraaf is nog een slag groter, heeft een wigvormige staart in vlucht, keelveren die bij het roepen opstaan en borstelveren die tot tweederde over de snavel lopen. De sinaloakraai aan de westkust van Mexico is vrijwel identiek en werd tot in de jaren tachtig samen met deze soort als één soort 'Mexicaanse kraai' beschouwd; hun arealen liggen aan weerszijden van het land en raken elkaar niet. Bij twijfel in Zuid-Texas geldt: een kleine zwarte kraai die kwaakt in plaats van kraait.

Leefgebied

Halfdroog doornstruweel, mesquiteland, akkerranden, weidegronden met verspreide bomen en de randen van dorpen, ranches en steden. Vuilstortplaatsen en veevoerplaatsen leveren een groot deel van het voedsel. De soort mijdt bergland en gesloten bos en komt niet aan de kust voor. Het nest staat in een boom of grote struik en lijkt op dat van de Amerikaanse kraai, maar kleiner.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Standvogel van Noordoost-Mexico: Tamaulipas, Oost-Nuevo León, Oost-San Luis Potosí en noordelijk Veracruz. In de Verenigde Staten beperkt tot het uiterste zuiden van Texas. De eerste waarneming daar dateert van 1968; in de jaren tachtig en negentig zaten er tot enkele honderden vogels op de vuilstort van Brownsville, en tijdens het veldwerk voor de Texas Breeding Bird Atlas (de Texaanse broedvogelatlas) van 1987 tot 1992 is op twee plaatsen bij de monding van de Rio Grande broeden vastgesteld. Het laatste broedgeval is van 2001. Daarna is de soort in Cameron County teruggevallen tot een zeldzame, onregelmatige gast.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

In Texas is de kans klein en het beste adres de omgeving van de vuilstort van Brownsville, in de wintermaanden. Rij in Mexico door Tamaulipas langs landwegen met mesquite (doornige peulstruik van het zuidwesten, vormt dichte bosjes) en let op groepjes kleine zwarte vogels op hekpalen en langs de weg. Ga af op de kwakende roep; op afstand is het formaat lastig te schatten zonder vergelijkingsvogel.

Staat van instandhouding

De IUCN rekent de soort tot de categorie niet bedreigd (LC); in het Mexicaanse kerngebied is hij algemeen en profiteert hij van landbouw en afval. De terugval in Texas is niet verklaard: het samenvallen met veranderingen in het beheer van de stortplaats van Brownsville is genoemd, maar de soort nam ook af op plekken waar het afvalaanbod gelijk bleef. Omdat het Texaanse bestand aan de uiterste rand van het areaal lag, hoeft die terugval niets te zeggen over de populatie als geheel, die nauwelijks systematisch geteld wordt.

Wetenschappelijke naam

Corvus imparatus | Peters, 1929

James Lee Peters beschreef de soort in 1929 naar een exemplaar van de Rio La Cruz in Tamaulipas; omdat ze nooit uit Corvus is verplaatst, staan auteur en jaartal zonder haakjes. Het Latijnse imparatus betekent 'onvoorbereid, niet toegerust'; Peters licht in zijn beschrijving niet toe waarop hij doelde. De Engelse en Spaanse naam verwijzen naar de Mexicaanse deelstaat waar het typemateriaal vandaan komt. Tot de jaren tachtig gold de soort samen met de sinaloakraai als één soort onder de naam Mexicaanse kraai; de Nederlandse naam bewaart die oudere opvatting.