Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Koningstiran
Koningstiran | Tyrannus tyrannus
Eastern Kingbird | Suirirí boreal
De koningstiran zit kaarsrecht op een prikkeldraad of een dode tak boven een weiland, zwart van boven en wit van onderen, met een smalle witte band langs het staarteinde als een verfstreep. Dit is de vogel die een buizerd aanvalt die tien keer zo zwaar is als hijzelf. In Amazonia, waar hij overwintert, is hij een ander dier: zwijgzaam, in troepen, en levend van vruchten.
Geluid
Het geluid is scherp, hoog en elektrisch: een snel tsjie-tsjie-tsjie dat als een kortsluiting klinkt, en een stotterend kit-kit-kitter-tsjie waarmee hij van zijn tak wegschiet. Er zit geen enkele muzikale noot in, en het draagt ver over open land. De ochtendzang, waarmee het mannetje ver voor zonsopgang begint, wordt niet vanaf een tak gebracht maar in de lucht, hangend op trillende vleugels. In het winterkwartier zwijgt hij vrijwel geheel.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · Marais Léon-Provancher, Portneuf, Québec, Canada · xeno-canto
Herkenning
Leigrijs tot zwart van boven, helder wit van onderen, met een donkere kap die tot onder het oog doorloopt; de grens tussen zwart en wit is scherp. Het zekere kenmerk is de staart: recht afgesneden, zwart, met een witte band langs de achterrand die ook op afstand oplicht. Op de kruin ligt een vuurrode tot oranje vlek die vrijwel nooit te zien is. Man en vrouw zijn gelijk; jonge vogels zijn bruiner en missen de kruinvlek. In de vlucht valt de stijve, trillende vleugelslag op: ondiep en snel, alsof de vogel beeft.
Verwarringssoorten
De Arkansaskoningstiran (Tyrannus verticalis) van het westen is grijs met een gele buik en heeft witte randen langs de zijkant van de staart in plaats van een witte eindband. De grijze koningstiran (T. dominicensis) van de Floridakust en de Caraïben is bleker grijs, met een veel zwaardere snavel en een licht gevorkte staart zonder wit einde. De oosterse phoebe (Sayornis phoebe) is kleiner en doffer bruingrijs, wipt voortdurend met de staart en mist de scherpe zwart-witscheiding. Bij twijfel geldt het staarteinde: geen andere tiran in het oosten draagt die witte band.
Leefgebied
Open land met verspreide bomen: weilanden met houtwallen, ruigte langs sloten en beken, bosranden, boomgaarden en de oevers van meren en stuwmeren. Hij heeft twee dingen nodig — een vrije uitkijkpost met lucht eromheen, en een boom of struik om in te nestelen — en waar die twee bij elkaar staan zit hij, ook midden in landbouwgebied. Gesloten bos mijdt hij volledig, en droge open vlakten zonder enige boom eveneens. Water in de buurt heeft duidelijk zijn voorkeur; nesten staan vaak boven de oever of er vlak langs.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Hij broedt vanaf het zuiden van de Northwest Territories en Brits-Columbia door heel Canada en over vrijwel de hele Verenigde Staten ten oosten van de Rocky Mountains, met uitlopers tot in Oregon en Washington. Al in augustus vertrekt hij, en de trek verloopt in groepen over de Golfkust en dwars door Midden-Amerika. De winter brengt hij door in het westen van het Amazonebekken, ver ten zuiden van het gidsgebied; op de kaart hiernaast staat dus alleen het broed- en trekgebied. In de Verenigde Staten is hij de laatste halve eeuw duidelijk schaarser geworden, vooral waar oude weilanden en houtwallen zijn volgebouwd of juist zijn dichtgegroeid.
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Volg in juni een landweg met prikkeldraad tussen weilanden: de koningstiran zit boven op een paal of op de bovenste draad, met de borst naar de wind, en keert na elke uitval naar dezelfde plek terug. Wie in augustus langs diezelfde weg terugkomt treft hem vaak niet meer alleen aan maar in kleine groepjes in een moerbei of een vlier, waar de vogels vlak voor vertrek op vruchten zijn overgegaan.
Staat van instandhouding
De broedpopulatie wordt op ongeveer 26 miljoen vogels geschat en de soort geldt als niet bedreigd (LC). Toch nam het aantal tussen 1966 en 2019 met ongeveer 41 procent af, ruwweg een procent per jaar. Het verlies aan open weiland — door bebouwing aan de ene kant en door dichtgroeiend bos aan de andere — geldt als de belangrijkste oorzaak, samen met het teruglopen van grote insecten.
Wetenschappelijke naam
Tyrannus tyrannus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Lanius tyrannus, bij de klauwieren; sinds de verhuizing naar Tyrannus staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht werd in 1799 ingevoerd door Lacépède, en omdat geslachtsnaam en soortnaam gelijk zijn, is Tyrannus tyrannus een van die namen die in de dierkunde wel mogen en in de plantkunde niet. tyrannus is Latijn voor 'alleenheerser', naar het optreden tegen grotere vogels. Het beschreven exemplaar kwam uit het noorden van Amerika; de American Ornithologists' Union beperkte de typelocatie in 1931 tot South Carolina.




