Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Diksnavelkoningstiran

Diksnavelkoningstiran | Tyrannus crassirostris

Thick-billed Kingbird | Tirano Pico Grueso

De diksnavelkoningstiran is de zwaarste koningstiran van het gebied, met een massieve, licht gehaakte snavel die groter is dan die van alle verwanten. Het is een vogel van West-Mexico; in de Verenigde Staten broedt hij alleen langs enkele beken in het zuidoosten van Arizona en incidenteel in Zuidwest-New Mexico.

Diksnavelkoningstiran (Tyrannus crassirostris)
Foto: Bettina Arrigoni — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Hij roept luid en veel, vaak direct na het terugkeren op de uitkijkpost. De gewone roep is een schel, piepend pit-tie-rrie of tsjie-brie met een schurende, tweedelige opbouw; daarnaast klinkt een reeks snelle, hoge tjilpjes die op gekwetter lijkt. De baltsroep is een aanhoudend, ratelend kie-ie-ie-ieer. Het geluid draagt door een hele canyon en leverde hem in Arizona de omschrijving van luidste vogel van de staat op.

Luister: DuetXC1089113

Opname: Jules Evens — CC BY-NC-SA 4.0 · San Antonio Tlayacapan, Chapala, Jalisco, Mexico · xeno-canto

Herkenning

Een grote tiran met een zware, licht gehaakte zwarte snavel. Voorhoofd en kruin zijn donker grijsbruin tot bijna zwart en lopen door in een donker masker; daartegen steekt de witte keel en wang af. De rug is grijsolijf, de vleugels en staart zijn donkerbruin met kaneelkleurige zomen. De onderdelen zijn wit op borst en overgaand in bleekgeel op buik en flanken — bij verse vogels duidelijk, bij versleten vogels vaak nauwelijks. In de kruin zit een deels verborgen gele vlek.

Verwarrings­soorten

Het contrast tussen donkere kop en witte keel is scherper dan bij alle andere koningstirannen, en geen enkele verwant heeft een even zware snavel. Cassins koningstiran heeft een grijze, niet bruinzwarte kop, een gele buik in plaats van een bleekgele waas en een veel kleinere snavel. De grijze koningstiran heeft een zware snavel, maar een lichtgrijze bovenzijde met een smal, scherp masker en een zuiver witte buik. De tropische en Texaanse koningstiran hebben een grijze kop en een heldergele buik, en beide een gevorkte of ingekeepte staart; de diksnavelkoningstiran heeft een vrijwel rechte, brede staart. De grote kiskadie heeft een zwart-wit gestreepte kop en volledig gele onderdelen.

Leefgebied

In de Verenigde Staten vrijwel uitsluitend oeverbos met katoenbomen en plataan langs beken en riviervlakten in het zuidoosten van Arizona. Verder zuidelijk in Mexico is de terreinkeuze ruimer: tropisch loofbos, doornbos, struweel en bosrand langs waterlopen, tot ongeveer 2000 meter hoogte. Hij zit hoog in de kroon van een op zichzelf staande boom en keert steeds naar dezelfde tak terug.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het areaal loopt van Sonora en West-Chihuahua langs de Pacifische helling van Mexico zuidwaarts tot Chiapas en aangrenzend Guatemala. Het noordelijke deel is broedgebied: de vogels van Sonora, Chihuahua, Arizona en Zuidwest-New Mexico verlaten dat gebied in het najaar en overwinteren zuidelijker in Mexico. Vanaf Sinaloa zuidwaarts is hij standvogel. In de Verenigde Staten is hij pas sinds 1958 als broedvogel bekend en gaat het om een handvol plekken, waaronder Guadalupe Canyon en het gebied rond Patagonia; enkele vogels overwinteren in Zuid-Californië.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in juni en juli naar een beekdal met katoenbomen in Zuidoost-Arizona en volg het geluid: hij verraadt zich vrijwel altijd eerder met de roep dan met het oog. Zoek daarna de hoogste dode tak af; het silhouet met de zware snavel en de brede, rechte staart is ook op afstand te herkennen.

Staat van instandhouding

Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de wereldpopulatie op ongeveer 2 miljoen volwassen vogels en geeft de soort 12 van 20 op de Continental Concern Score (de Noord-Amerikaanse zorgscore van 1 tot 20), een lage zorgcategorie. Er zijn geen aanwijzingen voor een afname over het hele areaal. De populatie in de Verenigde Staten is klein en hangt af van het voortbestaan van het oeverbos in enkele canyons; daar zijn grondwaterdaling en begrazing de knelpunten.

Wetenschappelijke naam

Tyrannus crassirostris | Swainson, 1826

Swainson beschreef de soort in 1826 als Tyrannus crassirostris, naar materiaal uit de warme streken van Mexico; het type werd later vastgelegd op Acapulco in Guerrero. Auteur en jaartal staan zonder haakjes omdat het geslacht niet is gewijzigd. Tyrannus is Latijn voor 'alleenheerser' of 'koning'. De soortnaam is samengesteld uit crassus 'dik' en rostrum 'snavel' en betekent dus 'met de dikke snavel', naar het kenmerk dat de soort van alle verwanten scheidt.