Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Incagaai

Incagaai | Cyanocorax yncas

Green Jay | Chara verde

De incagaai is de enige groene gaai van Noord-Amerika: groen van rug en vleugels, met een blauwe kop en een zwart masker. In het noorden van het areaal komt hij niet verder dan het zuidelijkste puntje van Texas, waar hij in het struweel langs de Rio Grande het hele jaar blijft.

Incagaai (Cyanocorax yncas)
Foto: Dilankf — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het repertoire is breed en bestaat vooral uit korte, harde reeksen. Het meest gehoorde geluid is een ratelend, schor tjek-tjek-tjek-tjek, vaak door meerdere vogels tegelijk. Daarnaast klinkt een helder, metaalachtig tikken dat aan een elektrische bel doet denken, en een zacht rollend gepraat binnen de groep. De soort imiteert roepen van andere vogels, waaronder die van roofvogels; die imitatie wordt gebruikt om andere vogels van een voedselbron weg te jagen. Zang in de zin van een vaste strofe ontbreekt.

Luister: RoepXC1173338

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · Zamora-Chinchipe: Copalinga, Ecuador · xeno-canto

Herkenning

Rug, vleugels en staart zijn grasgroen, de buik is geelgroen tot geel, en de buitenste staartpennen zijn geel. De kop draagt een zwarte bef en een zwart masker, met een blauwe of witblauwe kruin en blauwe vlekken boven het oog en op de wang. De korte kopveren kunnen als een lage kuif worden opgezet. De snavel is zwart en zwaar, zoals bij alle gaaien. Bij vogels uit Texas en Noordoost-Mexico is de buik bleekgroen en het oog donkerbruin; naar het zuiden toe wordt de buik dieper geel en het oog geel. Jonge vogels hebben doffere kleuren en een minder scherp afgetekend masker.

Verwarrings­soorten

Binnen het areaal is er geen andere groene zangvogel van dit formaat. Woodhouse' struikgaai leeft in West-Texas, maar niet in dit areaal; de blauwe gaai overlapt aan de noordrand van het areaal, maar is blauw-wit zonder groen. Wel verwarrend is de indeling van de soort zelf: de vogels van Texas tot Honduras en die van de Andes van Colombia tot Bolivia zijn door ongeveer 1500 kilometer gescheiden en verschillen in formaat, kleur van buik en oog en in roep. Sommige lijsten splitsen ze daarom in twee soorten (Cyanocorax luxuosus in het noorden, C. yncas in de Andes); hier worden ze als één soort behandeld. In Zuid-Texas zijn enkele kruisingen met de blauwe gaai vastgesteld; die vogels zijn groenblauw met een gemengd koppatroon.

Leefgebied

Dicht, doornig struweel en laag bos, meestal in de buurt van water: in Texas het tamaulipan-struweel en de resterende bossen van mesquite (doornige peulstruik van het zuidwesten, vormt dichte bosjes), ebbenhout en netelboom langs de Rio Grande. Zuidelijker gaat het om tropisch loofbos, wolkenbos en bosranden tot ongeveer 2000 meter. Hij mijdt open terrein en foerageert in de onderste en middelste lagen. In bewoond gebied bezoekt hij tuinen, parken en voertafels van de reservaten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Van Zuid-Texas over Oost-Mexico, Belize en Guatemala tot Honduras, en daarnaast in de Andes van Colombia en Venezuela zuidwaarts tot Bolivia. De vogels trekken niet. In Texas ligt het zwaartepunt in het dal van de Beneden-Rio Grande; de noordgrens schoof in de twintigste eeuw op van de directe rivieroever naar Live Oak, Bee en Maverick County, en er zijn broedgevallen tot bij Alice en Kingsville. De soort blijft binnen het broedgebied; buiten het seizoen zwerven groepen over korte afstand.

  • Jaarrond
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

In Santa Ana en Bentsen-Rio Grande Valley State Park loopt hij op de voertafels rond, ook midden op de dag. Hoor je het ratelende tjek-tjek uit een dicht struweel, blijf dan staan: de groep komt meestal binnen enkele minuten door de struiken naar je toe. In april tot juni is hij stiller dan in de winter, omdat de broedende paren zich dan onopvallend gedragen.

Staat van instandhouding

De IUCN rekent de soort tot de categorie niet bedreigd (LC) en schat de aantallen als toenemend. In Texas is het areaal in de twintigste eeuw noordwaarts uitgebreid, ondanks het verlies van het merendeel van het oorspronkelijke oeverbos in het dal van de Beneden-Rio Grande; herstel van dat bos in de reservaten langs de rivier levert nieuw leefgebied op. De oudste geringde vogel was ten minste elf jaar en zeven maanden oud.

Wetenschappelijke naam

Cyanocorax yncas | (Boddaert, 1783)

Boddaert beschreef de soort in 1783 als Corvus yncas, naar een afbeelding van een vogel uit Peru; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De typelocatie werd in 1953 door Zimmer beperkt tot Chilpes in het departement Junín. De soortnaam yncas verwijst naar de Inca's, en daarmee naar de Peruaanse herkomst van het beschreven exemplaar; het Nederlandse incagaai volgt die naam. Het geslacht Cyanocorax komt van het Griekse kyanos 'donkerblauw' en korax 'raaf'.