Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Hawaiigans
Hawaiigans | Branta sandvicensis
Nene | Barnacla hawaiana
De hawaiigans is de gans die van het water af is gestapt: hij graast op lavavelden en berghellingen, zwemt vrijwel nooit en heeft daar een deel van zijn zwemvliezen voor ingeleverd. In de jaren vijftig waren er nog dertig over; dat het er nu weer duizenden zijn is het werk van zeventig jaar fokken en uitzetten. Hij is de staatsvogel van Hawaï en komt nergens anders ter wereld voor.
Geluid
Een zacht, laag gekreun, nè-nè, waaraan hij zijn Hawaïaanse naam nene dankt; het klinkt eerder klagend dan schallend. Daarnaast een hoger, jankend geroep dat aan de Canadese gans doet denken, maar minder luid is en minder ver draagt. Grazende groepen onderhouden een aanhoudend zacht gemompel. In de vlucht maken de vleugels een krakend, knarsend geluid dat op korte afstand goed hoorbaar is.
Opname: Phoenix Birder — CC BY-NC-SA 4.0 · Hanalei NWR, Kauai County, Hawaii, United States · xeno-canto
Herkenning
Een middelgrote gans met een zwarte kop en snavel en een grote roomkleurige wang, die op de hals overgaat in schuine zwarte strepen: het gevolg van diepe voren tussen de halsveren. Het lichaam is grijsbruin met lichte veerranden die als dwarsbanden over de flank lopen; stuit en staart zijn zwart met een witte band. De poten zijn lang en sterk en dragen half zoveel zwemvlies als bij andere ganzen, met zware nagels om over stollava te lopen. Man en vrouw zijn gelijk getekend; het mannetje is groter. Jonge vogels zijn doffer, met een vagere wangvlek en zonder scherpe halsvoren. In vlucht valt op hoe klein de vleugels zijn voor het formaat: hij vliegt zwaar en laag.
Verwarringssoorten
Op Hawaï is er geen andere wilde gans om hem mee te verwarren. Wat wel verwarring geeft zijn verwilderde en ontsnapte ganzen bij vijvers en golfbanen; die missen de scherp begrensde roomkleurige wang en de geribbelde hals. De grote Canadese gans (Branta canadensis) verschijnt zelden als dwaalgast en heeft een witte wangvlek die onder de keel doorloopt in plaats van een crèmekleurige zijkop, en een zwarte hals zonder voren.
Leefgebied
Open, laag begroeid land: berghellingen met inheems struweel en gras tussen de lavastromen, van zeeniveau tot ruim 2.400 meter. Daarnaast, en tegenwoordig vooral, kort gras van menselijke makelij — weiden, golfbanen, parken en bermen, waar makkelijk te grazen valt maar verstoring en verkeer dichtbij zijn. Water gebruikt hij nauwelijks: hij drinkt en eet op het droge en zoekt zijn voedsel lopend. Op Kauaʻi, waar de meeste vogels leven, blijft hij het hele jaar beneden de driehonderd meter.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Endemisch op de Hawaïaanse eilanden, waar hij nu broedt op Hawaï, Maui, Molokaʻi en Kauaʻi; op Kauaʻi alleen al leeft ruim de helft van alle vogels. Hij trekt niet, maar verplaatst zich met de seizoenen tussen laagland en berghelling en vliegt geregeld van eiland naar eiland. Voordat er mensen kwamen leefde hij op alle grote eilanden; rond 1900 was hij teruggebracht tot een rest op Hawaï, en pas na 1960 hebben uitzettingen hem op de andere eilanden teruggebracht.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
Op Kauaʻi lopen families in de vroege ochtend rustig te grazen op golfbanen en weilanden; op Hawaï en Maui zoek je hem hoger, langs de wegen door Haleakala en Volcanoes National Park. Houd afstand en voer hem niet: gewenning aan mensen en auto's is een van de grootste doodsoorzaken. In de broedtijd, van augustus tot april, zit het vrouwtje verscholen onder een struik en is alleen het waakzame mannetje in het open veld te zien.
Staat van instandhouding
In 1957 waren er nog ongeveer dertig vogels in het wild. Fokken in gevangenschap — op Hawaï en op Slimbridge in Engeland — en het uitzetten van meer dan tweeduizend vogels hebben de soort teruggebracht tot enkele duizenden, waarvan de IUCN er 1.700 tot 2.200 als volwassen telt en die als gevoelig (NT) op de Rode Lijst staat; in 2019 is hij in de Verenigde Staten een trede lager op de nationale lijst gezet. Het blijft afhangen van beheer: ingevoerde mangoesten, ratten, verwilderde katten en honden halen eieren en jongen, katten brengen bovendien toxoplasmose over, en op Hawaï en Maui sneuvelen veel vogels in het verkeer. Dat Kauaʻi geen mangoesten heeft is de belangrijkste reden dat daar de meeste ganzen zitten.
Wetenschappelijke naam
Branta sandvicensis | (Vigors, 1834)
Vigors beschreef de soort in 1834 als Bernicla sandvicensis; omdat ze later in Branta is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Branta werd in 1769 ingevoerd door Scopoli en gaat terug op het Oudnoorse brandgás, 'gebrande gans'. sandvicensis betekent 'van de Sandwicheilanden', de naam die James Cook in 1778 aan Hawaï gaf naar de graaf van Sandwich. De typelocatie is niet nauwkeuriger opgegeven dan 'de Hawaïaanse eilanden'. De Hawaïaanse naam nene is een nabootsing van zijn roep.




