Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Hawaiibuizerd
Hawaiibuizerd | Buteo solitarius
Hawaiian Hawk | Busardo hawaiano
De hawaiibuizerd is de enige dagroofvogel die op de Hawaïaanse eilanden broedt, en hij doet dat op één eiland: Hawaï zelf, het grootste van de groep. In het Hawaïaans heet hij ʻio, naar zijn roep, en die naam leeft voort in ʻiolani, 'verheven ʻio', de naam van het koninklijk paleis in Honolulu.
Geluid
De roep is een korte, schorre schreeuw, ieie-oo, waar de Hawaïaanse naam ʻio op teruggaat. Hij klinkt vooral in de vlucht, boven het bladerdak of tijdens het cirkelen boven een territorium. Daarnaast is er een lange reeks kortere noten, ongeveer één per seconde, die geleidelijk luider wordt en iets in toonhoogte stijgt. Buiten de broedtijd zwijgt de vogel grotendeels, zodat één schreeuw boven het bos vaak de enige aanwijzing van zijn aanwezigheid is.
Opname: Jonas Nilsson — CC BY-NC-SA 4.0 · El Oro: Reserva Buenaventura 9 km WNW Piñas, Ecuador · xeno-canto
Herkenning
Een gedrongen buizerd met korte, brede vleugels en een korte staart — de bouw van een vogel die boven en tussen bomen jaagt in plaats van boven open vlakten. Er zijn twee kleurmorfen, los van leeftijd en geslacht: een donkere, egaal donkerbruine vorm, ook op de ondervleugeldekveren, en een lichte vorm met witachtige onderdelen en bruine streping over de borst. Beide hebben een gele washuid aan de snavelbasis en gele poten en tenen; jonge vogels van de lichte vorm zijn witter, met een beige waas over kop en onderdelen. Zoals bij vrijwel alle haviken en buizerds is het vrouwtje groter: ongeveer 46 tegen 41 centimeter, en met zo'n 600 tegen 440 gram ruim een derde zwaarder.
Verwarringssoorten
Op Hawaï is er geen tweede buizerd, zodat verwarring vooral met andere grote vogels boven het bos ontstaat. De pueo, de Hawaïaanse velduil, jaagt eveneens overdag boven open terrein, maar heeft een rond kopprofiel zonder uitstekende snavel, langere en smallere vleugels en een losse, schommelende vlucht. De ingevoerde Amerikaanse kerkuil is veel bleker, met een hartvormige gezichtssluier, en vliegt vooral in de schemering. De grootste valkuil zit in de soort zelf: een donkere en een lichte vogel naast elkaar lijken twee soorten, maar ze paren onderling en beide vormen komen uit hetzelfde nest.
Leefgebied
Hij bewoont het hele hoogtebereik van zijn eiland, van zeeniveau tot ongeveer 1700 meter. Het nest staat meestal in een hoge ʻohiʻa, de inheemse boom van de natte hellingen, maar gejaagd wordt evengoed boven aangeplant laaglandbos, macadamiaboomgaarden, weiland en bosranden. Hij mijdt de kale lavavelden en het open hooggebergte boven de boomgrens, waar uitkijkposten ontbreken. Wat een plek geschikt maakt is de combinatie van dekking om vanuit te loeren en open grond ernaast.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
De soort komt uitsluitend voor op het eiland Hawaï, het zuidoostelijkste en grootste van de archipel; de kaarteenheid van deze gids omvat alle Hawaïaanse eilanden samen, maar in werkelijkheid gaat het om dat ene eiland. Subfossiele botten tonen aan dat de soort ooit ook op Molokaʻi, Oʻahu, Maui en Kauaʻi aanwezig was. Er is geen trek: paren blijven het hele jaar in hetzelfde territorium en de band tussen partners houdt jaren stand. Op de andere eilanden duiken bij hoge uitzondering losse vogels op, maar er broedt er geen.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
Zoek hem laat in de ochtend, als de thermiek boven de oostflank van het eiland op gang komt en paren boven het bladerdak gaan cirkelen. Langs wegen door weiland en macadamiaplantages zit hij vaak roerloos op een paal of dode tak, waar hij minutenlang stil kan blijven voor hij zich op een prooi laat vallen. De roep verraadt hem eerder dan het oog: één schorre ieie-oo boven het bos is genoeg om hem te lokaliseren.
Staat van instandhouding
De populatie wordt geschat op 1700 tot 2500 volwassen vogels, alle op één eiland, en de soort staat als gevoelig (NT) te boek. In de Verenigde Staten stond ze decennialang op de lijst van bedreigde soorten, tot de schrapping daarvan in 2020. De gemelde bedreigingen zijn illegaal afschot, verlies en aantasting van inheems bos, vergiftiging en aanrijdingen. Zelf is de hawaiibuizerd een belangrijke vijand van de ernstig bedreigde hawaiikraai, wat elke poging om die soort terug te zetten bemoeilijkt.
Wetenschappelijke naam
Buteo solitarius | Peale, 1849
Titian Ramsay Peale beschreef de soort in 1849 als Buteo solitarius, naar materiaal van het eiland Hawaï; dat is de typelocatie. Het geslacht Buteo werd in 1799 ingevoerd door Lacépède, naar het Latijnse buteo, de klassieke naam voor een buizerdachtige roofvogel. solitarius betekent 'eenzaam' of 'alleen levend': de vogel wordt vrijwel altijd alleen of in paar gezien. De Hawaïaanse naam ʻio is een nabootsing van de roep en werd in ʻiolani, 'verheven ʻio', een aanduiding van koninklijke waardigheid.



