Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen, sterns en schaarbekken › Fijistern

Fijistern | Onychoprion lunatus

Gray-backed Tern | Gaviotín pascuense

De fijistern is de grijze tegenhanger van de bonte stern: bijna even groot, even scherp getekend, maar met een leigrijze rug in plaats van een zwarte en een witte wenkbrauw die tot achter het oog doorloopt. Hij broedt uitsluitend op afgelegen eilandjes in de tropische Grote Oceaan, en binnen dit gidsgebied betekent dat de Noordwestelijke Hawaïaanse Eilanden, waar hij pakalakala heet.

Fijistern (Onychoprion lunatus)
Foto: Duncan — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij de broedkolonie roept hij kort en scherp, hoger van toon en veel minder aanhoudend dan de bonte stern, met wie hij op verschillende eilanden de kolonie deelt. Boven zee laat hij in foeragerende groepjes korte, hoge kreetjes horen; daarbuiten zwijgt hij. Opnamen van vliegende vogels zijn er wel, maar een goede beschrijving van het volledige stemrepertoire ontbreekt. Van alle sterns in deze gids is dit de minst onderzochte soort, en dat geldt het sterkst voor het geluid: wie hem hoort, hoort iets waarover nauwelijks iets op schrift staat.

Luister: VluchtroepXC766354

Opname: Saxony Charlot — CC BY-NC-SA 4.0 · Kure Atoll, United States · xeno-canto

Herkenning

Middelgrote stern met een scherp tweekleurig patroon: leigrijs van boven, zuiver wit van onderen, met een zwarte kruin die zonder lichte onderbreking in een zwarte nek overgaat. Een smalle witte wenkbrauw loopt van de snavelbasis tot voorbij het oog en is boven en onder zwart afgezet; die tekening levert hem in het Engels ook de naam spectacled tern op. De vleugels zijn bruingrijs en donkerder dan de mantel; de staart is lang en diep gevorkt met witte buitenranden. Snavel en poten zijn zwart. Man en vrouw zijn gelijk; buiten de broedtijd raken kruin en oogstreep wit gestreept. Jonge vogels zijn grijzer, met lichte veerzomen op de bovendelen en een kortere staart.

Verwarrings­soorten

De bonte stern (Onychoprion fuscatus) is het grote gevaar en broedt op dezelfde eilanden: die is van boven zwart in plaats van grijs, en zijn witte voorhoofdsvlek eindigt boven het oog in plaats van als streep door te lopen. De brilstern (Onychoprion anaethetus) lijkt in tekening bijna gelijk maar is kleiner, donkerder bruingrijs op de rug, en heeft een duidelijke lichte kraag in de nek die de fijistern juist mist. In de westelijke Grote Oceaan komen die twee naast elkaar voor, en dan is de nekkraag het bruikbaarste kenmerk. Buiten de broedtijd, als de kruin wit gestreept raakt, lijkt hij het meest op jonge bonte sterns.

Sterns vergelijken: snavel, poten, kop en staart naast elkaar

Leefgebied

Hij leeft op warm, open oceaanwater en foerageert vaak samen met bonte sterns en wigstaartpijlstormvogels boven scholen roofvis, waar hij duikend of zwevend en dippend kleine vis van het oppervlak haalt. Op het menu staan onder meer koffervis, jonge vliegende vis, zeebarbelen en dolfijnvis, aangevuld met inktvis. Broeden doet hij op kleine, afgelegen eilanden en atollen, in een ondiepe kuil in zand of grind, soms op een kale rotshelling. Anders dan de brilstern zoekt hij geen dekking onder struiken of rotsblokken: het nest ligt open. Bewoonde eilanden met ratten en katten mijdt hij, en op de hoofdeilanden van Hawaï broedt hij dan ook nauwelijks.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het areaal beslaat de tropische Grote Oceaan, van de Marianen en Samoa oostwaarts tot de hoofdeilanden van Hawaï en de Tuamotu's, met uitlopers naar noordoostelijk Melanesië en het uiterste oosten van Polynesië. Binnen dit gidsgebied broedt hij alleen op Hawaï, met de grote kolonies op Lisianski, Nihoa en Laysan en kleine aantallen op de rotseilandjes bij Oʻahu. Buiten de broedtijd verspreiden de Hawaïaanse vogels zich zuidwaarts over open zee; waar ze precies verblijven is slecht bekend, en de omvang van het areaal buiten de broedtijd is niet vastgesteld. Buiten Hawaï is hij in Noord-Amerika vrijwel niet vastgesteld.

HawaïNiihauKauaiOahuLanaiMolokaiKahoolaweMauiHawaii
  • Broedvogel (zomer)
Kaartje van de archipel zelf: op de kaart van Noord-Amerika zou deze vogel een stipje linksonder zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Per eiland gemeten aan de waarnemingen van GBIF: het aantal waarnemingen van de soort gedeeld door alle vogelwaarnemingen daar, per seizoen, net als op de gewone kaart. Op Niihau en Kahoolawe wordt zo weinig gekeken dat de meting daar zwijgt en de standaardwerken het zeggen. Eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

De kolonies liggen in het gesloten monument Papahanaumokuakea en zijn niet te bezoeken; wie hem in Hawaï wil zien is aangewezen op een pelagische tocht of op een zeetrekpost aan de kust van Oʻahu, waarvan Makapuʻu Point de bekendste is. Kijk tussen maart en juli, wanneer de vogels bij de kolonies zijn en het meest langs de kust worden gezien. Let tussen de bonte sterns op een vogel met een grijze in plaats van een zwarte rug — bij goed licht is dat op grote afstand te zien.

Staat van instandhouding

De wereldpopulatie wordt op ongeveer zeventigduizend paren geschat, waarvan er zo'n 44.000 in Hawaï broeden: 20.000 op Lisianski, 12.000 op Nihoa en 10.000 op Laysan. De soort geldt als niet bedreigd (LC), maar dat oordeel rust op weinig tellingen, en de aantallen zijn sterk op drie eilanden geconcentreerd. Ingevoerde ratten en katten, verstoring waardoor broedende vogels het nest verlaten, en aanvaringen met bouwwerken op sommige eilanden zijn de bekende bedreigingen.

Wetenschappelijke naam

Onychoprion lunatus | (Peale, 1849)

Titian Ramsay Peale beschreef de soort in 1849 als Sterna lunata, naar materiaal van de Amerikaanse ontdekkingsexpeditie; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Onychoprion is gevormd uit het Griekse onyx 'klauw' en prion 'zaag'. lunatus is Latijn voor 'halvemaanvormig', naar de sikkel van wit boven het oog. Het beschreven exemplaar kwam van Vincennes Island in de Tuamotu-archipel; in het Engels heet de soort afwisselend Gray-backed Tern en Spectacled Tern.