Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Cactusuil

Cactusuil | Micrathene whitneyi

Elf Owl | Mochuelo de los Saguaros

De cactusuil is de kleinste uil ter wereld: ongeveer dertien centimeter lang en rond de veertig gram zwaar. Hij broedt in oude spechtgaten in sahuarocactussen en in bomen langs woestijnbeken, en leeft bijna geheel van insecten, schorpioenen en andere geleedpotigen — voor een uil een ongewoon menu. Ten noorden van de Mexicaanse grens is hij strikt zomervogel.

Cactusuil (Micrathene whitneyi)
Foto: dominic sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Hij wordt veel vaker gehoord dan gezien, en zijn stem is in de praktijk het enige veldkenmerk. De zang van het mannetje is een reeks van vijf tot zeven nasale, keffende noten die aan het eind in toonhoogte zakken en aan een jonge hond doen denken; hij begint kort na zonsondergang en is bij windstil weer over honderden meters te volgen. Daarnaast klinkt rond het nest een zacht, slepend fluitje pjoe, en bij onraad een scherp, hoog tsjeur. In een canyon roepen de buurmannen elkaar aan, zodat je met één avondwandeling het hele net van territoria in kaart kunt brengen.

Luister: ZangXC1138696

Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · Box Canyon Rd, Pima County, Arizona, United States · xeno-canto

Herkenning

Een kleine, compacte uil zonder oorpluimen, met een naar verhouding groot rond hoofd, een korte staart en lange vleugels. Het verenkleed is grijsbruin met vage roestige en witte vlekken en een onduidelijk gestreepte onderzijde; over het oog loopt een dunne witte wenkbrauwstreep die de bleekgele ogen doet uitkomen. De snavel is grijs met een hoornkleurige punt. Mannetje en vrouwtje zien er gelijk uit, al is het vrouwtje iets groter. In vlucht oogt hij licht en fladderend, meer als een grote nachtvlinder dan als een uil; hij pakt zijn prooi vaak in de lucht of plukt die van een tak.

Verwarrings­soorten

De schreeuwuilen (Megascops) die hetzelfde gebied bewonen zijn twee tot drie keer zo zwaar en hebben oorpluimen, die deze soort volledig mist. De dwerguilen Glaucidium gnoma en Glaucidium brasilianum zijn wel even klein, maar hebben een veel langere staart die vaak schuin omhoog wordt gehouden, een gestreepte kruin en twee zwarte vlekken in de nek die op ogen lijken. Die twee roepen bovendien ook overdag, terwijl de cactusuil pas na zonsondergang begint. In het donker zegt het formaat weinig en beslist de stem: de keffende, aflopende reeks is met geen van beide te verwarren.

Leefgebied

Woestijn en halfwoestijn met grote zuilcactussen, vooral het sahuaroland van de Sonorawoestijn, en verder droge canyons met plataan, populier en eik langs beken, doornbos en open den-eikbos tot ongeveer zestienhonderd meter. Wat hij nodig heeft is niet de cactus zelf maar een oud spechtgat erin: zonder de holten van gilaspecht en grondspecht geen cactusuil. Kale zandvlakte zonder holten gebruikt hij niet, en evenmin gesloten hoogbos. Hij neemt nestkasten aan en broedt plaatselijk in telefoonpalen aan de rand van steden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Broedvogel van het zuidwesten van de Verenigde Staten en van noordelijk en centraal Mexico: van de benedenloop van de Colorado in zuidoost-Californië over Arizona en zuidwest-New Mexico tot het Big Bend-gebied van Texas, en zuidwaarts tot in het binnenland van Mexico. Ten noorden van de grens is hij strikt zomervogel: hij arriveert half april, vertrekt al in augustus en september en overwintert in zuidelijk Mexico. In het zuiden van Neder-Californië en in een deel van midden-Mexico blijft hij het hele jaar. Langs de benedenloop van de Colorado en in die van de Rio Grande in Texas is hij in de twintigste eeuw sterk achteruitgegaan.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staats- of landsgrenzen. Zowel de seizoenskleur als de kleurdiepte komt per hokje uit de tellingen van GBIF (2006–2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Elk hokje wordt afzonderlijk in juni–juli, december–januari en de trekmaanden geteld, en krijgt de kleur van het seizoen dat er wint; een hokje heet pas broedvogel of wintervogel als het andere seizoen er bijna leeg is. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein). Deze soort komt in een klein gebied voor; de kaart is daarop ingezoomd.

Waar en wanneer kijken

Ga in de tweede helft van april of in mei een uur na zonsondergang naar een canyon of sahuarovlakte en blijf stilstaan luisteren: hij roept dan het meest en verraadt zichzelf ruim voordat je hem ziet. Schijn pas met een lamp als je de richting zeker weet, en zoek de kop in de opening van een spechtgat op twee tot zeven meter hoogte. Overdag zit hij diep in de holte en is hij niet te vinden.

Staat van instandhouding

Wereldwijd geldt de soort als niet bedreigd (LC); Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de broedpopulatie op ongeveer 72.000 vogels. In Californië is hij als bedreigd aangemerkt: het ooibos en doornbos langs de benedenloop van de Colorado is door waterwinning, woningbouw en de oprukkende tamarisk grotendeels verdwenen. Ook in het zuiden van Texas is hij zeldzaam geworden, doordat het doornbos daar in akkerland is omgezet.

Wetenschappelijke naam

Micrathene whitneyi | (Cooper, 1861)

James Graham Cooper beschreef de soort in 1861 als Athene whitneyi, naar een vogel van Fort Mojave in Arizona; omdat ze later in een eigen geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. De soortnaam eert Josiah Dwight Whitney, de Amerikaanse geoloog onder wie Cooper in Californië werkte. Het geslacht Micrathene werd in 1866 ingevoerd door Coues en is samengesteld uit het Griekse mikros, 'klein', en Athene, het geslacht van de steenuilen, dat zelf naar de godin Athena is genoemd. De naam Micrathene whitneyi zegt dus letterlijk: de kleine steenuil van Whitney.