Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Baardvireo
Baardvireo | Vireo altiloquus
Black-whiskered Vireo | Vireo bigotudo
De baardvireo is de vireo van de mangrove: in de Verenigde Staten broedt hij alleen in Zuid-Florida en de Keys, daarbuiten op vrijwel alle eilanden van de West-Indische archipel. Een dunne zwarte baardstreep aan weerszijden van de keel scheidt hem van de roodoogvireo.
Geluid
Alleen het mannetje zingt, meestal vanaf een tak in het bladerdek. De zang bestaat uit korte, heldere frasen van twee tot vier noten, elk net iets anders dan de vorige, gescheiden door korte pauzes, en wordt in het broedseizoen uren aaneen volgehouden; in de Caraïben is hij op die frasen genoemd, in Engelse veldgidsen weergegeven als whip-Tom-Kelly. Trekkende populaties zingen alleen in het broedseizoen, standvogelpopulaties het hele jaar. De zang draagt ver over de mangrove en is meestal het eerste teken van de soort.
Opname: Noah Khanti Steinberg — CC BY-NC-SA 4.0 · Key Biscayne, Miami-Dade County, Florida, United States · xeno-canto
Herkenning
Een forse vireo met een blauwgrijs voorhoofd en kruin met olijfbeige waas, een beigewitte wenkbrauwstreep die van de snavel tot achter het oog loopt en een brede donkere streep door het oog. Aan weerszijden van de keel staat een dunne zwarte streep — de baard — die in het veld niet altijd meteen opvalt en het beste van opzij of van onderen zichtbaar is. De bovenzijde is olijfgroen, de slagpennen zwartbruin met room- en olijfkleurige zomen. De onderzijde is overwegend wit met citroengele onderstaartdekveren. De iris is roodbruin, de snavel zwaar, zwart en duidelijk gehaakt, de poten zwart. De geslachten zien er gelijk uit.
Verwarringssoorten
De roodoogvireo is de belangrijkste verwarringssoort: die mist de zwarte baardstreep, heeft een iets fijnere en minder sterk gehaakte snavel en een scherper afgetekend koppatroon met een zwarte rand boven de wenkbrauwstreep. Bij slecht licht of een frontaal zicht kan de baardstreep onzichtbaar blijven; let dan op de zwaardere snavel en op de zang, die bij de baardvireo uit kortere, telkens wisselende frasen bestaat. De geelgroene vireo heeft geen baardstreep en heeft uitgebreid geel op borstzijden en flanken. Jonge baardvireo's hebben een minder duidelijke baardstreep dan volwassen vogels.
Leefgebied
In Florida kustmangrove en subtropisch hardhoutbos, de zogeheten hammocks. Elders in de Caraïben bewoont hij vrijwel alle bostypen op alle hoogten, van mangrove en kustbos tot bergbos. In Zuid-Amerika zit hij in bosranden en open plekken in altijdgroen bos, van zeeniveau tot ongeveer 3000 meter. Hij eet ongeveer evenveel vrucht als geleedpotige, meer vrucht dan de andere vireo's van zijn gebied, en foerageert vooral al zittend plukkend aan het blad, zelden in de vlucht.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Broedvogel van Zuid-Florida, de Bahama's, de Grote en Kleine Antillen, Providencia en San Andrés, Trinidad en Tobago en het noorden van Zuid-Amerika. De soort is deels trekvogel: de ondersoort barbatulus, die Florida en de noordelijke Antillen bewoont, verlaat het broedgebied volledig en overwintert in het Amazonebekken, terwijl de vormen van Bonaire, Curaçao en Aruba en die van enkele andere eilanden standvogel zijn. In Florida arriveren de mannetjes in april en wordt van eind april tot half augustus gebroed. Langs de noordwestelijke Golfkust verschijnen in het voorjaar geregeld verdwaalde vogels.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
De beste kans in Florida ligt tussen half april en juni, in de mangrove van de Keys en langs de kustbossen van het vasteland; in de vroege ochtend zingen de mannetjes bijna onafgebroken. Ga op de zang af en zoek de vogel dan van onderop, vanaf een pad of een boardwalk: de baardstreep is van onderen tegen de witte keel zichtbaar, van bovenaf vrijwel niet.
Staat van instandhouding
De IUCN rekent de soort tot de categorie niet bedreigd (LC), met een geschatte 6,2 miljoen volwassen vogels en een groot areaal; hij is algemeen in Florida en West-Indië en plaatselijk schaars in Zuid-Amerika. Langs de westkust van Florida namen de aantallen in de jaren tachtig af door verlies van mangrove na strenge winters en door toegenomen broedparasitisme van de bruinkopkoevogel; in delen van het areaal bevat meer dan de helft van de nesten een koevogelei. Op de eilanden legt ook de glanskoevogel er eieren in.
Wetenschappelijke naam
Vireo altiloquus | (Vieillot, 1808)
Vieillot beschreef de soort in 1808 als Muscicapa altiloqua en plaatste haar daarmee bij de Oude-Wereldvliegenvangers; omdat ze nu in Vireo staat, gaan auteur en jaartal tussen haakjes. Vireo is een Latijns woord voor een groene trekvogel, van virere 'groen zijn'. De soortnaam altiloquus is samengesteld uit altus 'luid, hoog' en loqui 'spreken', dus 'luid sprekend', naar de ver dragende zang. De typelocatie werd opgegeven als Jamaica en Santo Domingo; de exemplaren kwamen volgens Stenhouse (1930) van St. Thomas op de Maagdeneilanden.




