Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula saetabensis
Pinguicula saetabensis
Achter de kust van Valencia liggen droge kalkheuvels met diepe, schaduwrijke ravijnen waarin het water uit de rots sijpelt en kalktuf afzet. Daar, in een handvol van die ravijnen, staat Pinguicula saetabensis, een vetblad dat in 2000 werd gevonden maar pas bijna twintig jaar later een eigen naam kreeg.
Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.
Herkenning
Een rozet van geelgroene, langwerpige bladeren met een klierdek dat glinstert en vettig aanvoelt; de bladrand is naar boven omgekruld en op een verticale wand staan de bladeren schuin omhoog. De bloemstelen zijn kaal en dragen elk één tweelippige bloem met een blauwachtig violette kroon, een lichtere keel en een lange spoor — het kenmerk van de groep waartoe de soort behoort. Het zaad is klein met een netvormig getekende zaadhuid, een van de kenmerken waarop de soort van zijn verwanten is gescheiden. Betrouwbare maten voor plant, kroon en spoor waren tijdens het samenstellen van deze gids niet vrij raadpleegbaar en zijn daarom niet opgegeven.
Gelijkende soorten
De soort is lange tijd verward met de Iberische rotsvetbladen uit Andalusië en Castilië-La Mancha: de planten werden achtereenvolgens bij P. vallisneriifolia, bij P. dertosensis en bij P. mundi gerekend. Pas morfologisch en moleculair onderzoek aan de Universiteit van Alicante bracht de scheiding tot stand. Voor de veldgidslezer is de boodschap eenvoudig: een rotsvetblad in de kalkheuvels van binnenland-Valencia is deze soort; alle overige Iberische soorten van deze groep staan in andere bergketens. Determinatie op uiterlijk alleen is binnen deze groep onbetrouwbaar.
De val en hoe hij werkt
Lijm in een koele, altijd vochtige spleet. Het blad draagt gesteelde klieren die een kleverige druppel maken en zittende klieren die verteringsenzymen afgeven zodra er prooi op ligt. Wat blijft plakken zijn muggen, vliegjes en ander klein gevleugeld goed dat de schaduw en de vochtige lucht van het ravijn opzoekt, plus springstaarten uit de mospolsters. De bladrand rolt zich na een vangst langzaam over de prooi, zodat het verteringsvocht niet van de wand af loopt. Op vers afgezette kalktuf, die uit weinig meer bestaat dan uitgekristalliseerd kalk, is er langs geen andere weg aan stikstof te komen.
Standplaats en ecologie
Beschaduwde kalkwanden en taluds met spleten, waar kalkrijk water permanent uit de rots komt en kalktuf afzet. De plant wortelt in die spleten en in de natte tufkorst, in ravijnen die door hun oriëntatie koel en vochtig blijven terwijl de omgeving mediterraan droog is. Het is een uitgesproken kwetsbaar milieu: de tuf is zacht, het water komt uit één ader, en de hele standplaats kan verdwijnen als die ader opdroogt of wordt afgetapt. Het vetblad geldt in dit landschap als indicator voor de kwaliteit van die kalktufbronnen.
Verspreiding en hoogte
Het binnenland van de provincie Valencia, in de kalkheuvels rond Enguera en Moixent, waar de soort uit enkele beschaduwde ravijnen bekend is. Het areaal is daarmee uiterst klein — het gaat om een handvol ravijnen binnen één heuvelgebied — en de soortnaam verwijst naar Saetabis, de klassieke naam van de stad Xàtiva in dezelfde streek. Onze eigen soortenlijst vermeldt alleen 'Spanje'; dat is voor een plant met zo'n kleine, scherp begrensde verspreiding onbruikbaar grof.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten in het wild onderscheiden. Wat er te zien valt aan verschillen tussen planten — grootte, aantal bloemen, verzadiging van het blauwviolet — volgt gewoon de natheid en de beschutting van de spleet waarin ze staan. Interessanter is de plaats van de soort in de Iberische puzzel: de beschrijving in 2019 was de eerste in een reeks afsplitsingen die kort daarna werd gevolgd door P. casperiana en P. tejedensis. Wat vroeger één wijdverspreide soort leek, blijkt een reeks lokale planten in geïsoleerde kalkmassieven.
Waar en wanneer te zien
Het voorjaar is de tijd: april en mei, wanneer het water nog volop uit de wanden komt. Zoek in de beschaduwde, noordgerichte ravijnen en volg het water naar de bron; de tufwanden zijn aan hun donkere, natte glans te herkennen. Kijk op ooghoogte en hoger. Betreed de tufkorst absoluut niet — die draagt geen gewicht en de plant wortelt er juist in — en blijf op de bodem van het ravijn. Bij een populatie van deze omvang is elke beschadigde vierkante meter merkbaar, dus kijk, fotografeer en laat verder alles staan.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde Rode Lijst; er is geen internationale categorie en CITES is niet van toepassing. Wat de beschrijvers er wel over zeggen is duidelijk: de Valenciaanse populaties werden bij de herziening als bedreigd aangemerkt en er werd op aangedrongen dat de regionale overheid met spoed beschermingsmaatregelen zou treffen. Het areaal bestaat uit enkele ravijnen, het milieu is fragiel, en de bron die de standplaats voedt kan door waterwinning of een droge reeks jaren wegvallen. Dat er geen mondiale beoordeling is, betekent hier uitsluitend dat het dossier nog niet is opgemaakt.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula saetabensis | Crespo, Martínez-Azorín & Alonso, 2018
Beschreven door Manuel B. Crespo, Mario Martínez-Azorín en Rubén Alonso in 2018, in het artikel "Morphological and molecular data support recognition of a new rupicolous species of Pinguicula (Lentibulariaceae) from the Iberian Peninsula", Plant Biosystems. De soort komt voor in een zeer beperkt gebied in het centrum-zuiden van de provincie Valencia, Spanje, in enkele beschaduwde ravijnen rond Enguera en Moixent. De naam "saetabensis" komt van Saetabis Augusta, de Romeinse naam voor de huidige stad Xàtiva, die dicht bij de vindplaats van deze soort ligt.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.