Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula lattanziae

Pinguicula lattanziae

Van alle soorten in dit deel van de gids is Pinguicula lattanziae de minst toegankelijke: een Italiaanse endemeet, beschreven door Peruzzi en Gestri, bekend van een zeer beperkt gebied, en met een beschrijving die tijdens het samenstellen van deze gids niet vrij raadpleegbaar was. Wat volgt is daarom bewust terughoudend.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een vlakke rozet van gaafrandige, langwerpig eivormige bladeren die geelgroen zijn en vettig aanvoelen doordat ze bedekt zijn met slijmklieren; de bladrand is naar boven omgekruld. Uit het hart komen kale bloemstelen met elk één tweelippige bloem: een tweelobbige bovenlip, een drielobbige onderlip met een keeltekening die de bezoeker naar binnen leidt, en achteraan een spoor. Maten voor plant, kroon en spoor en een precieze bloemkleur zijn voor deze gids niet in een toetsbare bron teruggevonden en worden daarom niet opgegeven; de oorspronkelijke beschrijving vermeldt ze wel.

Gelijkende soorten

De soort staat te midden van een reeks recent beschreven Italiaanse vetbladen die morfologisch dicht bij elkaar liggen en waarvan de begrenzingen de laatste jaren herhaaldelijk zijn herzien: P. christinae in de Noordelijke Apennijnen, P. apuana en P. mariae in de Apuaanse Alpen, P. fiorii en P. vallis-regiae in de Abruzzen. Determinatie binnen die groep berust op bloem- en zaadkenmerken en op chromosomenaantallen, niet op de eerste indruk in het veld. Wie een Italiaans vetblad vindt, doet er dus goed aan het massief en de standplaats nauwkeurig vast te leggen.

De val en hoe hij werkt

Een lijmval van het gewone vetbladtype. De bovenkant van het blad draagt gesteelde klieren die een kleverige druppel maken en daartussen zittende klieren die pas verteringsenzymen afgeven als er een prooi op ligt. Kleine insecten die op het blad landen blijven kleven; hun spartelen brengt meer klieren in contact met de prooi, en in de uren erna rolt de bladrand zich er langzaam overheen zodat het verteringsvocht in een ondiepe kom blijft staan. Op doorspoeld, kaal gesteente is dat vrijwel de enige stikstofbron, want het water voert weg wat er aan voedingsstoffen terechtkomt.

Standplaats en ecologie

Zoals bij de meeste Italiaanse vetbladen van de bergen: permanent natte, kalkrijke standplaatsen — druipende rotswanden, sijpelplekken waar bronwater uit het gesteente komt, en de vochtige zoom langs bergbeken. De plant verdraagt geen droogte, geen zure standplaats en geen beschaduwing door opdringend struweel, en staat daarom op plekken waar stromend water het substraat kaal en arm houdt. Standplaatsen van dit type zijn in de Apennijnen zeldzaam en klein, en ze liggen ver uit elkaar.

Verspreiding en hoogte

Italië; de soort is een endemeet met een klein areaal. De regio waar de soort precies vandaan komt, kon voor deze gids niet uit een vrij raadpleegbare bron worden bevestigd — de beschrijving zelf vermeldt de typelocatie, maar die was tijdens het samenstellen afgeschermd. Onze eigen soortenlijst geeft 'Italië', en dat is hier dus het niveau waarop we het houden. Voor een gids is dat onbevredigend, en deze soort staat op de lijst om bij een volgende ronde met de oorspronkelijke publicatie in de hand te worden aangevuld.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten in het wild onderscheiden. De interessante beweging zit op soortniveau: dit is een van de vele Italiaanse vetbladen die pas in de laatste twee decennia zijn beschreven, in een periode waarin moleculaire methoden en zorgvuldige morfometrie een geslacht hebben opengebroken dat lang als tamelijk eenvormig gold. De grenzen tussen enkele van die taxa zijn nog niet uitgekristalliseerd, en het is goed mogelijk dat er de komende jaren nog wordt geschoven.

Waar en wanneer te zien

Zonder een betrouwbare vindplaatsopgave is gericht zoeken niet mogelijk, en dat is voor deze soort ook niet de bedoeling. Wie in de Italiaanse kalkbergen op natte rotswanden vetbladen tegenkomt, doet er hoe dan ook goed aan zorgvuldig te documenteren: foto's van bloem van voren en van opzij, van de rozet en van de rijpe vrucht, plus de standplaats en de hoogte. Laat de plant staan. Bij de recent beschreven Italiaanse soorten is een goede, goed gelokaliseerde waarneming wetenschappelijk bruikbaar; een uitgegraven plant is dat niet.

Staat van instandhouding

De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde Rode Lijst; er is geen internationale categorie, en CITES is niet van toepassing. Wat met zekerheid kan worden gezegd is beperkt: het gaat om een Italiaanse endemeet met een klein areaal, beschreven uit een eng begrensd gebied, en om het habitattype dat alle vetbladen van de Italiaanse bergen delen — permanent natte, kalkrijke rotsstandplaatsen die volledig afhangen van een constante bronafvoer. De risico's die voor die hele groep gelden, gelden ook hier: bronvatting, drogere zomers, verruiging en verzamelaars. Het lege beoordelingsveld zegt niets over veiligheid.

Wetenschappelijke naam

Pinguicula lattanziae | Peruzzi & Gestri, 2016

Beschreven door Lorenzo Peruzzi en Gabriele Gestri in 2016, in PLOS ONE 11(12): e0167610. Het holotype werd op 21 juni 2014 verzameld op de Monte Aiona, in de Noordelijke Apennijnen in Ligurië (Italië), op 1600–1700 meter hoogte; de soort lijkt endemisch voor Ligurië. De soortnaam is opgedragen aan Edda Lattanzi (Rome), kenner van de Italiaanse flora, ter gelegenheid van haar 85e verjaardag.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.